Het gebeurt op een onbewaakt moment. Het gebeurt altijd op een onbewaakt moment. Want wat voor leven leid je als je altijd maar op je hoede bent? Ik loop op de stoep van mijn straat, ben op weg naar mijn supermarkt op de hoek, ga daar iets kopen. Wat? Weet ik niet meer. Mijn hersenen worden namelijk volledig in beslag genomen door de man op de fiets, die nu nog even achter me fietst, maar ik hoor hem aankomen en zo meteen, ja bijna, daar komt-ie, ja, nu fietst hij me voorbij. Hij gaat niet heel snel, zit rechtop op zijn fiets en fluit. Ik weet niet wat hij fluit, een vrolijk wijsje, een onbekend liedje, een nietsig deuntje, misschien de tune van Eigen Huis & Tuin. Ik kan het niet goed horen omdat mijn oren suizen van razernij.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Ik verdraag weinig in het leven. En een van de dingen die ik het minst verdraag zijn mannen die op de fiets zitten en dan fluiten. Misschien is het een trauma uit een vorig leven waarin ik ooit ben aangereden door een fluitende man op een fiets. Wellicht is het een aangeboren allergie voor opgedrongen, performatieve vrolijkheid. Hoor, daar kom ik! Fuutfuut! Kijk mij eens gelukkig zijn. Fuutfuutfuut, veel gelukkiger dan jij. Fuutfuutfuut, wil jij niet ook zo gelukkig zijn, fuutfuutfuut? Zeg Julien waarom ben jij eigenlijk niet zo blij? Fuut-fuut-fuuck you-fuut. Ik verkondig het woord van de zon. Fuut-fuut! Carpe diem!
Deze specifieke onverdraagzaamheid beperkt zich uitsluitend tot de som die bestaat uit de delen: man + fluiten + fiets. Zingende mannen op de fiets? Leuk! Fluitende mannen die lopen? Helemaal toppie. Mannen op skateboards, stepjes of inlineskates die fluiten? Niets dan liefde. Mannen die fluiten terwijl ze klusjes doen? God is met je! (Ben ik een man die fluit tijdens klusjes? Misschien, als er tussen het vloeken door ruimte is.)
Bovendien is de ergernis ook gebonden aan gender. Zo heb ik geen enkel bezwaar tegen fluitende vrouwen op de fiets. Die zie of hoor je dan weer bijna nooit – wat misschien ook weer iets zegt over kansenongelijkheid en de omnipresente geldingsdrang van mannen – maar als ik een vrouw op de fiets zou zien die fluit, zou ik haar aanmoedigen met hetzelfde aan waanzin grenzende enthousiasme waarmee toeschouwers van de Tour de France wielrenners aanmoedigen. Ja! Harder! Dicht de fluitkloof!
Daarmee is niet gezegd dat ik niet hele specifieke ergernissen heb die exclusief voorbehouden zijn aan vrouwen. Maar daar is nu geen ruimte meer voor en kom ik wel een andere keer op terug. O, is dat oneerlijk? Ja, nou, het leven is oneerlijk. Ik weet bijvoorbeeld niet meer wat ik in de supermarkt ging kopen. Fuut fuut fucking fuut.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant