In ruim veertig jaar is Hezbollah uitgegroeid tot een omvangrijke beweging met minstens drie verschillende gezichten. Wat wil de sjiitische strijdgroep bereiken in het huidige conflict met Israël, en is dat doel nog haalbaar? Vijf vragen.
Terwijl de gevechten in alle hevigheid doorgaan, draait ook de diplomatie in het Midden-Oosten overuren. Sinds twee dagen doen onderhandelaars namens de VS en Frankrijk koortsachtige pogingen om een kortstondig bestand tussen Israël en Hezbollah te bewerkstelligen. De ‘gevechtspauze’ zou twee à drie weken moeten duren, om de strijdende partijen de tijd te geven tot een akkoord te komen.
Is dat kansrijk? Volgens het kantoor van premier Benjamin Netanyahu gaan de gevechten in het noorden gewoon met ‘volle kracht’ door. Ook voor Hezbollah zal het niet meevallen om voor een pauze te tekenen, al zit de militante beweging evenmin te wachten op een nog grotere oorlog, die heel Libanon in puin zou leggen.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
Wat wil Hezbollah dan wel?
Een wapenstilstand in Gaza. Het was Hezbollah dat op 8 oktober 2023 (een dag na de terreuraanval van Hamas) de eerste raketten richting Israël afvuurde, in de hoop het Israëlische leger dermate te ontregelen dat het minder effectief zou kunnen optreden tegenover Hezbollahs bondgenoot Hamas. Sindsdien heeft Hezbollahleider Hassan Nasrallah volgehouden dat de twee fronten aan elkaar gekoppeld zijn. Stopt de Gaza-oorlog, zo zegt hij, dan stoppen ook onze raketten.
In het officiële Amerikaans-Franse communiqué ontbreekt – op papier althans – die koppeling. De hoop van sommige diplomaten dat het ene bestand tot het andere kan leiden, lijkt wensdenken. Analisten zijn daarom sceptisch. ‘Als Nasrallah hier ja tegen zegt, dan is dat een capitulatie’, zegt Heiko Wimmen, Libanon-analist namens de International Crisis Group. ‘Dan accepteert hij dat vijfhonderd van zijn strijders de afgelopen elf maanden voor niks zijn gestorven. Dat gaat hij niet doen.’
Vertegenwoordigt Hezbollah alle Libanezen?
Nee. Hezbollah (letterlijk de ‘partij van God’) is van oorsprong een sjiitisch-islamitische groepering die leunt op de steun van sjiieten, terwijl Libanon als geheel een lappendeken is met achttien religieuze groepen, variërend van maronieten (christenen) tot soennitische moslims. Veel van hen hebben hun eigen beschermheren. De kwestie of je Hezbollah wel of niet steunt is al jaren een splijtzwam onder Libanezen – niet alleen tussen de groepen, maar nadrukkelijk ook erbinnen.
Hoe groot is de steun voor Hezbollah?
Grofweg 30 procent van de Libanezen zegt ‘groot’ vertrouwen te hebben in Hezbollah, zo blijkt uit de meest recente enquête, afgenomen door Arab Barometer. Andersom zegt 55 procent geen enkel vertrouwen in de strijdgroep te hebben. Voor het uitbreken van de Gaza-oorlog lag dit niet wezenlijk anders. Onder sjiieten is de steun verreweg het grootst (85 procent), onder soennieten en christenen (5 à 10 procent) beduidend minder.
Een van de langetermijnproblemen die Hezbollah heeft, is dat steeds meer Libanezen de beweging zien als deel van het politieke establishment dat de status quo ten koste van alles wil verdedigen. Een onderzoek naar de verwoestende explosie in de haven van Beiroet, vier jaar geleden, is door Hezbollah vakkundig lamgelegd.
Hoe is Hezbollah zo machtig geworden?
Hezbollah is ontstaan rond 1982, als gevolg van Israëls eerste invasie van Libanon. Ook toen wilden de Israëliërs een groepering verjagen uit het zuiden, namelijk de Palestijnse bevrijdingsbeweging PLO. Dat lukte, maar Israëls bloedige optreden leverde het land nieuwe vijanden op, waaronder het nieuw ontstane Hezbollah. De wapens voor de groepering kwamen rechtstreeks van het Iraanse bewind, dat instructeurs van de Revolutionaire Garde stuurde om de beweging op poten te zetten.
Ruim veertig jaar later is Hezbollah uitgegroeid tot een omvangrijke beweging met minstens drie verschillende gezichten. In het Westen domineert het beeld van Hezbollah als een terroristische organisatie, en het klopt dat de groepering in het verleden aanslagen heeft gepleegd (in 2012 nog op een bus met Israëlische toeristen in Bulgarije).
Het tweede gezicht is heel anders, en draait om sociale diensten. Een doorsnee sjiitisch gezin kan boodschappen doen bij een door Hezbollah gefinancierde supermarkt, verzorgd worden bij een van de eigen ziekenhuizen en bij verkiezingen stemmen op Hezbollah-kandidaten. Jongens kunnen bij de Hezbollah-scouts, weduwen krijgen smartengeld voor hun omgekomen echtgenoten (‘martelaars’).
Naar de rest van het land profileert Hezbollah zich – ten derde – als de enige groepering die het kleine land tegen het machtige Israël kan verdedigen. Dat de groep zo invloedrijk is gebleven heeft, afgezien van de enorme financiële steun uit Iran, te maken met het feit dat de Libanese staat stuurloos en failliet is. Het nationale leger is niet voor niets veel zwakker dan Hezbollah.
Hoe sterk is de groepering nog, na alle Israëlische aanvallen?
Afgaand op het grote aantal kopstukken dat Israël de voorbije weken wist te doden, zou je denken dat de beweging zwaar gehavend is. Donderdag werd topcommandant Mohammad Hussein Srour gedood, naar verluidt het hoofd van Hezbollah’s drone-eenheid.
Maar schijn bedriegt, zegt Nicholas Blanford, verbonden aan de denktank Atlantic Council en schrijver van een boek over de groep. ‘Hezbollah is een leger met een officierskader. Als er een hoge officier wordt gedood, staat zijn adjudant klaar om het over te nemen.’
Een groter probleem, denkt Blanford, is het feit dat Israëls inlichtingendienst de organisatie ogenschijnlijk heeft weten te infiltreren; niet alleen in hun communicatienetwerk, maar mogelijk ook met spionnen. Op die manier weet Israël telkens precies waar de topcommandanten zich bevinden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant