Home

Niet meer samen bidden in de klas: hoe een Fries dorp twee compleet verschillende scholen aan het fuseren kreeg

Gaat de fusie het dorp splijten? Komt het goed? In het Friese Aldeboarn (1.500 inwoners) moesten uit praktisch oogpunt de christelijke en de openbare basisschool fuseren. ‘Zo’n school wordt dus niet 50 procent christelijk en 50 procent openbaar.’

Er was limonade voor de kinderen en koffie voor de ouders. Op het schoolplein waren de verwachtingen hooggespannen. Na jaren denken, schetsen, delibereren en discussiëren was het eindelijk zo ver. Nu moest blijken hoe Bernesintrum Aldeboarn van start zou gaan. En vooral: wat de kinderen van de nieuwe school zouden vinden.

Over de auteur
Mark Misérus is nieuwsverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over onderwijs en sport.

Feestelijk zwaaiden de deuren open. En wat er toen gebeurde: niets bijzonders. De kinderen hingen hun jas en tas aan de kapstok, zochten hun klas op, gingen zitten en keken de leerkracht verwachtingsvol aan. Precies zoals ze aan het begin van elk schooljaar doen.

Identiteit

Nynke Venema vertelt er een paar dagen later glimlachend over, in haar directeurskamer. Natuurlijk, zegt ze, vonden veel kinderen het spannend dat ze door de fusie een andere leraar hadden. Sommigen kwamen na zeven jaar plotseling in de klas te zitten met kinderen van de andere basisschool in het dorp. ‘Maar mijn dochter was vooral blij met haar nieuwe klas, omdat ze een eigen iPad had meegekregen. Die heeft ze thuis niet’, vertelt moeder Bertine Nijholt, die is aangeschoven bij het gesprek.

Het is misschien wel de belangrijkste les die ze hebben geleerd in Aldeboarn, een dorp van 1.500 inwoners net boven Heerenveen. Want je kunt er als christelijke ouders nog zo vurig voor pleiten dat ook op de nieuwe fusieschool Bijbelverhalen gelezen moeten worden. Of betogen hoe goed de openbare basisschool is waar je als kind zelf nog hebt gezeten. ‘Maar uiteindelijk doe je het voor de kinderen’, zegt Nijholt, die samen met Venema zitting had in de identiteitscommissie voor de nieuwe school.

Dat het er een keer van zou komen, was in het dorp al langer duidelijk. Aldeboarn vergrijst. De dochter van Nijholt zat in 2018 nog in een klas met 36 kleuters – het gevolg van een babyboom die vier jaar eerder 28 nieuwe dorpelingen had opgeleverd. De openbare (De Boarne) en de christelijke basisschool (De Finne) piekten zelfs even met meer dan honderd leerlingen elk. Maar doordat die aantallen de laatste jaren hard daalden, werden de scholen gedwongen na te denken over de toekomst van het onderwijs in Aldeboarn.

Opheffingsnorm

Het aantal basisscholen nam de laatste tien jaar af van 6.649 naar 6.058. Van de ruim 800 opgeheven scholen – er werden er ook 134 opgericht – fuseerde driekwart. Vanwege dalende leerlingenaantallen, personeelstekorten, financiële problemen of omdat de onderwijskwaliteit achteruitging. Zeker in de grotere steden moedigt het kabinet fusies van kleine scholen aan (zie kader).

In Aldeboarn was er best plek voor twee basisscholen met elk een andere signatuur, zegt Venema, die vier jaar geleden directeur werd van De Finne. Ook De Boarne bleef qua leerlingenaantal altijd boven de opheffingsnorm, die in de gemeente Heerenveen op 64 leerlingen ligt. Maar dat aantal nam wel op beide scholen af, en rap ook.

Op De Boarne zaten vorig schooljaar nog maar twaalf kleuters in groep 1-2, op De Finne tien. Hoewel het plaatselijke postcoronageboortegolfje over twee jaar een verhoogde lichting kleuters zal opleveren, is dat vermoedelijk niet genoeg om de twee basisscholen overeind te houden.

Bovendien was al in overleg met de gemeente bepaald dat er nieuwbouw moest komen, omdat beide schoolgebouwen na veertig jaar hun levensduur wel hadden bereikt. Nijholt: ‘Dat was eigenlijk wel een mooi moment om tegen elkaar te zeggen: laten we dan samengaan of op z’n minst verkennen hoe we dat zouden kunnen doen.’

Twee voordeuren?

Een of twee voordeuren in het nieuwe schoolgebouw, was dan ook ruwweg de centrale vraag. Maar hoe vlieg je een fusie van twee basisscholen aan met een andere denominatie en identiteit? En hoe voorkom je dat de ene helft van het dorp tegenover de andere helft komt te staan?

Er moest hoe dan ook een avond komen waarop ouders alles konden vragen en vertellen wat ze op hun hart hebben, blikt Venema terug. ‘Maar we hebben er ook direct externe hulp bij gezocht. Want wij weten hoe we een school moeten besturen en hoe we kinderen les moeten geven, maar niet hoe een fusietraject eruitziet.’

Verus, de vereniging van katholieke en christelijke scholen, schoot daarbij te hulp. Als adviseur onderwijs en identiteit begeleidt Aafke Reinders al jaren fusietrajecten van basisscholen. In Aldeboarn viel haar meteen op dat de ouders zelf graag wilden dat de kinderen naar dezelfde school zouden kunnen. ‘En er was oprechte nieuwsgierigheid naar elkaar. Dat maak ik ook weleens anders mee. Als een fusie in de lucht hangt, springen mensen soms heel nadrukkelijk op hun eigen zuil.’

Eerste ouderavond

Vier vragen stonden centraal op de eerste ouderavond. Wat wil je graag behouden op de nieuwe school? Wat zie je als een uitdaging? Waaraan zou de school extra aandacht moeten besteden? En: wat verlies je door deze fusie? Moeder Nijholt: ‘Zeker door die laatste vraag kregen ouders de ruimte om stil te staan bij wat er straks niet meer zou zijn. Deels is dat nostalgie, veel ouders hebben zelf nog op een van deze scholen gezeten. En die fijne tijd gunnen ze hun kinderen natuurlijk ook.’

Het hielp om dat allemaal te benoemen, vertelt ze. ‘Mensen hadden daarna ook iets van: het is oké, nu we het erover hebben gehad.’

Directeur Venema: ‘We hebben prachtige oude foto’s opgeduikeld. Die kunnen mooi worden opgehangen in de oudheidskamer van het dorp.’

Wat scheelt is dat Boarnsters doeners zijn, zegt Nijholt, die er achttien jaar geleden tussen kwam wonen. ‘Er wordt niet lang over dingen gebakkeleid. Bij een vergadering is het: nou, max een uur hoor, dan zijn we er wel weer klaar mee.’ En met alle commissies die het dorp toch al telde, was een identiteitscommissie voor de nieuwe school een logische volgende stap.

Met de rest van de identiteitscommissie gingen Nijholt en Venema langs op scholen in de regio die zo’n fusie al achter zich hadden liggen. Ga er open in, kregen ze in Tytsjerk en Terherne te horen. En het belangrijkste: probeer vanuit de kinderen te denken. Nijholt: ‘Want jij als ouder kunt wel van alles willen en vinden, maar het gaat erom dat de kinderen een fijne basisschooltijd hebben.’ Venema: ‘Een fijne juf of meester die naar je luistert en jou ziet, dat is uiteindelijk wat telt voor een kind.’

Stiltemoment

Dat Aldeboarn zo ruim de tijd heeft genomen om de fusie te onderzoeken en die daarna stap voor stap in te vullen, noemt Reinders cruciaal voor het slagen ervan. De andere is dat ouders bij elkaar doorvroegen wat het voor hen betekent dat hun kind op de openbare of juist op de christelijke school zat. ‘Daarvoor moet je persoonlijk durven worden.’

Er zijn heel wat vooroordelen uit de weg geruimd, vertelt Nijholt. Dat de openbare school ook gewoon kerst vierde met het volledige verhaal erbij, dat wisten de ouders van de christelijke leerlingen bijvoorbeeld niet.

De spanning en emotie bij veel ouders zat hem vooral in de rol die het geloof zou krijgen op de nieuwe school. Gezamenlijk bidden in de klas zou er niet meer in zitten op de te vormen samenlevingsschool en dat was ook voor de gelovige Nijholt even slikken.

In plaats van bidden is er een stiltemoment gekomen dat elke leerling zelf mag invullen. De Bijbelverhalen worden minder vaak voorgelezen, maar krijgen nog wel een plek bij de vieringen van kerst en Pasen en in de levensbeschouwelijke lessen die op wel meer openbare scholen worden gegeven.

Een nieuwe school

Niet dat er compromissen zijn gesloten tussen de twee scholen, benadrukt directeur Venema. ‘Een compromis klinkt als iets halfbakkens. Wij hebben juist gekeken wat onze kernwaarden zijn en wat we daaraan vanuit de werkgroep konden toevoegen.’

Nijholt: ‘Er waren ouders die dachten dat deze school 50 procent christelijk en 50 procent openbaar zou worden. Maar dit is echt een nieuwe school geworden.’

Kabinet: snellere fusie van kleine scholen in grote steden

Het kabinet wil kleine scholen in de grote steden aansporen sneller te fuseren. Want problemen als huisvesting en het lerarentekort spelen meer in de steden, die relatief veel kleine scholen tellen. Een kleinescholentoeslag kan helpen zulke scholen om het hoofd boven water te houden. ‘Maar in de grotere steden zien we dat het grote aantal relatief kleine scholen leidt tot veel concurrentie tussen scholen om leerling en leraar’, laat staatssecretaris Mariëlle Paul (Funderend Onderwijs, VVD) weten na vragen van de Volkskrant.

Het geheel van normen (qua grootte van de scholen), uitzonderingsgronden daarvoor en de kleinescholentoeslag die we nu hebben lijkt niet optimaal ingericht om deze problemen het hoofd te bieden’, aldus de staatssecretaris.

Het kabinet wil dat kleine scholen zo veel mogelijk samenwerken om bijvoorbeeld het lerarentekort het hoofd te kunnen bieden. Daarbij kiest het voor een andere koers: het vooral openhouden van kleine scholen in de regio en het aanpakken van tekorten in de stad zijn daarin de speerpunten. Alleen al in het primair en het (voortgezet) speciaal onderwijs staan 9.800 vacatures voor leraren open.

Het nieuwe kabinet vervangt daarom de kleinescholentoeslag door een dunbevolktheidstoeslag. Deze toeslag, die nog moet worden uitgewerkt, richt zich vooral op het overeind houden van kleine scholen in gebieden waar minder mensen wonen (en waar dus minder kinderen naar school gaan).

‘Een dergelijke toeslag is passend voor de instandhouding van kleine basisscholen in dunbevolkte gebieden, maar niet in de steden’, aldus Paul. Ze noemt het lerarentekort een groot en complex probleem ‘dat niet met een enkele maatregel is op te lossen’. Volgens de staatssecretaris ‘hoort daar ook het gesprek aangaan met gemeenten en scholen over moeilijke maatregelen bij’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next