Home

‘Die betere wereld wil ik ook voor mezelf’

Als directeur van Bits of Freedom is Evelyn Austin (36) immer waakzaam voor digitaal machtsmisbruik door overheden en grote bedrijven wier belangen haaks staan op die van individuele burgers: ‘We staan onder druk in het publieke debat, net zoals de rechtsstaat en de journalistiek.’

Voor potentiële gevaren en vormen van machtsmisbruik staat haar zenuwstelsel ‘redelijk scherp afgesteld’. Ook heeft ze een ‘grote intolerantie voor onzekerheid’, die ze pareert met de overtuiging dat ‘je het leven niet onder controle kunt brengen’ en dat ‘niets hoeft te zijn zoals het is’.

Die laatste gedachte noemt ze ‘bevrijdend’, omdat ‘alles wat slecht lijkt te gaan, ook weer anders kan worden’. Haar scherpe afstelling valt niet los te zien van haar jeugd die zich afwisselend in de VS en Nederland afspeelt – met haar ouders en broer verhuist ze enkele malen heen en weer.

De onrust die daaruit spreekt, is er ook in huis: ‘De ene dag kon het fantastisch zijn, de volgende doffe ellende. Je kon maar beter op het ergste voorbereid zijn. Dat hield verband met het onberekenbare gedrag van mijn vader, waar ik verder niet op in wil gaan. In ieder geval heb ik van jongs af geleerd waakzaam en alert te zijn.’

Die instelling komt de 36-jarige Evelyn Austin uitstekend van pas als directeur van Bits of Freedom, een onafhankelijke stichting met veertien medewerkers, 4.500 donateurs en 1.500 vrijwilligers. Sinds 1999 strijdt de organisatie voor ‘digitale rechten’ en tegen zowel bedrijven als overheden. De laatsten hebben de niet te onderdrukken neiging hun macht over burgers te willen vergroten, stelt Austin.

Over deze serie
In Het Ideaal interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

De door Bits of Freedom jaarlijks uitgereikte Big Brother Awards zetten de schijnwerpers op de excessen. De Belastingdienst en het ministerie van Justitie zijn herhaaldelijk in de prijzen gevallen. ‘Het grote machtsverschil tussen de overheid en de burger’ is reden voor ‘permanente waakzaamheid’, vindt Austin. Maar ook de grote techbedrijven verdienen argwaan. Hun algoritmes geven ‘aan extreme content de voorrang boven genuanceerde informatie, waardoor ze het publieke debat vervormen’.

Platformen als Meta, X en Telegram kregen een Big Brother Award vanwege hun weigering te strijden tegen oproepen tot geweld door hun gebruikers: ‘Ze pretenderen neutraal te zijn, maar de extreme uitingen die de meeste aandacht trekken en daarmee het gunstigst voor hun verdienmodel zijn, zijn conservatief, racistisch en vrouwonvriendelijk, dus absoluut niet neutraal.’

Het is de samenwerking tussen ‘Big Brother’ en ‘Big Tech’ die haar het meest zorgen baart: ‘Overheden maken van die bedrijven en hun technologie gebruik om hun burgers te controleren. Samen vormen ze een enorme macht.’ Maatschappelijke organisaties moeten tegenwicht bieden, maar leggen te weinig gewicht in de schaal: ‘We staan onder druk in het publieke debat, net zoals de rechtsstaat en de journalistiek.’

Toch ziet ze een lichtpunt: ‘Zowel binnen de overheid als erbuiten worden mensen zich bewuster van de gevaren van technologie.’ Activisme is voor haar ‘je bewegen tussen hoop en wanhoop’. Om eraan toe te voegen: ‘Ik bevind me meestal aan de kant van de hoop.’

Wat ziet u als uw ideaal?

‘Voor mij draait het om veilig zijn. Vrijheid zie ik als de andere kant van die medaille. Wanneer je veilig bent, hoef je niet waakzaam te zijn, kun je jezelf zijn, je in vrijheid ontwikkelen. In het publieke debat wordt veiligheid vaak ingeperkt tot criminaliteit, de discussie over law-and-or­der, maar ik vat het breder op. Het gaat voor mij ook bijvoorbeeld over je geen zorgen hoeven maken over je bestaanszekerheid. Niet dat dat haalbaar is, maar je kunt er wel naar streven door voor gelijke kansen op te komen. In de context van mijn werk gaat het vooral over je veilig voelen ten opzichte van de macht van de overheid.’

Is geen zorgen hebben dan het doel?

‘Een wereld waarin mensen vrij van zorgen zijn bestaat niet. Dat lijkt me ook helemaal niet goed, het zou betekenen dat je de problemen van anderen negeert. Als je zorgeloos door het leven gaat, heb je geen oog voor anderen. Ik zou me daar heel oncomfortabel bij voelen. Nee, waar het mij om gaat is dat je in vrijheid erachter kunt komen wie je bent, waar je voor staat en waar de grenzen van anderen liggen. Om je te ontplooien moet je ook risicovolle dingen durven ondernemen en dus je veilig voelen om te kunnen experimenteren. Dat vereist een veilige basis, waar je niet waakzaam hoeft te zijn.’

Heeft u die in uw jeugd ontbeerd?

‘Ik heb hem buiten ons gezin gevonden. Op de middelbare school ging ik vaak naar het jongerencentrum van Veenendaal, Escape. Dat werd voor mij erg belangrijk, omdat ik me er vrij kon voelen, evenementen kon organiseren. De maatschappelijke norm is dat het gezin een veilige basis biedt, maar als dat niet werkt, kan een jongerencentrum uitkomst bieden.’

Daarna koos u voor literatuurwetenschap in Amsterdam. Wat bracht die studie u?

‘Ik leerde dat je de werkelijkheid door oneindig veel lenzen kunt bezien en dat iedere lens een andere betekenis en waarde met zich meebrengt. Dat is in de samenleving net zo, met alle verschillen in normen en waarden tussen mensen. De normen die we hanteren werken lang niet voor iedereen. Als je maar ietsje erbuiten valt, kan het snel flink mis gaan. We hebben in Nederland weinig tolerantie voor ervan afwijken.’

Waar denkt u aan?

‘Aan een goede vriendin die ziek werd, waarna ze in de mallemolen van het UWV belandde. Op basis van bar weinig informatie werd bepaald wat ze wel en niet zou kunnen, waar ze recht op had en wat ze mocht verdienen. Ze werd aan een onveilig, gewelddadig systeem blootgesteld. Terwijl je eigenlijk in relatie tot de overheid weerbaar zou moeten zijn, dankzij een rechtsstaat met duidelijke regels, waaraan de overheid zich dient te houden en waarop je iemand kan aanspreken wanneer dat niet gebeurt. Helaas respecteert de overheid zijn eigen regels lang niet altijd.’

Wanneer niet?

‘Neem de politie. In 2020 bleek uit een onderzoek van ons dat die de Wet politiegegevens stelselmatig overtreedt: van de 36 essentiële systemen die ze gebruikten, bijvoorbeeld voor het vastleggen van verhoren, voldeed er niet één aan de privacy-eisen in de wet. Zelf zegt de politie dat ze de grenzen van de wet opzoekt, maar volgens ons gaan ze er duidelijk overheen, ook bijvoorbeeld bij het inzetten van gezichtsherkenning of met het gebruiken van risicoprofielen van mensen.

‘Je ziet dat ook bij de Belastingdienst en ministeries. Die komen daarmee weg zolang de politiek hen niet tegenhoudt. Dat gebeurt maar een enkele keer, bijvoorbeeld toen de (veiligheidscoördinator) NCTV jarenlang onbevoegd mensen op internet bleek te hebben bespioneerd.’

Hoe verklaart u die neiging van de overheid?

‘Die overheidsinstanties hebben last van iets wat ik wel herken: controledwang – ze willen problemen onder controle krijgen en het liefst al preventief bestrijden. Dat gaat samen met een blind geloof in technologie, aan data kennen ze vaak een grote waarde toe, alsof het om objectieve waarheden gaat. Die worden bijvoorbeeld ingezet om voorspellingen over gedrag van burgers te doen, terwijl je dan eigenlijk niets anders doet dan het verleden repliceren. Als je op basis van data meer agenten naar een probleemwijk stuurt, ga je vanzelf meer misstanden vinden.

‘Een echt kwalijk voorbeeld vind ik de Top400-aanpak van de gemeente Amsterdam, bedoeld om jongeren uit de zware criminaliteit te houden. Met een algoritme zijn voorspellingen over hun gedrag gedaan, waarna allerlei instanties, zoals de politie en de school, die informatie met elkaar zijn gaan delen.’

Op zich toch een goed streven.

‘Jawel, maar het leidt ertoe dat jongeren die niets strafbaars hebben gedaan als risico worden gezien. Ze krijgen van de overheid te horen: het risico bestaat dat jij dit pad gaat volgen. Dan loop je het gevaar dat iemand zich ernaar gaat gedragen. Als er in je wordt geprikt, met ook nog extra agenten en camera’s in je buurt, doet dat iets met je identiteit. Het raakt aan iemands gevoel van veiligheid.

‘Je versmalt de marges waarbinnen iemand kan verkeren, wanneer je tot dan toe gescheiden werelden als ouders, school en politie aan elkaar koppelt. Het wordt voor iemand minder goed mogelijk op verschillende plekken een ander deel van jezelf te zijn, in feite word je tot één persoon platgeslagen. Over dit soort gevolgen van technologie wordt door de overheid nauwelijks nagedacht. Wij willen dat de gemeente Amsterdam stopt met dit soort gebruik van risicoprofielen en dus met de Top400-aanpak. Zo niet, dan stappen we naar de rechter.’

Hoeveel weerstand roepen jullie stellingnames op?

‘De reacties van Amsterdam op dit voorgenomen proces zijn tamelijk intolerant geweest. Het klimaat voor activisten is, vind ik, over het algemeen verslechterd – we worden snel bestempeld als onruststokers of bedreigingen voor de openbare orde. Toen wij tijdens corona kritisch waren op bepaalde overheidsmaatregelen, gingen mensen op sociale media helemaal los – door ons zouden er doden vallen. Ik ben op ons werk in die tijd juist trots. We zagen de corona-app van minister De Jonge al vroeg aankomen en hebben daardoor invloed gehad op de privacy-waarborgen. Dat is een resultaat dat op toekomstige apps van de overheid doorwerkt.

‘Weerstand ondervinden we ook wanneer er Europese regels over AI moeten worden afgesproken. We staan dan tegenover de lobbykracht van de industrie. Toch hebben we ervoor kunnen zorgen dat er in de Europese verordening een mensenrechtentoets staat. Die maakt in de toekomst hopelijk zo’n Top400-aanpak lastiger. We hebben er ruim drie jaar aan gewerkt, het is werk met een lange adem.’

Met een resultaat waar het grote publiek niet van onder de indruk is.

‘Het is inderdaad niet zo aansprekend als zeehondjes helpen. Tegelijk zie ik wel dat het bewustzijn over de gevaren van technologie toeneemt – onze achterban bestaat niet meer alleen uit IT’ers en juristen, zoals vroeger. Het wordt nu breder gedragen. Maar een groot publiek bereiken we niet. Ons werk komt neer op kleine stapjes in grote dossiers zetten, heel pragmatisch. Binnen Bits leeft ook niet zo het gevoel dat we aan een ideaal werken.’

Toch spant u zich niet aflatend en onbaatzuchtig in voor een betere samenleving.

‘Nou, ik krijg ook gewoon betaald en ik leer veel, dus zo onbaatzuchtig is het niet. Bovendien wil ik die betere samenleving ook voor mezelf – ik geloof niet dat jij en ik veilig of vrij kunnen zijn als veel anderen dat niet zijn. Mijn eigen ‘stake’ is dus groot. Altruïstisch ben ik niet, maar wel een idealist.’

Zit er ook een prijs aan idealen?

‘Bij activistische organisaties is burn-out altijd een groot probleem. Vaak gaat het mis wanneer iemand de problemen van de wereld op zijn schouders neemt. Dan werkt hij al hard, maar komt erachter dat dat onvoldoende effect heeft en besluit hij nog meer te doen. Uiteindelijk verliest hij dan zichzelf. Zelf kan ik het werk gelukkig goed naast me neerleggen, omdat ik ervan doordrongen ben dat ik mijn hele werkveld nooit onder controle ga krijgen. Niks van waarde is controleerbaar.

‘Waar ik wel meezit is dat ik voor dit werk permanent risico’s moet inschatten. Die waakzame houding ken ik maar al te goed, maar ik weet niet of ik wel zo in het leven wil blijven staan.’

Boektip: On Freedom, Maggie Nelson

‘Dit boek heb ik verslonden, omdat het mijn begrip van vrijheid wist te verrijken. Deze Amerikaanse cultuurcritica laat aan de hand van thema’s (debatten in de kunstwereld, seksuele bevrijding, wanhoop over de klimaatcrisis) zien hoe vrijheid geen einddoel is, maar juist iets dat we voortdurend moeten proberen te ervaren en beoefenen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next