Betty Brussel is 100 jaar. Hoe kijkt deze topsporter in Canada met Nederlandse roots terug op de eeuw die achter haar ligt?
Betty Brussel is een zachtmoedige en uitzonderlijk vitale vrouw die nog topsport bedrijft. Twee dagen voor onze ontmoeting in haar woonplaats New Westminster, aan de westkust van Canada, heeft de 100-jarige zwemster er net haar 33ste sporttoernooi voor senioren op zitten, dat elke provincie in Canada jaarlijks organiseert voor 55-plussers. In de leeftijdscategorie 100-104-jarigen heeft Betty Brussel dit jaar drie wereldrecords gebroken. In oktober reist ze naar Amerika om mee te doen aan de jaarlijkse World Senior Games – niet om te winnen, maar voor haar plezier, benadrukt ze.
In gezwinde pas gaat ze de interviewer voor naar haar appartement. Ze wijst naar een stoel die ze in 1959 bij haar emigratie uit Nederland meenam. ‘Op deze stoel heb ik mijn drie kinderen gevoed, dus die is mij zeer dierbaar.’
Hoe ging het vorige week op uw 33ste Senior Games?
‘Ik had niet gedacht dat ik zou meedoen dit keer, want ik had last van een oorontsteking. De zwemclub waar ik lid van ben, had het vervoer geregeld en zei: ‘Ga gewoon mee, dan zie je daar wel.’ Dus onder de antibiotica en verzwakt stapte ik in de bus. De voorzitter van de zwemclub had een stapel blauwe T-shirts laten drukken en meegenomen om aan iedereen uit te delen, met de tekst: Be like Betty, just keep swimming!
‘Eenmaal daar, dacht ik: what the heck, ik doe mee, trok mijn badpak aan en dook het zwembad in. In het water voelde ik mij een stuk beter en ik heb aan alle wedstrijden meegedaan: zes individuele wedstrijden borstcrawl, rugslag en vrije slag, op verschillende afstanden, en drie estafettes. Ik geloof dat ik niemand heb teleurgesteld met mijn tijden. Records heb ik dit keer niet gebroken, maar dat heb ik afgelopen jaar al drie keer gedaan.’
Ze pakt een berg medailles en een stapel certificaten van de internationale zwembond Fina, voor de records die ze heeft gebroken, dit jaar in de leeftijdscategorie 100-104-jarigen: 1:24:91 op de 50 meter rugslag, 12:23:26 op de 400 meter vrije slag en 1:56:22 op de 50 meter vrije slag.
Hoeveel concurrenten heeft u?
‘Niet veel, maar het zijn wel wereldrecords hè. Voor mij was een Japanse vrouw van boven de 100 de beste.’
Wanneer bent u met zwemmen begonnen?
‘Als kind zwom ik in de vaarten in de omgeving waar ik ben opgegroeid, in Haaldersbroek, bij Zaandam. Mijn vader gooide ons met een opgepompte fietsband om het water in. Pas nadat mijn man en ik op ons 57ste met pensioen waren gegaan, een stukje land kochten en samen ons eigen huis bouwden vlak bij een rivier, ging ik weer vaak zwemmen, dat deden we samen.
‘Zodra er een zwembad in het dorp kwam, begonnen we met baantjes trekken en leerde ik de techniek van zwemslag, borstcrawl en rugslag. Sinds mijn 68ste doe ik mee aan zwemwedstrijden voor senioren en dus elk jaar de Senior Games hier in British Colombia. Ik heb ook vier keer aan de World Senior Games meegedaan, in Sydney, Turijn, Montreal en Boedapest. In oktober ga ik naar de World Senior Games in Utah, in Amerika.’
Hoe ziet uw dagelijks leven eruit?
‘Ik sta om 8 uur op om mijn kitty cat te voeren. Drie keer in de week zwem ik 1.000 meter. Het zwembad is maar vijf minuten rijden met mijn auto. Als ik in de ochtend geen zin heb, ga ik toch, want ik weet dat ik mij na het zwemmen altijd beter voel. Glijden door het water maakt mij gelukkig. Het is het hoogtepunt in mijn leven. De dagen dat ik niet zwem, maak ik lange wandelingen. Verder lees ik veel, romans en De Krant, een krant voor Nederlanders in Canada. Ik kan ’s avonds goed alleen zijn, soms zing ik dan een Nederlands liedje uit mijn jeugd.’
Bent u een uitzonderlijke vrouw of denkt u dat meer hoogbejaarden zo intensief zouden kunnen sporten?
‘Uitzonderlijk voel ik mij niet. Ik heb het geluk dat ik nog gezond ben en geen gebreken heb. Dat is geen prestatie. Soms denk ik: ik ben gek dat ik dit nog doe – vaak vergeet ik dat ik al zo oud ben. Ik zie dat ik andere ouderen inspireer, want ik heb velen horen zeggen dat ze dachten dat ze te oud waren om te sporten, maar dat ze zijn gaan zwemmen omdat ze het mij zagen doen. Ook met een rollator kun je trouwens nog lange wandelingen maken.’
Hoe kijkt u terug op uw jeugd in Haaldersbroek?
