De Utrechtse onderzoeker Lorena De Vita vond een wasmand vol dagboeken van een onderhandelaar van de Duitse delegatie die ging over herstelbetalingen aan Holocaustslachtoffers. Vandaag krijgt ze voor haar onderzoek de Heineken Young Scientists Award.
Makkelijk was het niet, maar historisch was het wel. In het vroege voorjaar van 1952, nauwelijks zeven jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, onderhandelden Duitsland en Israël over Duitse herstelbetalingen aan slachtoffers van de Holocaust. In de relatieve stilte van kasteel Oud-Wassenaar, en met een van tevoren zorgvuldig afgestemd protocol, spraken regeringsvertegenwoordigers over Duitse schadevergoeding aan een internationale koepel van Joodse organisaties én aan de jonge staat Israël.
‘Dat was nieuw’, zegt Lorena De Vita, universitair docent geschiedenis van internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Na eerdere oorlogen en conflicten werd ook gesproken over herstelbetalingen, maar dat waren vrijwel altijd gesprekken tussen winnaars en verliezers. De onderhandelingen in Wassenaar waren een dialoog tussen daders en slachtoffers, een eerste voorzichtige poging om na de verschrikkingen van de Holocaust met elkaar in gesprek te komen.
‘Onderzoek over internationale betrekkingen gaat doorgaans over oorlogen en conflicten. Ik richt me in mijn werk op wat daarná gebeurt. Hoe kom je na een oorlog of na een genocide weer met elkaar in gesprek?’, zegt De Vita via videoverbinding vanuit het Verenigd Koninkrijk, waar ze een paar dagen verblijft voor een internationaal congres.
Over de auteur
Ernst Arbouw schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
De Vita (Rome, 1987) schreef eerder over de twee naoorlogse Duitse staten en het Arabisch-Israëlische conflict (Israelpolitik – German-Israeli Relations 1949-1969, verschenen in 2020). Inmiddels richt ze zich op vooral op de Duits-Israëlische onderhandelingen in Wassenaar en specifiek op een van de onderhandelaars: jurist en diplomaat Otto Küster, plaatsvervangend hoofd van de West-Duitse delegatie. Bij haar onderzoek stuitte ze onverwacht op zijn dagboeken (‘Letterlijk een wasmand vol, over een periode van 1932 tot 1989’). Voor het werk ontvangt ze vandaag in Amsterdam de Heineken Young Scientist Award in de geesteswetenschappen.
In historisch onderzoek komt steeds meer aandacht voor persoonlijke aspecten en min of meer gewone mensen. Dat lijkt juist bij uw onderwerp – relaties tussen staten – een uitdaging.
‘Ja, en het is nog steeds belangrijk om collega-onderzoekers te overtuigen dat het zinvol is je te richten op die gewone mensen. Lagere ambtenaren, wetgevers en beleidsmaker verdienen ook historische aandacht. Wanneer je mensen als Küster negeert in je onderzoek, dan zul je nooit écht begrijpen hoe de geschiedenis tot stand is gekomen.’
De besprekingen in Wassenaar waren niet makkelijk en zéker niet vanzelfsprekend. In Israël bestond grote weerstand tegen elke soort van dialoog met de Duitsers. Onder leiding van de latere premier (en nog later Nobelprijswinnaar) Menachem Begin demonstreerden in Jeruzalem 15 duizend mensen tegen de onderhandelingen – vierhonderd demonstranten werden daarbij opgepakt. Een onderhandelaar kreeg in Den Haag een bombrief, toegeschreven aan Israëlische tegenstanders van de voorzichtige toenadering.
In Duitsland stuitten de besprekingen ook op tegenstand. Grote delen van het land lagen nog altijd in puin en de bevolking had tekort aan werkelijk alles. Tegenstanders betoogden dat het geld voor een schadeloosstelling beter voor de Duitse wederopbouw kon worden gebruikt. Daar kwam nog bij dat het Duitse antisemitisme bepaald niet was uitgeroeid en dat allerlei hele en halve nazi’s kort na de oorlog terugkeerden op invloedrijke posities.
