In de Mexicaanse deelstaat Guerrero werden in 2014 tientallen studenten ontvoerd door de politie. Ze werden waarschijnlijk overhandigd aan een drugskartel. President López Obrador beloofde ze te vinden, maar kwam in zes jaar geen steek verder.
In de recente geschiedenis van Mexico, een land met officieel honderdduizend vermisten, drukt geen vermissingszaak zo op het nationale gemoed als die van de ‘43 van Ayotzinapa’: de raadselachtige verdwijning van 43 eerstejaars-studenten van de lerarenopleiding in het dorpje Ayotzinapa in de centrale deelstaat Guerrero.
Tal van (justitiële) onderzoeken en getuigenverklaringen wijzen op betrokkenheid van de staat, zowel in die bewuste nacht van 26 september 2014 als bij de doofpot die achteraf werd opgetuigd door de toenmalige regering. Hoewel meer dan honderd verdachten werden gearresteerd (en deels weer vrijgelaten), is er nog steeds niemand voor de ontvoeringen veroordeeld.
Over de auteur
Joost de Vries is correspondent Latijns-Amerika voor de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
Vandaar dat hun familieleden deze week opnieuw een protestmars liepen in de Mexicaanse hoofdstad: tien jaar nadat de studenten in de plattelandsstad Iguala door de politie onder vuur werden genomen, werden afgevoerd en voorgoed verdwenen in de nacht. Want ook de huidige president, de populaire linkse politicus Andrés Manuel López Obrador, kon zijn belofte om de zaak op te lossen niet nakomen.
Het trieste jubileum van ‘Ayotzinapa’ valt samen met zijn laatste dagen als staatshoofd. Op 1 oktober wordt hij opgevolgd door zijn partijgenoot Claudia Sheinbaum. López Obrador, in Mexico bekend als ‘Amlo’, beloofde bij zijn aantreden in 2018 de onderste steen boven te krijgen en de ‘muchachos’ te zullen vinden. Boze activisten schreven deze week op overheidsgebouwen: ‘Amlo, het is je niet gelukt.’
In een laatste brief aan de ouders legt de president de schuld vooral bij anderen: criminelen die niet willen getuigen, de regering van zijn voorganger Enrique Peña Nieto die de waarheid verdoezelde, en een journalist die ongefundeerde theorieën zou verspreiden.
In grote lijnen is bekend wat voorafging aan de verdwijningen in die avond en nacht in september 2014. De studenten van de activistische plattelandsschool ‘Normal Rural de Ayotzinapa’ waren van plan af te reizen naar Mexico-Stad om daar op 2 oktober de herdenkingsmars bij te wonen van het bloedbad van 1968, waarbij het leger honderden protesterende studenten doodschoot.
De jongens uit arme plattelandsgezinnnen hadden echter geen geld voor het transport en kozen voor een beproefde Mexicaanse methode: het kapen van bussen. Dat deden ze vaker en meestal werkten de chauffeurs gewillig mee. Dit keer liep het anders. Zo’n honderd studenten reisden van Ayotzinapa naar de nabijgelegen stad Iguala en bezetten daar vijf bussen. Terwijl de studenten met de voertuigen koers zetten richting hun dorp greep de politie in.
Nog voordat de bussen Iguala konden verlaten, werden ze onderschept en onder vuur genomen door agenten. De politie arresteerde vervolgens een groot deel van de inzittenden. Later die avond arriveerden meer studenten uit Ayotzinapa om bewijzen te verzamelen van het politiegeweld. Ook zij werden onder vuur genomen. Zes personen kwamen die nacht om. Van de 43 weggevoerde studenten ontbreekt sindsdien vrijwel elk spoor.
Veel theorieën doen de ronde. De meeste wijzen in de richting van de toenmalige burgemeester van Iguala, José Luis Abarca Velázquez, die banden zou hebben met de georganiseerde misdaad. Onder zijn leiding zouden de studenten zijn opgepakt en overhandigd aan het lokale drugskartel Guerreros Unidos. Mogelijk hadden de studenten zich de woede van de criminelen op de hals gehaald door bussen te stelen met een lading heroïne aan boord. Maar elk hard bewijs ontbreekt.
In tien jaar tijd werden slechts drie stukjes bot gevonden van drie vermiste studenten. Onder president López Obrador is de afgelopen zes jaar het onderzoek ‘een klein beetje’ gevorderd, zegt Cristina Bautista, moeder van de verdwenen Benjamín, via de telefoon. In de laatste presidentiële brief en het onderzoeksrapport las ze niets dat ze nog niet wist.
Het onderzoeksteam van de president schepte hoge verwachtingen door de verdwijning als ‘staatsmisdrijf’ te bestempelen en af te reken met de ‘historische waarheid’ van de vorige regering: de lichamen van de studenten waren niet op een vuilstort verbrand. Maar wat er dan wel is gebeurd? Ook López Obrador moest dat antwoord schuldig blijven.
In 2022 arresteerde de regering een hooggeplaatste militair die in 2014 bataljonscommandant was in Iguala en wordt verdacht van betrokkenheid bij de verdwijningen. Dit jaar kwam hij op borgtocht vrij. De mogelijke medeplichtigheid van militairen leidde tot een vertrouwensbreuk tussen de getroffen families en de president, die gedurende zijn mandaat steeds meer is gaan leunen op de strijdkrachten.
De familieleden probeerden interne documenten van het leger te krijgen, maar werden hierin niet gesteund door de regering. ‘Toen we de gevoelige snaar van het leger raakten, liep het onderzoek vast’, reageerde vorige maand hun advocaat.
In de zoektocht naar de studenten vond de staat in en rond Iguala enkele honderden stoffelijke resten, maar nooit was er een dna-match met de jongeren uit Ayotzinapa. Moeder Cristina Bautista put enige troost uit het feit dat andere families hun vermisten hebben teruggevonden. ‘Zij konden hun kinderen wel een waardig graf geven.’
President López Obrador spreekt in zijn laatste brief aan de families de hoop uit dat zijn opvolger Sheinbaum alsnog helderheid zal kunnen verschaffen. ‘Deze schaamtelijke en verdrietige zaak mag nooit worden gesloten.’ Sheinbaum begint met een achterstand, zegt Bautista: ‘Ze zal ons vertrouwen moeten winnen. Hopelijk start het onderzoek niet weer van voor af aan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant