Defensie-expert Ko Colijn voorziet Nederlanders al vijftig jaar van duiding bij gewapende conflicten. Dit keer bespreekt hij hoe sinds de Tweede Wereldoorlog wordt gedacht over de inzet van atoomwapens, en hoe de huidige Kursk-operatie dat denken op zijn kop zet.
Op 12 augustus 1953 lukte het de Sovjet-Unie in de verlaten woestijn in Kazachstan een waterstofbom tot ontploffing te brengen. Dat gebeurde acht jaar nadat de Amerikanen atoombommen op Hiroshima en Nagasaki hadden laten vallen.
Na het verrassende Russische succes wist de toenmalige Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower het zeker: de Verenigde Staten waren hun waterstofbommonopolie kwijt. Eisenhower geloofde bovendien niet langer in de militaire bruikbaarheid van zijn bommen.
Eisenhower vond de Amerikaanse luchtmacht verder naïef. Die geloofde namelijk nog wel dat er met het gooien van atoombommen iets te winnen viel. Luchtmachtgeneraals die geloofden dat je een oorlog met atoomwapens nog winnend kon afsluiten, vond hij waardeloos. De Russen zouden hoe dan ook genoeg vernietigingskracht overhouden om steden als Chicago en New York van de kaart te vegen.
Een schrale troost voor de Amerikaanse president was dat je met atoomwapens nog wel kon afschrikken in plaats van vechten. Vijanden zouden zich immers ook wel realiseren dat een scenario van mutual assured destruction - wederzijdse zelfmoord - voor niemand zinvol zou zijn.
In deze nieuwe realiteit waren diplomaten ineens een stuk belangrijker dan militaire vechtersbazen. Talloze wetenschappers stortten zich op de verfijning van afschrikkingstrategieën. Ze berekenden welke en hoeveel atoomwapens nodig zouden zijn om te voorkomen dat iemand het in zijn hoofd haalde een atoomoorlog te beginnen.
Een algemene wijsheid van deze wetenschappers was dat een atoommogendheid nooit aangevallen zou worden door een land dat geen atoomwapens heeft. Omgekeerd beloofden atoomlanden dit soort landen met rust te laten, door in elk geval door niet zulke vreselijke massavernietigingswapens tegen ze in te zetten.
De huidige operatie-Kursk van het Oekraïense leger op Russisch grondgebied leidt tot enige beroering. Moet deze oude atoomdoctrine niet herzien worden? President Vladimir Poetin scherpte de Russische nucleaire doctrine eerder deze week al aan, mede naar aanleiding van de gebeurtenissen in Kursk. Daarbij hintte hij op een inzet van kernwapens.
Niet alleen Moskou is door de Oekraïense operatie in Kursk anders over de inzet van nucleaire wapens gaan denken. Ook in de VS denkt men aan een uitbreiding van de inzet. Daar heeft Washington meer redenen voor dan alleen de Russische retoriek naar aanleiding van het Kursk-offensief.
Waar de VS vroeger alleen de Sovjet-Unie hoefde af te schrikken, heeft Washington er met de opkomst van China en misschien zelfs Noord-Korea nieuwe nucleaire tegenstanders bij. Die laatste zou bijvoorbeeld in theorie een verrassingsraket kunnen afschieten op San Francisco.
En dat in een tijdperk waarin kernwapens steeds 'beter' worden en er geen afspraken over wapenbeheersing meer gelden. Het Kursk-effect zou kunnen betekenen dat zelfs een gevestigde atoommacht zich niet langer veilig voelt. De oude wet dat een atoommacht niet bezet kan worden door een land zonder atoomwapens is immers niet langer heilig, bewijst Oekraïne.
Niemand gelooft Poetins adviseur en provocateur Dmitry Medvedev als hij dreigt dat Kyiv in een grote, smeulende grijze vlek zal veranderen. De inzet van Russische kernwapens in Oekraïne zou misschien de Russische geloofwaardigheid redden, maar Rusland zelf zou verloren zijn. De reactie van het Westen zou ongekend zijn.
Poetin zou voor de bühne een waarschuwingswapen op een afgelegen plek in Rusland of in de Zwarte Zee kunnen laten ontploffen. Of hij zou het taboe op een atoombom in de ruimte, zoals de Amerikanen in de jaren zestig al eens probeerden, kunnen doorbreken. Maar de politieke kosten zouden enorm zijn.
De Amerikaanse militaire reactie zou niet mals zijn. Voormalig generaal David Petraeus heeft al eens gezegd dat de VS met één grote, niet-nucleaire klap het hele Russische leger van de kaart zou kunnen vegen. Weinigen twijfelen daar aan.
En onlangs kwam de Amerikaanse atoomgeleerde Theodor Postol met de onthulling dat natuurkundigen er nu al in geslaagd zijn om bestaande atoomknoppen van de Trident-onderzeeërs zo krachtig en precies te maken dat alle diepe versterkte lanceerbunkers van Rusland in één klap uitgeschakeld kunnen worden.
Een herziene atoomstrategie van de VS is in de maak. Het tijdperk van ouderwetse escalatie en het traditionele 'afschrikkingsdenken' lijkt voorbij.
Source: Nu.nl algemeen