Home

Jazz-componist Willem van Manen (1940-2024) was op en achter het podium een onmisbare schakel

Trombonist, orkestleider, recensist, bestuurder en oprichter van het Bimhuis; in vele gedaanten was Willem van Manen (1940-2024) een voorvechter voor meer ruimte voor de jazz. Donderdag overleed hij, 84 jaar oud.

Alles overkwam hem meer dan dat hij er naar op zoek ging. Zijn geweldige trombonespel, zijn compositietalent en niet te vergeten zijn bestuurlijke kwaliteiten: Willem van Manen praatte er een jaar geleden tegenover de Volkskrant over alsof hij het allemaal ook niet kon helpen.

‘Ik was muzikaal, daar kan ik verder ook niks aan doen’, zei hij. Het typeerde de man die vorige week op 84-jarige leeftijd overleed bij een auto-ongeluk. Behalve begenadigd muzikant was hij ook een van de oprichters van het internationaal vermaarde jazzpodium Bimhuis, dat juist komende maand het 50-jarig jubileum viert. Daarnaast maakte hij naam als componist en was hij als bestuurslid in talloze adviesraden en culturele instellingen een onmisbare schakel in de Nederlandse muziekwereld.

Het begon allemaal serieus te worden, vertelde Van Manen een jaar geleden in zijn huis in de Amsterdamse binnenstad, in 1968. Hij had in een schoolorkest trombone leren spelen en mocht in 1961 Frits Hotz (de latere schrijver F.B. Hotz) vervangen in de Western Jazz Group, wat hij ‘zeer eervol’ vond.

Over de auteur
Gijsbert Kamer schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en en jazz.

Van Manen speelde in diverse bands voordat in 1968 Hans Dulfer hem vroeg te komen blazen in Heavy Soul Inc.. Dulfer organiseerde in die tijd jazzconcerten in Paradiso en Heavy Soul Inc. werd de huisband. ‘Voor mij echt een kick, zo’n vaste plek. Dulfer boekte elke woensdag de meest geweldige artiesten als Dexter Gordon en Don Byas, en wij deden het voorprogramma.’

Na een paar jaar had Paradiso genoeg van de jazz, want het wilde zich als poppodium profileren, herinnerde Van Manen zich. ‘En dus gingen Hans en ik in de stad op zoek naar een nieuw locatie om jazz te spelen. Er was verder niks in de stad en er bleek wel een publiek voor.’

Bimhuis

Een leegstaande meubelshowroom aan de Oudeschans zou uiteindelijk worden omgebouwd tot wat het Bimhuis werd. ‘Ik zat toevallig in de Kunstraad en had dus contact met de gemeente Amsterdam, die adviseerde een stichting op te richten. Hans deed de boekingen en ik de boekhouding.’

De gemeente zag dat het werkte en gaf exploitatie-subsidie. Van Manen zat vijftien jaar lang iedere dinsdag in het Bimhuis om rekeningen te betalen. ‘Ik deed het voor niks, want op dinsdag had ik toch niks te doen.’

Hij runde de hut, zoals hij dat noemde, en daarnaast speelde hij en ging hij vanaf 1979 ook componeren. ‘Ik denk dat ik in alle jazzbands van Nederland heb gespeeld, want iedereen wilde wel eens met een trombonist werken, en daarvan zijn er niet zoveel. Het was ook een mooie tijd voor nieuwe dingen.’

Willem Breuker

Behalve met Dulfer speelde Van Manen met Willem Breuker (‘Heerlijk, die anarchie op het podium’) en Theo Loevendie (‘Het Theo Loevendie Consort vind ik de beste andermansband waarin ik ooit speelde’). Tussen 1972 en 1997 maakte hij deel uit van Louis Andriessens Orkest de Volharding. Hij probeerde het zo goed mogelijk te combineren met al zijn andere werkzaamheden. ‘Ik wilde me nooit echt fulltime aan een band commiteren.’

Daar waren zijn kwaliteiten en interesses ook te veelzijdig voor. Behalve spelen en componeren kon hij ook heel aardig jazzrecensies schrijven. Dat deed hij rond 1970 een jaar voor NRC. ‘Uiteindelijk kreeg ik het toch te druk met zelf spelen en ik vond het schrijven over collega’s toch een beetje raar.’

Zijn werk in talloze besturen en commissies kwam voort uit een studie sociologie. ‘Daar leerde je organiseren. Dat kon de gemiddelde jazzmuzikant niet. Ik had ook geen moeite met ambtelijke taal, wat in mijn wereldje ook bijzonder was.’

‘Kunstpaus’

Maar zijn muziek is altijd voorgegaan, want ‘een kunstpaus’ dat mocht hij vooral niet worden. ‘Het leukst was toch het muziekmaken (hij stopte met spelen toen hij 75 werd, red.) en componeren.’

Het meeste plezier beleefde hij uiteindelijk aan zijn eigen orkesten Springband (1979-1983) en Contraband (1984-2005). Met Contraband zou hij een reeks fraaie albums maken, Springband was een tragischer lot beschoren.

De band hield op te bestaan toen de auto met vijf bandleden verongelukte. Drie van de vijf muzikanten overleden. ‘Ik heb een jaar niet kunnen spelen en alles nooit helemaal verwerkt, denk ik.’

3x Willem van Manen op plaat

Theo Loevendie Consort: Mandela (1969)

Lievelingsplaat van Van Manen. Mandela werd enkele jaren geleden opnieuw uitgebracht op cd door het Nederlands Jazz Archief.

Leo Cuypers: Zeeland Suite (1978)

Album van pianist Leo Cuypers dat Van Manen zeer dierbaar was. Van Manen soleert in zijn uitbundige felle stijl op de nummers Something Else en Calypsooi.

Contraband: The Painter

Laatste album van Van Manens eigen orkest Contraband. Dit album uit 2004 is ook het laatste waarop de trombonist/componist zelf te horen is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next