‘Ik ben opgegroeid in een gezin met twaalf kinderen, als een na oudste. Mijn vader werkte bij de beurtvaart, maar raakte werkloos toen er vrachtwagens kwamen. Hij was ongeschoold en kwam moeilijk aan het werk, het waren de crisisjaren dertig. Elke week moest hij stempelen om een uitkering te krijgen. Die was berekend op vier kinderen, de steun was dus veel te weinig. Gelukkig hadden we een moestuin waaruit we konden eten. Door die tijd van schaarste heb ik mijn hele leven met weinig toe gekund.
‘Nadat het tiende kind was geboren, werd mijn moeder erg ziek en moest ik haar helpen in huis. Van maart tot de zomervakantie bleef ik weg van school. Ik zorgde voor de baby en ging ook met hem naar de zuigelingenzorg. In september mocht ik naar de tweede klas van de mulo, maar na een maand werd mijn moeder weer ziek en moest ik van school af. De oudsten in een groot gezin dragen de zwaarste lasten. Later heb ik op de avondschool mijn diploma’s boekhouden en steno gehaald. Mijn eerste baan was op de administratie van supermarkt Simon de Wit.’
Wat deed u besluiten naar Canada te emigreren?
‘Een gebroken hart. Ik was heel gelukkig getrouwd. We hadden drie lieve kinderen, goede vrienden en woonden in een mooi huis in Wormerveer. We hielden veel van elkaar, maar mijn man kreeg een affaire met een collega op het laboratorium waar hij werkte. Mijn hart brak, een week lang kon ik niet slapen. Gerrit was de liefde van mijn leven; hij was lief, grappig en kon heel mooi pianospelen. Ik ben iemand die veel kan tolereren en conflicten vermijdt, maar ik laat niet over mij heen lopen. Ik vroeg een scheiding aan en besloot met de kinderen te emigreren naar Canada, waar mijn familie woonde. Mijn ouders, zeven broers en vier zussen waren in 1951 al geëmigreerd omdat mijn vader graag boer wilde worden, wat in Nederland niet lukte. Ik was net getrouwd, had een baby van zes maanden en was gelukkig met mijn leven in Nederland toen ze vertrokken. Negen jaar had ik mijn familie niet gezien. Ik was 36 en mijn kinderen waren 5, 6 en 8 jaar oud toen ik in november 1959 met ze naar Canada vloog.’
Dapper. Hoe bouwde u een nieuw leven op, met drie kleine kinderen?
‘Ik ben een optimist en was vastbesloten een nieuw leven te kunnen beginnen, ik had mijn handen en mijn hersenen en mijn familie die mij hielp. De eerste twee maanden woonden we bij mijn ouders, daarna kon ik een woning huren in Vancouver, vlak bij een zus. De kinderen gingen naar school en ik werkte bij iemand in de huishouding, paste op de kinderen van mijn zus en in ruil daarvoor kreeg ik brood uit haar bakkerij. Thuis naaide ik kleding voor een chique damesmodewinkel, voor 1 dollar per uur.
‘Een maand na aankomst in Canada, kreeg ik een brief van Gerrit: hij miste ons, wilde ons terug en stelde voor bij ons in Canada te komen wonen. Dat kon alleen als mijn vader hem een jaar sponsorde, zo ging dat met emigranten in die tijd. Mijn vader vroeg of ik het echt wilde, en ik zei ‘ja’ – ik hield nog steeds van hem. Vijf maanden later kwam Gerrit over, we hertrouwden en zetten ons oude leven voort. Mijn man kon een baan krijgen als onderzoeker bij de University of British Columbia. We hebben nooit met een woord gesproken over wat er was gebeurd.
‘Er volgden nog 54 gelukkige huwelijksjaren. Na ons pensioen woonden we in ons zelfgebouwde huis in Grand Forks met uitzicht op een vallei en maakten we mooie reizen; alle nationale parken van Canada hebben we gezien. In 2004 overleed mijn man aan een hartaanval. Ik mis hem, maar ik ben van nature een gelukkig mens.’
U volgt het Nederlandse nieuws, hoe kijkt u naar de plannen voor het beperken van migratie naar Nederland?
‘Ieder land heeft migranten nodig, want zij zijn bereid hard te werken, werk te doen dat anderen niet willen doen, omdat ze een nieuw leven willen opbouwen. Als ik sommige politici zoals Donald Trump migranten de schuld hoor geven van allerlei problemen, denk ik: pas op! Het is gevaarlijk zo over mensen te praten. Het doet mij denken aan de jaren dertig, als je begrijpt wat ik bedoel.’
Veel Nederlandse emigranten vormden een community, vooral rond de kerkgemeenschap waarvan zij deel uitmaakten, de Christian Reformed Church, gold dat ook voor u?
‘Oh nee, ik ben niet religieus. Aan mijn familieleden zie ik dat ze er veel steun aan hebben, maar het is niets voor mij, ik kan het niet. Ik ben een vrije ziel. Als er een almachtige God zou bestaan, dan zou er niet zoveel lijden zijn in de wereld, dat is waarom ik niet kan geloven.’
Welke levenslessen heeft u geleerd?
‘Wees aardig en tolerant. Houd bij tegenslagen je hoofd erbij en maak er het beste van.’
geboren: 23 juli 1924 in Haaldersbroek
woont: zelfstandig, in New Westminster, Canada
beroep: coupeuse
familie: nog vijf broers en drie zussen, drie kinderen, drie kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen
naar Canada geëmigreerd in: 1959
weduwe sinds 2013
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant