Soms spot je er plotseling eentje. Een gekleurd koppie op een 16de- of 17de-eeuws schilderwerk, vaak moederziel alleen tussen allerlei opgedofte patriciërs die God weet hoe aan hun geld gekomen zijn.
Hoe is die gekleurde man of vrouw op die plek terecht gekomen? Welke emoties gaan er schuil achter die neergeslagen blik? Was het een tot slaaf gemaakt iemand, of een vrij mens en tot op zekere hoogte de gelijke van de witte mensen die hem omringden?
Over de auteur
Hassan Bahara is tv-recensent voor de Volkskrant.
Het zijn vragen die Jörgen Tjon A Fong, theaterdirecteur en gastcurator, behandelt in de Omroep Max-serie Hollandse meesters herzien, die zaterdag van start ging. Tjon A Fong ontwikkelde ooit een tentoonstelling over Rembrandts leerlingen en trof in het archief het ene zwarte gezicht na het andere aan. Wie zijn deze mensen, en waarom wist hij niet dat de aanwezigheid van zwarte mensen in Amsterdam al eeuwen teruggaat?
Tjon A Fong opent de eerste aflevering met het werk Gezicht op de Dam uit 1656 van Johannes Lingelbach. Prominent op de voorgrond rijke koopmanlieden, daarnaast een paar Turkse handelaren. Op de achtergrond, met lichtere toets geschilderd, de arbeiders die aan het paleis werken, de marktkooplui.
Wat het schilderij nadrukkelijk niet laat zien, is de kleine zwarte gemeenschap die Amsterdam op dat moment telde, en die niet ver weg van de Dam woonde. In totaal gaat het om ongeveer tweehonderd mannen, vrouwen en kinderen van kleur, vertelt migratie- en slavernijhistoricus Mark Ponte.
Samen met Ponte duikt Tjon A Fong de stadsarchieven van de gemeente Amsterdam in om bewijsstukken te vinden van het bestaan van deze kleine zwarte gemeenschappen. In dikke, vergeelde documenten vinden ze namen als Lijsbeth Pieters van Angola en Pieter Claesz Bruijn, zwarte mensen met vernederlandste namen, werkzaam in de koopvaardij.
Tjon A Fong krijgt de smaak daarna danig te pakken. In stads- en museumarchieven duikelt hij het ene portret na het andere op dat bewijst dat de zwarte aanwezigheid in ons kikkerlandje heel lang teruggaat. Enthousiast is hij over Rembrandts vermogen om zwarte mensen – in de meeste gevallen buren van de Nederlandse grootmeester – realistisch en in al hun kwetsbaarheid te schilderen. Maar Tjon A Fong is evengoed onthutst als hij een stroom aan schilderijen onder de ogen krijgt waarin zwarte mensen als onderdanige hulpjes worden afgeschilderd, met een slavenband om hun nek.
Echt nieuw is deze weging van onze kunstgeschiedenis niet. Musea putten zich de laatste jaren uit om de zwarte aanwezigheid in oud schilderwerk prominent naar voren te brengen. Wat Hollandse meesters herzien toch de moeite waard maakt is Tjon A Fongs emotionele betrokkenheid. Het is voor hem niet louter geschiedkundig navelstaren, de vondsten van zwarte mensen in oud schilderwerk bewijzen dat zijn aanwezigheid in Amsterdam als gekleurde man ‘past in een traditie’ vertelde Tjon A Fong vorige week in de Volkskrant.
‘Eeuwen geleden liepen hier al mensen van kleur rond, ze behoren tot het Nederlandse dna. Dat lijken we nog steeds soms te vergeten.’
Het is nooit verkeerd om daar weer aan herinnerd te worden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant