Remco Evenepoel kan zondag de eerste mannelijke wielrenner worden die tegelijk wereldkampioen op de weg is als ’s werelds beste tijdrijder. Hij won beide disciplines vorige maand al bij de Olympische Spelen van Parijs – ook als eerste man.
‘Een beter seizoen zal ik nooit meer hebben’, zei Remco Evenepoel precies twee jaar geleden nadat hij wereldkampioen op de weg was geworden. ‘Een monument gewonnen, een klassieker, een grote ronde en nu de wereldtitel: ik heb dit jaar alles gedaan wat ik kon.’ Moeilijk te overtreffen inderdaad, Luik-Bastenaken-Luik, de Clásica San Sebástian, de Ronde van Spanje en de regenboogtrui.
Toch is het de 24-jarige Belg gelukt. Hij staat dit weekeinde op de drempel om iets unieks in het wielrennen te volbrengen: op de Spelen zowel winst op de tijdrit als op de weg, gevolgd door een dubbel op het wereldkampioenschap in Zürich.
De zege op de tijdrit heeft hij al te pakken, het slotakkoord moet zondag volgen met de overwinning op de weg, waar hij drievoudig Tour-winnaar Tadej Pogacar zal moeten kloppen. In zijn debuut in Frankrijk, eindigde ‘de kleine van Schepdaal’ als derde.
Over de auteurs
Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.
Rob Gollin is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over wielrennen.
Niet zo verwonderlijk dat vrijdagmorgen in een zaaltje van een hotel in Wetzikon, een kleine dertig kilometer westelijk van Zürich, tijdens een persconferentie van de Belgische selectie alle aandacht naar hem uitgaat. Evenepoel oogt ontspannen en plaatst wat plaagstootjes. Hij maakt bijvoorbeeld een einde aan aanhoudende speculaties over een voortijdig vertrek bij Soudal Quick-Step, de ploeg waar hij in 2019 als prof begon. ‘Ik blijf. Zo zie je dat ik nooit lieg.’
Ja, hij had in Spanje getraind met die andere kanshebber voor zondag, Mathieu van der Poel. En nee, die leek hem niet in vorm. De relativering volgt snel. ‘Ik weet zeker dat hij er klaar voor zal zijn. Met hem moet je altijd rekening houden. Hij is een renner van wereldklasse.’
Evenepoel weigert aanvankelijk namen te noemen die straks volgens hem op het podium zouden zullen staan. Nou, vooruit, eentje dan. Hij noemt een Belg uit de selectie. ‘Victor!’ Victor Campenaerts is een renner van wie vooral een dienende taak wordt verwacht.
Het vooruitzicht op een tweevoudige dubbel levert geen extra druk op. ‘Ik voel me relaxed. Ik laat het op mij afkomen. Natuurlijk zou het te gek zijn als het zou lukken. Alles wat er nu nog bijkomt is bonus. Ik ga het zeker proberen. Ik leef voor truien en medailles.’
De resultaten die aan dit WK vooraf gingen, illustreren dat de jonge Evenepoel onontgonnen terrein aan het betreden is. Geen renner slaagde er ooit in wereldkampioen op de tijdrit te worden en een week later het WK op de weg te winnen. De Spanjaarden Miguel Indurain en Abraham Olano kwamen er in 1995 nog het dichtste bij toen Indurain de tijdrit won en tweede werd in de wegwedstrijd, waarin de nummer twee van de tijdrit, Olano, zegevierde.
Jeannie Longo behaalde in hetzelfde jaar wel de dubbel bij de vrouwen. Zoals het ook Leontien van Moorsel in 2000 was die als eerste wielrenner in één Olympische Spelen de wegwedstrijd en de tijdrit won. Evenepoel was deze maand de eerste man die de dubbel pakte. Daarna werd hij ziek, ‘waarschijnlijk door decompressie’, vertelde hij voorafgaand aan zijn winnende WK-tijdrit. ‘Mijn lichaam kon eindelijk even alle stress loslaten. Ik was écht goed ziek.’
Vooral Belgische renners en Van der Poel nemen de duikterm ‘decompressie’ regelmatig in de mond om duidelijk te maken dat de overgang van hoge wedstrijddruk naar de lage druk van een ontspannen vakantie een schok voor het lichaam kan betekenen.
‘Als atleet ben je zó gefocust, zó gemotiveerd je lichaam aan het uitputten’, legde de trainer van Evenepoel, de Nederlandse oud-renner Koen Pelgrim, uit in Het Laatste Nieuws. ‘Daarbij laat je die zich opstapelende vermoeidheid en toenemende stress niet toe. Als dat dan plots allemaal wegvalt, voel je dat extra hard.’
Evenepoel begon eind juni bij de start van de Tour de France met die uitputtingsslag. Zijn ambitie: top-5, zijn droom: podium. In Frankrijk zat een nieuwe Evenepoel op de fiets. Niet langer een lefgozer die uit blinde eerzucht elke aanval van de latere winnaar Pogacar en nummer twee Jonas Vingegaard probeert te pareren, maar een volwassen man die zijn eigen grenzen kent.
‘Voor het temperament van Remco is het heel verleidelijk om de beste twee in koers proberen te volgen’, analyseerde ooggetuige en landgenoot Wout van Aert. ‘Maar hij kiest juist superslim zijn eigen tempo en daar verliest hij verbazingwekkend weinig tijd door. Het is echt knap hoe hij zich staande houdt en zijn eigen weg kiest.’
Fysiek en mentaal is de Tour voor een klassementsrenner al een grote uitdaging en voor de jonge Belg kwamen daar de hoge verwachtingen van gans het vaderland nog bij. In bijna elk persgesprek tijdens de Tour wees Evenepoel op de in zijn ogen buitenproportionele druk die Belgische media hem opleggen.
Meteen na de laatste Tour-etappe, een zware tijdrit waarin hij zijn podiumdroom veiligstelde, barstte de renner in huilen uit. Het was de herinnering aan de moeizame, met een zware valpartij ontsierde route naar het dubbele Tour-succes van een derde plek en de voltooiing van De Trilogie. Als een van de jongste renners ooit heeft Evenepoel in elk van de drie grote ronden een etappe gewonnen.
‘Wat ook een rol speelt’, verklaarde hij op felle toon zijn huilbui, ‘ik ben Belg en iedereen twijfelt altijd aan me. Mensen realiseren zich niet hoeveel druk alle negatieve commentaren op mijn schouders leggen. Het is nooit goed genoeg, maar vanaf vandaag moet dat afgelopen zijn, want ik ben derde geworden in de Tour achter de twee beste renners van de wereld.’
Evenepoel zegt kritiek nu makkelijker van zich af te kunnen schudden dan bijvoorbeeld twee jaar geleden toen er racistische reacties waren op sociale media na zijn huwelijk met de Belgisch-Marokkaanse Oumaïma Rayane. Evenepoel was in alle staten. ‘Remco heeft dat nooit gekend, racisme’, zei Rayane destijds. ‘Ik kan het beter van me afzetten.’
Nog altijd slaat haar echtgenoot op stressvolle momenten camera’s en microfoons weg en reageert hij disproportioneel fel als hij zich tekort gedaan voelt. Dat bleek in Zürich toen specialist Tom Dumoulin werd gevraagd naar de tijdritkwaliteiten van de wereldkampioen. In een oceaan van lof goot Dumoulin een druppeltje kritiek: zijn bochtentechniek is een beetje wisselvallig.
‘Tom komt soms nogal raar uit de hoek’, was de overdreven reactie van Evenepoel. Hij deed er een scheut bovenop door instemmend teamgenoot Campenaerts te citeren: ‘Als je alles wint, beginnen de mensen je soms te haten.’
Terwijl Evenepoel op indrukwekkende wijze de olympische wegtitel veroverde, zat ergens in België een man ‘op en neer te springen in mijn leunstoel’. Het was Eddy Merckx, de beste wielrenner aller tijden en de man in wiens voetsporen Evenepoel volgens de buitenwacht wel even zou treden. Het wonderkind won immers letterlijk alles vanaf zijn eerste kilometers op een racefiets op pas 17-jarige leeftijd.
‘Hij was sterker dan ik’, zei de grote Merckx over Evenepoels tweede olympische succes. Verder gaat de vergelijking volgens de 79-jarige veelwinnaar mank. ‘De tijdperken zijn totaal verschillend.’ Maar nu al is Evenepoel met zijn 24 jaar volgens Merckx ‘een van de grootste Belgische wielrenners uit de geschiedenis’.
Dat gaat die jongen straks op het WK in Zürich bevestigen, voorspelde de oude meester op de dag van de olympische wegrit. ‘Ik zie niets Remco tegenhouden om daar de dubbel te rijden. In zijn vorm van vandaag, zal zelfs Tadej Pogacar moeite hebben om hem te verslaan.’ De helft van de voorspelling van de greatest of all times klopt alvast.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant