Wie elke dag op de weegschaal gaat staan, kan soms schrikken van het resultaat. Ook na een dag gezond eten en sporten. Waarom schommelt ons gewicht eigenlijk zo? En wanneer kun je jezelf het beste wegen?
Hoe is het mogelijk? Kroketten overgeslagen voor een quinoasalade en een uur op een loopband gestaan. Maar de weegschaal is meedogenloos: een halve kilo zwaarder dan gisteren. ‘Stop er gewoon mee. Er ligt nog een bak ijs in de vriezer’, fluistert het duiveltje op de schouder.
Toch kan je na een teleurstellend weegmoment beter niet naar dat duiveltje luisteren. Dagelijkse schommelingen in gewicht zijn volgens Jaap Seidell, hoogleraar voedingswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, heel normaal. ‘Die worden vooral veroorzaakt door het vochtgehalte in je lichaam.’
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Dat vochtgehalte verandert niet alleen door het drinken van een glas water. Ook voedsel speelt een rol. Seidell: ‘Eten bestaat ook voor 80 tot 90 procent uit vocht.’ Dat vocht bewaart ons lichaam tussen de cellen en uiteindelijk in de blaas. Zo draagt het bij aan het getal op de weegschaal.
‘Samen met de ontlasting die nog in de darmen zit, gaat het al gauw om een kilo’, aldus Seidell. Geen nieuwe constatering, overigens. In 1972 zette een Britse onderzoeker 140 jonge soldaten elke dag op de weegschaal. Bijna een op de drie keer verschilde het gewicht van een proefpersoon ruim een halve kilo in vergelijking met de dag ervoor. Ook de vochtbalans – de inname door eten en drinken min de uitgifte door urine – werd bijgehouden en ja hoor: meer vocht in het lichaam leidde tot een hoger gewicht.
Bij vrouwen speelt nog iets mee: de menstruatiecyclus. Die beïnvloedt, door de veranderende hormoonspiegel, de vochthuishouding. Tijdens de ongesteldheid neemt het gewicht gemiddeld met meer dan een halve kilo toe, een effect dat aan het eind van de cyclus weer verdwijnt.
Seidell merkte dat zulke schommelingen demotiverend kunnen werken. ‘Wie bezig is met een dieet en aankomt, denkt al snel: dit gaat niet goed.’ Zo vaak mogelijk op de weegschaal stappen is dus onverstandig. Maar regelmatig wegen is toch belangrijk als je wil afvallen. ‘Het werkt als een soort geheugensteuntje.’
Dat is ook de conclusie van de meeste gewicht-opschrijf-onderzoeken, waarbij sommige mensen met overgewicht hun gewicht bijhouden, en andere juist niet. Meestal is er een duidelijk patroon zichtbaar: regelmatig wegen zorgt voor meer gewichtsverlies. Bij een aantal onderzoeken had de wegende groep zelfs minder last van depressies. Seidell adviseert: ‘Het bijhouden van een grafiekje werkt heel goed.’
Daarbij is het volgens Seidell belangrijk je moed niet te verliezen als de voortgang stokt. ‘In het begin verlies je relatief veel gewicht. Tijdens het sporten verbrandt het lichaam eerst de voorraad koolhydraten.’ Bij de vetverbranding, die daarna pas begint, komt veel minder water vrij. ‘Dat eerste gewichtsverlies is vooral vocht. Wanneer dat minder wordt, ben je eigenlijk pas goed bezig.’
Nieuwe fitnessambities brengen ook een gevaar met zich mee. Mensen overschatten de hoeveelheid calorieën die ze verbranden tijdens een work-out. In sommige gevallen kan dit zelfs leiden tot gewichtstoename. Een lichaam dat meer is gaan sporten verlangt namelijk naar extra koolhydraten.
In 2016 spitten wetenschappers van het Radboud UMC 117 verschillende onderzoeken naar gewichtsverlies door. Wat bleek: een caloriearm dieet heeft meer effect op lichaamsgewicht dan sporten. Maar het beste is om allebei te doen: sporten helpt beter bij het verliezen van orgaanvet.
Gewicht is sowieso geen allesbepalende factor, benadrukt Seidell: ‘Wanneer doktoren overgewicht vaststellen, meten ze ook lengte, buikomvang, bloeddruk, cholesterolwaarden en de bloedsuikerspiegel.’
Maakt het voor het behalen van gewichtsdoelen dan nog uit of je jezelf ’s ochtends of ’s avonds weegt? Seidell: ‘Als je het maar altijd op hetzelfde moment doet. Persoonlijk zou ik het ’s ochtends doen, als je net naar het toilet bent geweest. Dan haal je de meeste variatie eruit.’ Nog een tip: ‘Ga altijd op dezelfde weegschaal staan. Weegschalen verschillen onderling soms nogal.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant