Uit de bezuinigingsplannen van het kabinet-Schoof spreekt een weerzin tegen de wetenschap en het hoger onderwijs, vanwege het vermeend elitaire gehalte. Aan de academische gemeenschap de taak om haar maatschappelijke relevantie op te voeren.
In de afgelopen week heeft kabinet-Schoof de bezuinigingsplannen voor het hoger onderwijs en de wetenschap bekendgemaakt. Er wordt 215 miljoen euro bezuinigd door het schrappen van de startersbeurzen, jaarlijks 150 miljoen euro gekort op de stimuleringsbeurzen en minder geïnvesteerd in een (vernieuwde) wetenschappelijke infrastructuur.
Ook de Wet internationalisering in balans wordt doorgezet, en de langstudeerboete blijft op de agenda staan.
Uit de plannen spreekt een weerzin tegen de wetenschap en het hoger onderwijs, vanwege de daarmee geassocieerde zaken als privilege en politiek activisme. Hoe pijnlijk ook, de maatregelen zijn tegelijkertijd een aansporing voor de universiteiten zich meer naar buiten te richten en de samenleving te overtuigen van haar waarde.
Over de auteurs
Tjitske Holtrop is senior onderzoeker en directeur Cultuur en Inclusie,
Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies, Universiteit Leiden.
Wolfgang Kaltenbrunner is senior onderzoeker en directeur Onderzoek en Onderwijs, Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies, Universiteit Leiden.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In de kern gaan de bezuinigingen over de plaats van de wetenschap in de samenleving. Daar praat de academische gemeenschap ook zelf over. Zo zijn er hervormingsinitiatieven als Erkennen en Waarderen en Open Science , die zijn bedoeld om de wetenschap opener, diverser en meer betrokken te laten zijn: zowel richting samenleving, maar ook intern, in de academische werk- en beoordelingscultuur. Met als doel ruimte te creëren voor ieders talent.
De initiatieven zijn een reactie op de academische prestatiecultuur en het naar binnen gekeerde wetenschaps- en evaluatiesysteem. Denk bijvoorbeeld aan het grote belang dat wordt gehecht aan de publicaties en citaties van wetenschappers in gerenommeerde (internationale) wetenschappelijke tijdschriften.
Zulke indicatoren zijn nuttig als globale maatstaven voor de productiviteit en invloed van wetenschappers, maar dekken maar een deel van het brede spectrum van waardevolle wetenschappelijke activiteiten, zoals bijdragen aan het onderwijs, maatschappelijke kennisbenutting en organisatievoering. De indicatoren helpen vooral overwerkte beoordelaars om snel beslissingen te nemen over de verdeling van schaarse middelen.
Er bestaan ook universiteitsranglijsten, die sinds begin 2000 aan populariteit hebben gewonnen. Zulke lijsten bieden een eenvoudige rangorde op basis van criteria zoals publicatie-output, reputatie en student-docentverhoudingen. In zulke lijsten worden universiteiten wereldwijd vergeleken met top-instellingen als Harvard, waarbij de vaak veel belangrijkere regionale functies van universiteiten over het hoofd worden gezien, zoals onderwijs, vaardigheidsontwikkeling, innovatie en samenwerking.
In het huidige politieke klimaat, waarin de universiteiten over minder geld beschikken, moeten we voorkomen dat we teruggrijpen op die prestatiecultuur. De thema’s die Erkennen en Waarderen en Open Science aansnijden, zoals de relatie tussen wetenschap en samenleving en een inclusieve organisatievoering, zijn geen luxe die we ons alleen in goede tijden kunnen permitteren.
Juist in tijden van bezuinigingen moeten we nog zorgvuldiger én concreter nadenken over wat van waarde is en moet zijn. Een heldere, concrete heroriëntatie op de academische missie is van groot belang en biedt tegenwicht tegen het populistische ressentiment waarop de nieuwe regering inspeelt.
Het gaat dus niet om het vervangen van ‘oude’ indicatoren door een nieuwe reeks criteria. De essentie van Erkennen en Waarderen en Open Science ligt in een zorgvuldiger reflectie: op het verrijken van de kwaliteitscriteria, waarvan publicaties en productiviteit onvermijdelijk deel uit blijven maken.
De Universiteit Utrecht (UU) laat zien wat Erkennen en Waarderen in de praktijk kan betekenen. Zo neemt de UU niet deel aan universiteitsranglijsten en heeft het een ambitieuze duurzaamheidstrategie, zowel in het onderzoek als binnen de eigen organisatie. Ook heeft de UU het traditionele onderscheid tussen ondersteunend en wetenschappelijk personeel losgelaten en erkent de bijdragen van beide aan waardevolle kennisvorming en -benutting.
Bij de benoeming en bevordering van universitair hoofddocenten en hoogleraren heeft het UMC Utrecht de focus op kwantitatieve, op publicaties gebaseerde indicatoren losgelaten en een kwalitatief portfolio verplicht gesteld. Ook kunnen onderzoekers kiezen uit verschillende carrièreprofielen.
De UU kent daarnaast een vooruitstrevende Open Science-agenda, zodat de toegankelijkheid van onderzoeksmateriaal en betrokkenheid met de samenleving wordt vergroot. Neem de contacten van UMC Utrecht met patiëntenorganisaties: zij denken mee over onderzoeksvragen, zijn betrokken bij wetenschappelijk onderzoek en in de beoordeling ervan.
Als we goede, relevante wetenschap willen blijven leveren, vergt dat blijvende investeringen. Werkdruk, sociale veiligheid, diversiteit, carrièreperspectieven en competitie blijven belangrijke aandachtspunten, gelet op recente rapporten over grensoverschrijdend gedrag, een inspectierapport over werkdruk, en een Rathenau-rapport over de langzame vernieuwingen binnen het Nederlandse wetenschapssysteem.
Daarom moeten we blijven inzetten op Erkennen en Waarderen en Open Science om de wetenschappelijke gemeenschap te versterken en de relevantie van de wetenschap voor de samenleving centraal te stellen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant