Home

Tadej Pogacar bekroont zijn topjaar met de wereldtitel op de weg, Mathieu van der Poel derde

Hij verklaarde al weken geleden naar zijn topvorm te hebben toegewerkt voor het wereldkampioenschap wielrennen op de weg deze zondag. Tadej Pogacar deed waarvan de wedkantoren van tevoren overtuigd waren: hij won het WK op de weg in Zürich op de hem kenmerkende wijze. Mathieu van der Poel werd derde.

Tadej Pogacar, die eerder dit jaar de Giro en de Tour won – vooraf een voor onmogelijk gehouden combinatie in het huidige wielertijdsgewricht – bekroonde zijn topjaar met een wereldtitel op de weg. Meteen al na de Tour zei de 26-jarige Sloveen dat hij zijn zinnen had gezet op de regenboogtrui waarin Mathieu van der Poel een jaar lang rondreed. ‘Die staat Mathieu goed, maar nu wil ik hem hebben.’

Over de auteur

Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.

Als Pogacar ergens zijn zinnen op zet, wordt zijn verlangen vaker wel dan niet ingelost. Zijn tegenstanders waren dan ook gewaarschuwd en wedkantoren en wielerwereld bombardeerden de drievoudig Tourwinnaar prompt tot eenzame topfavoriet. Alleen de Belg Remco Evenepoel kwam vooraf bij die favorietenrol in de buurt, gevolgd door titelverdediger Van der Poel.

Feitelijk vochten die een duel uit om het zilver, op gemiddeld een minuut van Pogacar, die al op 100 kilometer van het einde wegsprong van de andere favorieten. Hij achterhaalde daarna in minder dan geen tijd een grote kopgroep. Eén lid daarvan, Pavel Sivakov, de tot Fransman genaturaliseerde Rus, kon bij de Sloveense topfavoriet aanhaken. Althans, een kilometer of vijftig. Daar versnelde Pogacar niet eens, maar kwam wel alleen voorop te zitten.

Een solo van ruim 51 kilometer in een WK-wedstrijd, dat is uitzonderlijk. Een solo van Pogacar niet. Hij begon het seizoen met een eenzame tocht van 81 kilometer waarmee hij de steeds populairdere gravelklassieker Strade Bianche won. In 2022 won Remco Evenepoel het wereldkampioenschap na een solo van 25 kilometer.

Dat was de op één na langste in de geschiedenis van de WK-wegwedstrijd. Evenepoels landgenoot Georges Ronsse werd in 1928 wereldkampioen na een solo van 70 kilometer – de nummer twee volgde op 20 minuten.

Bij de bel voor de laatste ronde van 25 kilometer leek het pleit beslecht in het voordeel van Pogacar. Maar nadat er achter hem een hergroepering van zeven sterke renners, waaronder Van der Poel en Evenepoel, had plaatsgevonden liep zijn voorsprong terug van een ruime minuut naar 36 seconden op 12 kilometer van het einde. Daar bleef het bij; bij alle zeven waren de 262 kilometers daarvoor toch ernstig in de benen geschoten.

Met een grimas die we tot dusver alleen kenden van een verliezende Pogacar, voltooide hij de laatste tien kilometer van de dag. Een man die in één jaar de Giro, de Tour en het WK winnen is een zeldzaamheid. Pogacar schaart zich bij twee mannen: Eddy Merckx (1974) en Stephan Roche (1987).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next