Ze zullen zaterdag geen grote rol spelen op het WK wielrennen in Zürich. Fariba (21) en Yulduz (24) Hashimi uit Afghanistan zijn er realistisch genoeg voor. Ze hebben ook andere doelen op de fiets.
Ze trokken tijdens de wegrace van de Olympische Spelen in Parijs de aandacht in hun tenue met zwarte, groene en rode accenten, kleuren van de internationaal erkende vlag van Afghanistan. Fariba Hashimi (21) eindigde als 75ste, nadat ze 79 kilometer in een ontsnapping had gezeten, haar drie jaar oudere zus Yulduz haalde de eindstreep niet. Onderweg duwden ze nog de Slowaakse renster Nora Jencusova tegen een helling op, toen die kampte met een onwillige derailleur.
Begin vorige maand viel Fariba weer op: ze won de vijfde etappe in de Tour Féminin International de l’Ardèche, als eerste Afghaanse die zegevierde in een grote wedstrijd.
Zaterdag staan beiden aan de start van het wereldkampioenschap op de weg in Zürich. Ze hebben de tijdrit al achter de rug. Yulduz (49ste) bleef zondag Fariba (50ste) vijf seconden voor.
Over de auteur
Rob Gollin is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over wielrennen.
De internationale wielerfederatie UCI hield de zussen de afgelopen weken nadrukkelijk in de luwte. Ze rijden voor het World Cycling Centre Team, waar jonge atleten, dikwijls afkomstig uit landen waarin wielrennen een sport in de marge is, een kans krijgen ervaring op te doen. Omwille van een ongestoorde voorbereiding behoorde contact met hun coach evenmin tot de mogelijkheden.
Dat ze de kleuren zwart, groen en rood op het shirt dragen en niet de witte vlag met islamitische geloofsgetuigenissen van het huidige bewind, de Taliban, is niet zomaar. Met hun deelname aan de Spelen en WK’s – vorig jaar waren ze in Glasgow ook van de partij, ze vielen voortijdig uit – willen ze de vrouwen in eigen land een hart onder de riem steken.
Onder het regime is sporten voor vrouwen taboe – ‘gepast noch noodzakelijk’, vinden de gezaghebbers. Voorafgaand aan de Spelen zei Fariba tegen de BBC: ‘Ondanks alle rechten die ons zijn ontnomen, kunnen we laten zien dat we succes kunnen bereiken. We zijn in staat twintig miljoen Afghaanse vrouwen te vertegenwoordigen.’
Fariba en Yulduz ontvluchtten Afghanistan samen met nog vier rensters in augustus 2021, enkele dagen nadat de Taliban na twintig jaar waren teruggekeerd om de macht te grijpen. Aan CBS News vertelde Fariba eind juli dat het twee dagen duurde om zich een weg te banen door de menigte die zich op het vliegveld bij Kabul had verzameld. Kort nadat ze de beveiliging waren gepasseerd, blies een zelfmoordterrorist zich op, met een bloedbad onder Afghanen en Amerikaanse militairen als gevolg.
Het besluit om te vertrekken was hartverscheurend geweest. Ze moesten hun familie, woonachtig in de afgelegen provincie Faryab, achterlaten om hun passie elders te kunnen beoefenen. Ze waren nog niet zo heel lang geleden toegelaten tot het team van de Afghaanse wielerfederatie.
Fariba en Yulduz begonnen zes jaar geleden met fietsen. Van een buurman leenden ze een rijwiel, voor hun eerste wedstrijden gebruikten ze gefingeerde namen om te voorkomen dat ze zouden worden herkend, en ze droegen wijde kleding. Ze hadden al snel de smaak te pakken. Fariba tegen de BBC: ‘Het was geweldig. Ik voelde me een vogel.’
Ze wilden eerst niet dat hun ouders er lucht van kregen. Die zouden zich maar zorgen maken over de veiligheid van hun dochters. Dat was niet zonder reden. Het onthaal langs de weg was geregeld allesbehalve warm.
Tegen CBS: ‘Mensen verwelkomden ons in de straten door met stenen te gooien en ons te beledigen, omdat we in het openbaar verschenen zonder hoofddoek, in korte kleding en met een helm op het hoofd.’ Een bestuurder van een riksja probeerde ze aan te rijden.
Na hun vlucht uit Kabul belandden ze in Italië, waar oud-wereldkampioen Alessandra Cappelloto zich over de twee ontfermde. Ze gingen rijden voor Valcar, een team met de toenmalige Italiaans kampioen Silvia Persico in de gelederen. Door in een wedstrijd om het Afghaanse kampioenschap, verreden in Zwitserland, als de nummers één en twee te eindigen, verdienden ze een contract in het opleidingsteam van profploeg Israël-Premier Tech.
Op verzoek van de voorzitter van de Afghaanse federatie, Ahmad Fazli, ging de Britse trainer James Hey de Hashimi’s als bondscoach begeleiden naar het WK in Glasgow. Hij had al zeven uitgeweken rensters uit het land onder zijn hoede.
Hey ontmoette Fariba en Yulduz in 2023 voor het eerst in de Thaise stad Rayong, tijdens de Aziatische kampioenschappen. Ze kwamen ten val en moesten opgeven. Ze hadden toch indruk gemaakt. Hey: ‘Ze waren heel aardig, beleefd en gedroegen zich uiterst professioneel.’
Waar sommige rensters nog altijd hun armen en benen bedekt hielden en een hoofddoek onder de helm droegen, namen zij het wat minder nauw met de voorschriften uit eigen land. ‘Ze waren zeker religieus, maar ze leken me meer verwesterd, meer open.’ Hij herinnert zich hun eerste woorden in het Engels. ‘Thanks coach.’
Tijdens het WK in Glasgow bleek de relatie tot zijn verdriet broos. De grote boosdoener volgens de Brit: federatievoorzitter Fazli. Die zou geen oog hebben voor de sportieve belangen en zich autoritair opstellen tegenover begeleiders.
Ook met Hey botste de bestuurder. Nadat de rensters met hem het parcours van de tijdrit hadden verkend, eiste Fazli dat ze kwamen opdraven op een bijeenkomst van de Afghaanse gemeenschap in Glasgow, nog bezweet en in tenue.
Hey maakte bezwaar. ‘Het was de dag voor de belangrijkste wedstrijd in hun leven. Ik zei tegen Fazli: die meiden moeten douchen, eten en slapen. Hij zei: u werkt voor mij. U brengt ze naar Glasgow.’
Morrend stemde hij ermee in, maar toen hij na enige tijd de rensters terug naar hun accommodatie wilde brengen, stak de voorzitter er een stokje voor. ‘Jij brengt ze nergens heen.’
Ze bleven achter, ze arriveerden pas ’s avonds, nog steeds in hun wieleroutfit. Hey: ‘Ik denk dat ze zich loyaal voelden aan Fazli. Maar ik kon zo niet werken, ik ben meteen na de tijdrit gestopt, de wegrace heb ik niet meer meegemaakt. Hij was vooral tegen me aan het schreeuwen. Hij wilde zelfs dat ik in mijn busje vol met fietsen en gereedschap ook nog de rensters achterin vervoerde. Ik zei: meneer Fazli, het is geen vee. Dit zijn atleten.’
Later volgde hij bij de UCI in Zwitserland nog een aanvullende opleiding als coach, maar contact met de Afghaanse vrouwen heeft hij niet meer gehad, hoewel ze vlakbij met het WCC-team trainden. ‘Ik volg ze op sociale media, op Strava. Ik heb ze tijdens de Spelen op tv gezien, ik was zo trots op Fariba dat ze zo lang mee zat in de ontsnapping. Het is triest dat het zo gelopen is.’
Fazli staat intussen ook zelf buitenspel. Afgelopen juli maakte de UCI bekend dat de federatie hem voor vijftien maanden heeft geschorst wegens meervoudige schending van de ethische code. Hij zou misbruik hebben gemaakt van zijn positie en rensters hebben beledigd en bedreigd.
De UCI en de Afghaanse federatie werkten in 2021 nog samen om na de machtsovername van de Taliban renners – zowel mannen als vrouwen – tijdig het land uit te krijgen.
Maar kort daarna verschenen er berichten dat Fazli vooral eigen familie en vrienden voorrang gaf bij de toekenning van ruim 150 plaatsen in het vliegtuig. De voorzitter ontkende: iedereen was verbonden aan de federatie. De UCI steunde hem aanvankelijk, maar heeft hem nu na onderzoek op een zijspoor gezet en verdere navorsingen aangekondigd.
Coach Hey zal zondag voor de tv zitten als Fariba en Yulduz hun tweede WK rijden. ‘Het is geweldig om te zien dat ze tussen grote namen als Marianne Vos, Demi Vollering en Lotte Kopecky fietsen.’ Hij verwacht niet dat ze een grote rol zullen spelen. ‘Het gat met de top is groot, maar ze zijn nog jong. Je kunt je tot achter in de twintig nog blijven ontwikkelen. Zeker Fariba heeft iets speciaals.’
Dat hij er in Zürich niet bij is, raakt hem diep. ‘Ik ben er nog altijd boos over. We keken er zo naar uit om te gaan samenwerken. Vergeet niet: deze meiden zijn in hun land door een hel gegaan. Ze hebben hun familie verlaten. Ik heb ze meer dan eens emotioneel op de fiets zien zitten. Maar ik heb ze niet eens kunnen feliciteren met hun deelname aan de Spelen. Het was ineens afgelopen. Ze zitten nog steeds in mijn hart. Ik wens ze het allerbeste.’
In de wegrit voor vrouwen zaterdag op het WK in Zürich gelden twee rensters als topfavoriet: de Nederlandse Demi Vollering en de Belgische Lotte Kopecky. Ze zijn ploeggenoten bij SD Worx en rivalen in het shirt van de nationale teams, met de aantekening dat ze in dienst van hun werkgever incidenteel ook in elkaars vaarwater belandden.
Het 154 kilometer lange parcours tussen de Zürichsee en de Greifensee bevat tal van pittige maar niet al te lange klimmen - bij elkaar opgeteld toch goed voor 2384 hoogtemeters - en vertoont dan ook wat gelijkenis met Luik-Bastenaken-Luik, de klassieker in de Ardennen die Vollering al twee keer op haar naam schreef en waarin ze drie keer derde werd.
Kopecky, die haar regenboogtrui in Zwitserland verdedigt, bewijst sinds vorig seizoen dat ze ook wedstrijden aankan waarin het bergop gaat, met recent nog de eindzege in de Ronde van Romandië, waarin ze fel duelleerde met de Nederlandse.
In de tijdrit om de wereldtitel afgelopen zondag, die deels over hetzelfde parcours ging, was Vollering beter. Ze greep het zilver achter olympisch kampioen Grace Brown, terwijl Kopecky, sinds 11 september Europees kampioen op deze discipline, niet verder kwam dan een vijfde plek, bijna anderhalve minuut achter haar ploeggenoot. Ze verklaarde na afloop dat ze zich de hele dag niet helemaal fit had gevoeld.
Beiden gelden binnen hun team als de kopvrouw. De selectie van Nederland oogt op papier sterker in de breedte, met onder anderen Marianne Vos en Puck Pieterse, die niet alleen een dienende rol kunnen vervullen, maar ook in staat zijn zelf te verrassen.
Tot de kanshebbers uit andere landen wordt ook Pauline Ferrand-Prévot gerekend. De olympisch kampioen op de mountainbike uit Frankrijk keert terug op de weg, precies tien jaar nadat ze wereldkampioen werd in Ponferrada, Spanje.
De Zwitserse toeschouwers zullen hun thuisfavoriet moeten missen. Marlen Reusser kwam in het voorjaar zwaar ten val in de Ronde van Vlaanderen en liep tijdens het herstel long covid op. De 33-jarige ploeggenoot van Kopecky en Vollering hoopt volgend seizoen weer te kunnen koersen, maar sluit niet uit dat haar carrière voorbij is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant