Home

De rouw om een kind is universeel – maar niet alleen dát maakt theaterhit ‘Gif’ zo’n internationaal succes

Met opvoeringen in inmiddels 30 landen is Gif van Lot Vekemans al jaren de meest gespeelde Nederlandse theatertekst in het buitenland. Nu is er ook een film op gebaseerd: Poison, vanaf vandaag in de bioscoop. Wat maakt het stuk zo goed en zo geliefd?

‘Waarom moeten we alles in het leven een… plek geven? Alsof het een ding is.’ In Gif, de bekroonde toneeltekst van Lot Vekemans uit 2009, ontmoeten een man en een vrouw elkaar na negen jaar bij het graf van hun overleden zoontje. Er is gif in de grond ontdekt, hun kind moet worden herbegraven. Ze gaan allebei anders om met het verlies. Hij wil dóór, ondanks zijn verdriet de draad van zijn leven weer oppakken. Zij kan dat niet. ‘Mijn leven is geen boek dat je kunt dichtslaan.’

Gif is al jaren de meest gespeelde Nederlandse toneeltekst in het buitenland. Het stuk speelde sinds de oerversie uit 2009 bij het Vlaamse theatergezelschap NTGent inmiddels al in dertig landen: van Griekenland tot Mexico, Canada en China. Vekemans won er in 2010 de prestigieuze Taalunie Toneelschrijfprijs mee.

Over de auteur
Sander Janssens is theaterjournalist voor de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en achtergrondartikelen.

En nu is er ook een speelfilm gebaseerd op haar gelauwerde toneeltekst: Poison, geregisseerd door Désirée Nosbusch en gespeeld door Tim Roth en Trine Dyrholm. De film won eerder deze maand tijdens festival Film by the Sea in Vlissingen de Film & Literature Award. Vanaf donderdag draait Poison in de Nederlandse bioscopen.

Wat verklaart het onstuitbare, internationale succes van deze toneeltekst?

1) Gif is universeel, compact en helder…

Vraag waar dan ook ter wereld wat voor iemand het grootst denkbare persoonlijke drama is, en velen zullen de dood van een kind noemen. Al sinds mensenheugenis wordt de (theater)literatuur gevoed met gestorven kinderen en rouwende ouders: van Griekse tragedies als Iphigenia in Aulis of Antigone tot oer-Hollandse drama’s als Op hoop van zegen en moderne klassiekers als Who’s Afraid of Virginia Woolf? Een kind kwijtraken: hoe verschillend we ook zijn, iedereen herkent zich in dat onmetelijke verdriet.

In Gif giet Vekemans die universele tragiek in een compacte, kraakheldere setting: twee voormalige geliefden rouwen om hun zoon, maar doen dat ieder op een andere manier. Zij míst hem, hij dénkt elke dag aan hem. Hij heeft zich erbij neergelegd, zij heeft haar verdriet omarmd en vindt dat ze daar alle recht op heeft: ‘Ik BEN verdrietig.’

Terwijl Vekemans dat onderlinge verschil stevig in de grondverf zet, waakt ze ervoor dat haar personages te eenduidig of rechtlijnig worden. Hun emoties uiten zich rommelig en tegenstrijdig, beiden zijn even sympathiek als wreed. Op die manier pelt Vekemans ook alle lagen af die ónder de oppervlakte van rouw liggen: desillusie, verwijt, spijt. Ze creëert complexe mensen van vlees en bloed, voor wie je afwisselend begrip en aversie voelt en die daardoor – heel belangrijk – voor acteurs een grote uitdaging zijn om te vertolken.

…maar tegelijkertijd blijft er veel oningevuld.

Want wat gebeurt er vervolgens concreet in Gif? Nou, vrijwel niets. De personages wachten op een afspraak – gaandeweg wordt duidelijk waarom dat wachten zo lang duurt – en zijn dus volledig veroordeeld tot elkaar. Er is geen afleiding of ruis, niets waarachter ze zich kunnen verschuilen.

Behalve in hun omgang met verdriet leren we de twee personages per saldo nauwelijks kennen. Vekemans is bijzonder spaarzaam met details uit hun gedeelde geschiedenis, en ook hun individuele levens schetst ze hooguit in grove streken. Acteurs krijgen zo veel ruimte om zelf invulling aan hun rol te geven.

Daardoor leent het stuk zich bij uitstek voor heropvoeringen en nieuwe interpretaties, die automatisch eigen accenten leggen. In Zuid-Afrika – waar de voorstelling werd gespeeld door een witte actrice en een zwarte acteur – kreeg de voorstelling vanzelf ook een politieke connotatie. In China echode de herinnering aan de inmiddels afgeschafte eenkindpolitiek door de tekst.