Om de gesprekken in goede banen te leiden, waren strikte afspraken gemaakt. Dat begon met de locatie: niet in Israël en zeker niet in Duitsland. De voertaal was Engels. ‘Iedereen aan tafel sprak Duits. De meeste Israëliërs waren voor de oorlog opgegroeid in Duitsland, of anders hadden ze er gestudeerd. Maar onderhandelen in het Duits, de taal van de daders, lag te gevoelig.’
Küster schrijft in zijn dagboek dat er ook afspraken waren om fysiek contact tussen de onderhandelaars te voorkomen. De Duitse diplomaten wachtten achter de tafel in de vergaderzaal op de Israëlische onderhandelaars, zodat de twee delegaties elkaar niet in de smalle gangen hoefden te passeren.
Hoe bent u Küster, als ‘relatief onbekende persoon’, op het spoor gekomen?
‘Ik kwam hem voor het eerst tegen in het archief van de Duitse christendemocraten in Sankt Augustin. Tijdens mijn promotieonderzoek vond ik daar een aantal getypte vellen, een transcriptie van zijn dagboeknotities ten tijde van de besprekingen in Wassenaar. De eerste woorden die ik las, brachten me als het ware daar in de zaal.’
Küster leek historisch interessant, en op basis van de paar biografische gegevens die De Vita had – familienaam, afkomstig uit de omgeving van Stuttgart – stuurde ze een brief. ‘Ik had met het telefoonboek een lijstje gemaakt. De eerste brief was raak: ik kreeg antwoord van zijn zoon.’
Na een aantal ontmoetingen in Stuttgart vertelde Küster junior dat de familie nog véél meer persoonlijke documenten had liggen. Of De Vita misschien wilde langskomen in Stuttgart? ‘Daar kwamen ze aan met letterlijk een wasmand vol dagboeken, 118 stuks over de periode van 1932 tot zijn dood in 1989.’
‘Ik was totaal verrast. Sprakeloos. Ik wilde ze onmiddellijk lezen, maar dat ging niet. De dagboeken zijn geschreven in een combinatie van modern Duits en Kurrentschrift en Sütterlin, twee vooroorlogse Duits schoolhandschriften. Sütterlin kan bijna niemand nog ontcijferen. Zelfs Küsters zoon kon de dagboeken van zijn vader niet lezen.’
Hoe kunt u de dagboeken toch lezen?
‘Ik realiseerde me vrij snel dat ik dit niet alleen afkon, daarom heb ik een interdisciplinair team bij elkaar gebracht. We hebben de pagina’s gescand in Transkribus, een programma dat met kunstmatige intelligentie handschriften transcribeert. Daarmee gaan we de komende tijd aan het werk.’
Dergelijke transcriptieprogramma’s hebben toch ook trainingsmateriaal nodig – een stuk van de oorspronkelijke tekst dat al getranscribeerd is?
‘Ja dat klopt, maar gelukkig had ik de overgetypte dagboeknotities die ik eerder had gevonden in het archief in Sankt Augustin. Dat was mijn ‘Steen van Rosetta’ (de archeologische vondst die doorslaggevend was bij het ontcijferen van hiëroglyfen, red.). Er is ook nog een boekje met passages uit de dagboeken verschenen in 1956. Moeilijkheid is wel dat de dagboeken een lange periode beslaan. In de loop der tijd verandert geleidelijk Küsters handschrift. Dat is nog een uitdaging.’
Die periode loopt van 1932 tot 1989. Dagboeken uit de nazitijd, de oorlog, de wiedergutmachung en de Koude Oorlog. Dat is vrij veel Duitse geschiedenis.
‘Alleen de jaren 1940-1944 ontbreken, toen Küster als Wehrmachtsoldaat gelegerd was in Noord-Frankrijk. Het is lastig te zeggen waarom de oorlogsjaren ontbreken – daar kunnen allerhande goede redenen voor zijn. Interessant is het wel.’
Als Duitse man ontkwam Küster tijdens de Tweede Wereldoorlog niet aan de dienstplicht, maar hij was een overtuigd antinazi. Hij was in 1933 ontslagen als hulprechter vanwege zijn kritiek op Hitler en de nationaalsocialisten. Na de oorlog heeft hij zich in verschillende functies ingezet voor Duitse herstelbetalingen aan Holocaustslachtoffers, eerst in dienst van de deelstaatregering van Baden-Würtemberg, later als onderhandelaar in Wassenaar, daarna als advocaat.
Wat voor beeld krijgt u van hem?
‘Hij laat in zijn dagboeken vrij veel van zijn emoties zien. Dat is niet iets dat ik verwachtte bij een Duitse jurist in de jaren vijftig – ik was gewend aan diplomatieke notities en andere officiële stukken. Dit was anders, heel direct. Hij schrijft ook over zijn frustraties over de regering in Bonn. De Duitse regering zette de delegatieleden behoorlijk onder druk om het schadebedrag zo laag mogelijk te houden. Küster is om die reden ook voor het einde van de besprekingen opgestapt.’
Voor wie schreef hij eigenlijk? Waren de dagboeken bedoeld als zelfreflectie of waren ze gericht op toekomstige lezers – een historicus als u bijvoorbeeld?
‘Vergeet niet dat hij zélf die overgetypte pagina’s in het archief in Sankt Augustin heeft gemaakt. Dat heeft hij gedaan om door historici gelezen te worden. Küster heeft bovendien nog enkele andere fragmenten gepubliceerd. Er was zeker een publieksgericht element in een deel van zijn dagboeken.’
Dankzij Küsters dagboeken krijgen we inzicht in de Duitse kant van de besprekingen in Wassenaar. Zijn er ook persoonlijke documenten van Israëlische onderhandelaars?
‘Ja, de Israëlische delegatieleider Felix Shinnar schreef bijvoorbeeld in zijn memoires over de gesprekken. Opvallend verhaal: op de tweede dag liet Küster via een Nederlandse bode een briefje aan Shinnar bezorgen: ‘Hoor ik bij u mogelijk een Schwäbisch accent?’ Dat bleek inderdaad het geval. Sterker nog: Shinnar schrijft dat ze op dezelfde middelbare school hebben gezeten. Ze hebben dezelfde klassen gevolgd bij dezelfde leraren.’
Twee vergelijkbare mannen eigenlijk.
‘Ja, helemaal. Shinnar is in 1934 vanuit Duitsland geëmigreerd naar het toenmalige Palestina. Hij heeft toen ook zijn naam veranderd. Hij is geboren als Felix Schneebalg.
‘Hij werd na de besprekingen in Wassenaar de eerste vertegenwoordiger van Israël in West-Duitsland. Het mocht toen nog geen ambassadeur heten – dat lag allemaal heel gevoelig. De twee landen kregen pas in 1965 officiële diplomatieke banden.’
Terug naar het begin: in hoeverre heeft het persoonlijke aspect hier nou het verschil gemaakt?
‘Je moet voor ogen houden dat het van tevoren helemaal niet zeker was dat er herstelbetalingen zouden komen. Toch is dat gebeurd: Duitsland ging destijds akkoord met ongeveer 4 miljard mark schadevergoeding aan Holocaustslachtoffers en aan de staat Israël. In de loop der jaren is uiteindelijk is een veelvoud van dat betaald. Angela Merkel omschreef de gesprekken ooit als ‘een mirakel’, maar uiteindelijk was het vooral door de persoonlijke betrokkenheid van de individuele onderhandelaars dat de gesprekken een succes waren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant