Het kabinet heeft besloten om een laatste afgebakende groep Afghaanse bewakers, die Defensie en de Nederlandse ambassade in Kabul hebben ondersteund, niet in aanmerking te laten komen voor de komst naar Nederland. Het kabinet keert zich daarmee tegen een grote Kamermeerderheid én een besluit van het demissionaire kabinet.
Dat kabinet besloot vlak voor het zomerreces dat enkele tientallen ambassadebewakers en maximaal 45 bewakers tijdens de missie in Uruzgan (2006-2010) alsnog in aanmerking kwamen om met hun kerngezin naar Nederland te komen. Dat besluit volgde op een motie van Kati Piri (GroenLinks/PvdA) die door de hele Kamer werd aangenomen, uitgezonderd PVV, Forum, JA21 en Groep Van Haga.
Maar het nieuwe kabinet voelt zich niet gehouden aan dat besluit of aan de motie. In de brief motiveren ministers Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken/NSC), Ruben Brekelmans (Defensie/VVD) en Marjolein Faber (Asiel en Migratie/PVV) hun besluit niet, maar de begeleidende nota staat vol kostenberekeningen waarbij het opeens in theorie zou kunnen gaan om 4.660 defensiebewakers en hun gezinnen. Er zouden al verzoeken zijn ontvangen van 31 ambassadebewakers en 137 defensiebewakers, reden dat het besluit dat voor niemand nog iets wordt gedaan zo snel mogelijk wereldkundig moet worden gemaakt.
Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Kati Piri reageert ontstemd op het besluit. ‘Migratie is een splijtzwam in de Nederlandse politiek, maar er is altijd een brede consensus geweest dat we onze ereschuld aan Afghaanse oud-medewerkers moeten inlossen. Het is harteloos en woestmakend dat het kabinet weigert de laatste evacuees over te laten komen.’ Volgens Piri zijn ‘alle zorgen over het lot van de Afghaanse vrouwen en de wreedheid van de Taliban holle woorden als het kabinet zelfs onze oud-medewerkers aan hun lot overlaat’. Piri is van plan dinsdag een spoeddebat over de kwestie aan te vragen.
Ook oud-voorzitter van de militaire vakbond Anne-Marie Snels reageert boos. ‘Het is een grof schandaal om mensen die jarenlang voor ons hebben gewerkt, daardoor nog steeds groot gevaar lopen, en van wie er een aantal al vermoord is, zó in de steek te laten. Dit kabinet moet zich héél diep schamen dat het in tegenstelling tot veel andere landen zo met oud-collega’s omgaat.’
Het verhaal van de oud-bewakers van de Nederlandse ambassade in Kabul is extra pijnlijk, omdat deze mensen tijdens de val van Kabul al de noodklok hebben geluid en vervolgens maandenlang door Buitenlandse Zaken aan het lijntje zijn gehouden. Tijdens de periode van actieve evacuatie heeft het departement nota bene zelf aan het bedrijf, waarvan de bewakers waren ingehuurd, gevraagd om een lijst van bewakers die langer dan tien jaar voor de veiligheid van de ambassade hadden gezorgd. Dat leverde een lijst op met meer dan dertig namen.
Vervolgens hoorden deze mensen maandenlang niets, ondanks hun smeekbeden, om uiteindelijk uit Nederlandse media (na vragen van de Volkskrant aan het ministerie) te moeten vernemen dat Buitenlandse Zaken niets voor ze ging doen. Daarbij werd het argument gehanteerd dat ze niet rechtstreeks in dienst waren van Nederland. Als dank voor gedane diensten kregen ze vier maandsalarissen mee bij hun ontslag. Nadat eerst minister Ben Knapen hun verzoek afwees, volhardde zijn opvolger Wopke Hoekstra (beide CDA) in die houding. Het was pas onder de ministers Hanke Bruins Slot (CDA) en haar D66-collega Kajsa Ollongren op Defensie dat uiteindelijk ten gunste van hen werd besloten. Maar een paar maanden later is de deur opnieuw dicht.
Ondertussen heeft het vorige kabinet in een nieuwe richtlijn wel vastgelegd dat bij toekomstige ellende en evacuatie van Nederlandse posten wereldwijd al het lokale personeel, dat niet rechtstreeks door Nederland in dienst is genomen, niet op evacuatie hoeft te rekenen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant