Home

‘Zonder Nasrallah kunnen we niets; dan wacht ons in Libanon het lot van Gaza’

Te midden van aanhoudende Israëlische bombardementen komt bij een deel van de mensen in Beiroet vooral de dood van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah hard aan. Nu Israël hem met grof geweld heeft omgebracht, leeft de vrees dat diens dood de opmaat kan zijn voor meer ellende.

Zaterdag, 11.50 uur

De weg naar het vliegveld van Beiroet is uitgestorven. De straatverkopers en auto’s waar het hier normaliter van krioelt, zijn nergens te bekennen. De stad trilt na van de zware Israëlische bombardementen van de avond ervoor, en die gedurende de hele nacht en ochtend zouden aanhouden. Tienduizenden inwoners van Dahieh zijn de voorbije uren noordwaarts gevlucht, uit hun sjiitische wijk vandaan, vaak met weinig meer dan hun mobiele telefoon en wat dekens.

Vanaf de Imam Khomeini-boulevard die dwars door dit bolwerk van de militante beweging Hezbollah loopt, is zwarte rook te zien. Minstens zes woonblokken zijn met de grond gelijkgemaakt, puur om de Hezbollah-bunkers eronder te raken.

Hoe groot het aantal burgerdoden precies is, is onduidelijk. De Libanese autoriteiten melden zes doden. Het lot van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah is dan nog ongewis. Het Israëlische leger claimt sinds een uur dat hij dood is, maar een bevestiging blijft uit. Op de propagandakanalen van Hezbollah blijft het urenlang stil, hetgeen de geruchtenstroom doet groeien.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.

12.47 uur

Nabij het Martelarenplein in hartje Beiroet zit Fadi Atwe (43) met een groep vrienden in een klein stadspark. Tientallen mensen hebben hier de nacht doorgebracht. Atwe laat een stuk karton zien waarop hij hoopte te kunnen slapen. ‘Maar ik heb geen oog dichtgedaan.’

Toen het Israëlische leger vrijdagavond beval tot evacuatie van delen van Dahieh, wist Atwe wat hem te doen stond. Op twee scooters vluchtte het gezin de stad in, waarna Atwe zijn vrouw en kinderen onderbracht bij familie.

Zelf ging hij in het park liggen. Op de vraag of Hezbollah zich wellicht met strijders in zijn straat ophield, reageert Atwe stekelig. ‘Dat zijn leugens. Iedereen in onze buurt is burger. De Israëliërs willen alleen maar verwoestingen aanrichten. Ze willen ons onze waardigheid afpakken.’

Wat hij zegt, valt niet te controleren. Een vrijwilliger komt aanlopen om het laatste nieuws te brengen: de wijk is opnieuw gebombardeerd. ‘Zes keer, hoorde ik.’

13.10 uur

In het park vouwt een man zijn handen voor het middaggebed, terwijl zijn kinderen door het gras draven. Ambulances scheuren met loeiende sirenes voorbij. Samar (40), een vrouw die niet met haar achternaam in de krant wil, is gevlucht uit de sloppenwijk Hay al-Solom, niet ver van het vliegveld. ‘Ik was op van de zenuwen door de explosies.’ Ze wacht nu op haar echtgenoot, zegt ze, die de wijk is ingeslopen om wat kleren te halen.

Bij de naam Nasrallah lichten haar ogen op. Samar weigert te geloven dat hij dood is. Ze heeft gehoord dat hij springlevend is en dezelfde middag nog de wereld zal toespreken.

Zoals veel sjiieten in Libanon ziet ze hem als een politiek vaderfiguur. ‘Zonder hem kunnen we niets. Hij beschermt ons, ik aanbid hem. Als Israël hem doodt, gaan we er allemaal aan. Dan wacht ons het lot van Gaza.’

Verderop in het park is een handvol mannen opgedoken van het gemeentebestuur. Aan Samar en haar familieleden vragen ze: ‘Zijn jullie Libanezen of buitenlanders?’

Een ogenschijnlijk vreemde vraag, maar dat is het niet. Tussen de families zitten Syrische vluchtelingen die eveneens in de Hezbollah-wijk woonden. Voor de tweede of derde keer in hun leven zit de oorlog hen op de hielen. ‘Ik heb geen verblijfspapieren’, zegt Mohammad (27) uit Damascus zachtjes. Hij wil niet worden teruggestuurd naar zijn geboorteland.

Alle Libanezen mogen meekomen, bevestigt een ambtenaar. Ze worden opgevangen in scholen en andere tijdelijke locaties. En de rest? Hij haalt de schouders op. ‘De Syriërs moeten zich wenden tot de Verenigde Naties.’

In het gras zit ook een plukje gastarbeiders en babysitters uit Zuid-Azië. Om hen bekommert niemand zich.

14.31 uur

Elders in de stad, voor de deur van een restaurant, klinkt een luide jammerklacht. Een vrouw heeft op de telefoon van een voorbijganger het nieuws gelezen. ‘Zijne eminentie, sayyid Hassan Nasrallah, de secretaris-generaal van Hezbollah, heeft zich aangesloten bij de grote, eeuwige martelaars’, zo bevestigt de beweging. ‘Wij betuigen rouw aan de meester van het tijdperk en van de tijd.’

Binnen luttele minuten weet de hele stad van zijn dood. Het woord sayyid, Arabisch voor ‘heer’, rolt van de lippen. Een bebaarde jongeman in een Adidas-shirt leunt vertwijfeld tegen een muurtje, zijn ogen rood omrand. In een voorbijrijdende auto dept een vrouw haar ogen met een witte zakdoek. Gesprekken verstommen, het ongeloof is van de gezichten te lezen.

Er zijn genoeg Libanezen, vaak met een andere religieuze overtuiging, die Nasrallah haatten, bijvoorbeeld omdat hij het land tegen heug en meug de Gazaoorlog insleepte, verantwoordelijk wordt gehouden voor de havenexplosie in Beiroet (2020), of omdat hij opdracht gaf tot de moord op de Libanese premier Rafiq al-Hariri in 2005. Maar dat is niet hoe sjiitische moslims het zien. ‘We hadden twee goden’, zal een van hen later tegen een Libanese krant zeggen. ‘Eén van hen is nu dood.’

15.15 uur

Op de boulevard aan de Middellandse Zee, waar Libanezen meestal naartoe gaan om te flaneren, moet een vrouw met een bloemenpatroon op haar hoofddoek door familieleden worden ondersteund. De dood van Nasrallah dreunt bij haar harder door dan de bombardementen die haar hebben doen vluchten. ‘Dood nog liever mijn kind’, treurt Lina met natte ogen, ‘maar niet de sayyid. Ik heb gisteren nog voor hem gebeden.’

Westerse verslaggevers krijgen argwanende blikken. Is Nasrallah niet gedood met Amerikaanse bommen? Twee opgefokte mannen hebben een ogenblik eerder een cameraploeg schreeuwend weggestuurd.

‘Amerika, Nederland, Groot-Brittannië, jullie dragen allemaal verantwoordelijkheid’, tiert Lina, terwijl haar zus haar voorzichtig richting een auto helpt. Eigenlijk was de familie op zoek naar onderdak voor de nacht, zegt Lina nog. Maar nu de sayyid er niet meer is, maakt het haar allemaal niks meer uit.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next