Vandaag startnummer 1, het nummer dat al decennialang toebehoort aan de wereldkampioen, maar dat is niet altijd zo geweest. Vooral in de beginjaren van de Formule 1 zijn de coureurs niet zo bezig met dat startnummer. Het zijn de lokale Grand Prix-organisatoren die lukraak – vaak op basis van dag van inschrijving of alfabet – de startnummers voor hun race uitdelen.
Juan Manuel Fangio op Silverstone met startnummer 1
Foto door: Motorsport Images
Zo rijden de Alfa Romeo's in de allereerste Formule 1-race – de Britse Grand Prix van 13 mei 1950 – met de startnummers 1, 2, 3 en 4, omdat het Italiaanse team zich nu eenmaal als eerste aanmeldt voor die race. Twee weken later in Monaco verschijnt er niet eens een auto met #1 aan de start. De Automobile Club de Monaco deelt slechts even startnummers uit en de Alfa's rijden in het prinsdom met de nummers 32, 34 en 36. Men doet maar wat dat eerste seizoen. Niet vreemd, omdat er natuurlijk nog geen wereldkampioen is om te eren, maar ook in de daarop volgende seizoenen worden de startnummers volstrekt willekeurig toegewezen. Aan die praktijk komt pas na zo'n twintig jaar een einde.
Want hoewel er links en rechts al weleens een wereldkampioen met het nummer 1 rijdt, duurt het nog tot halverwege 1973 voordat de Formule 1 besluit om het verdelen van de startnummers in eigen hand te nemen. Het team van de wereldkampioen (dus niet de coureur zelf) krijgt het seizoen erop de startnummers 1 en 2. Dat levert meteen in 1974 een vreemde situatie op. Jackie Stewart is in 1973 namens Tyrrell individueel wereldkampioen geworden, maar de constructeurstitel gaat naar Lotus en zo kan het zijn dat in 1974 Lotus-coureur Ronnie Peterson met het startnummer 1 mag pronken.
McLaren-coureur Emerson Fittipaldi wordt '74 wereldkampioen en dus krijgt McLaren een jaar later het #1 toebedeeld. Omdat Fittipaldi ook in '75 bij McLaren rijdt, is er voor het eerst een wereldkampioen die met recht het #1 op zijn auto start.
Emerson Fittipaldi in 1975
Foto door: Ford Motor Company
In de loop der jaren wordt het startnummer #1 een van de succesvolste in de Formule 1. Dat klinkt logisch, maar is het natuurlijk niet. In het verleden behaalde resultaten bieden namelijk ook in F1 geen garanties. Toch blijkt het #1 een talisman. Maar liefst zeventien keer in de F1-geschiedenis wint een coureur rijdend met dat startnummer op zijn auto opnieuw de wereldtitel. Max Verstappen doet dat bijvoorbeeld twee keer, in 2022 en 2023. Zijn eerste titel (en daarmee het recht om het nummer 1 te mogen voeren) wint hij uiteraard met zijn eigen startnummer #33.
Lewis Hamilton veroverde opmerkelijk genoeg nog nooit een wereldtitel met nummer 1. De Engelsman is weliswaar recordkampioen, maar rijdt maar één seizoen met het kampioensnummer, in 2009 na zijn eerste wereldtitel bij McLaren. Met Mercedes pakt hij zes titels, maar in al zijn jaren bij de stal uit Brackley behoudt hij zijn persoonlijke startnummer 44. De coureur die het vaakst met nummer 1 wereldkampioen werd? Uiteraard Michael Schumacher. De Duitser wint voor het eerst in 1994 de wereldtitel, dan nog met #5. Het jaar erop krijgt Benetton het nummer 1 toebedeeld en wint Schumacher bij die stal zijn tweede titel. Bij Ferrari wint hij vijf titels, waarvan vier met #1.
Michael Schumacher, Ferrari F2001
Foto door: Ercole Colombo
Source: Motorsport