2) Door weg te blijven van het sentiment ontstaat er juist ruimte voor emoties.

Gif is een schoolvoorbeeld van doseren: heel secuur wisselt Vekemans grote emoties af met nuchtere, relativerende gesprekjes, waardoor het drama nergens topzwaar wordt. Tussen keelsnoerende ontboezemingen en rake verwijten door praten de personages ook over het weer of de kwaliteit van de koffie.

Door heel bewust ook lucht en humor in de dialoog te pompen, omzeilt ze kundig het melodrama dat bij dit zware thema onherroepelijk op de loer ligt. Het effect is dat de emotionele momenten alleen maar harder binnenkomen. Om de ogenschijnlijk eenvoudige zin ‘Ik mis hem’ wordt zo lang heen gedraaid, dat die uitspraak, áls-ie dan komt, door merg en been gaat.

Onpeilbaar verdriet uit zich opvallend vaak juist niet in dramatische huilbuien of breedsprakige monologen. In Gif zit de pijn verstopt in het alledaagse: de vrouw die vertelt dat ze zichzelf uit alle macht nog naar een verjaardag sleept of de man die gaat hardlopen en zich inschrijft bij een mannenkoor.

3) Minstens zo veelzeggend als de woorden zijn de stiltes.

Gif is een verbaal steekspel, waarin de twee personages elkaar bedoeld en onbedoeld beschadigen. Niet zozeer omdat ze dat willen, maar omdat ze niet anders kunnen. Maar behalve met woorden, raken de personages elkaar vooral ook met wat ze niet zeggen: vragen die onbeantwoord blijven, ingeslikte opmerkingen en opgerekte stiltes – die in elke taal hetzelfde klinken.

Op die momenten gebeurt vaak meer dan je aan de oppervlakte vermoedt. Als de vrouw zich halverwege bijvoorbeeld laat ontvallen dat ze gelukkige mensen háát, reageert hij door te zwijgen. Maar dat zwijgen is wel degelijk ook een antwoord: zijn stilte benadrukt dat hij wél een manier heeft gevonden om gelukkig te zijn, met zijn verdriet. Dat besef kan tijdens die ingedikte stilte indalen, en doet hen vervolgens beiden pijn.

De universele aantrekkingskracht van Gif ligt dus behalve in wat Vekemans heeft opgeschreven in alles wat ze heel bewust heeft weggelaten. Zo ontvouwt zich een minutieuze studie naar verlies en rouw, via twee mensen die elkaar in hun wederzijds verdriet nog één keer, heel even, proberen vast te houden. Hij, voorzichtig: ‘Meer kunnen we er niet van maken?’ Zij: ‘Nee, meer kunnen we er niet van maken.’

Drie professionals over Gif

Elsie de Brauw, die samen met Steven Van Watermeulen in 2009 in de oerversie van Gif bij NTGent speelde: ‘Ik heb het stuk uiteindelijk twaalf jaar gespeeld. Omdat je zo veel kanten met de tekst op kunt, blijft het interessant. Als acteur is het de uitdaging om niet meteen vol in de pijn te gaan zitten, want de personages hebben jarenlang geleerd om dat af te dekken. De tragedie is niet gisteren gebeurd, maar bijna tien jaar geleden. Hun pijn is dus verhard, het is een korst geworden waar je gedurende de voorstelling doorheen moet. Je kunt die emotionele lijn elke avond weer anders aanvliegen.

‘Lots tekst is in bepaald opzicht heel sturend, maar geeft je als acteur ook ruimte. Ik ben de vrouw in de loop der jaren echt anders gaan spelen. Aanvankelijk was ze op het eind helemaal verslagen, de ontmoeting voelde voor haar als een mislukking. Maar de laatste jaren speelde ik het einde met een heel andere intentie, maakte ik haar veel sterker: ze beslist zélf dat ze niet meer naar hem terug wil, en kiest voor zichzelf.’

Eva Pieper, die Gif in 2011 naar het Duits vertaalde: ‘Voor mij als vertaler was Gif een geschenk. De woordkeus van Lot is heel precies: haar taal is heel concreet en tegelijkertijd zit er altijd ruimte in om te interpreteren. Soms waren er meerdere mogelijkheden die ik besprak met Lot. Vaak maakte ik dan intuïtieve keuzen die ik vooral baseerde op het ritme en de muzikaliteit van de tekst.

‘In Duitsland spelen ze geen tournees van dertig voorstellingen achter elkaar, maar gedurende langere tijd een of twee keer per maand. Doordat de voorstelling tussentijds kan bezinken, ontdekken acteurs steeds weer nieuwe lagen. Publiek bleef in Duitsland opvallend vaak hangen na afloop om met elkaar in gesprek te gaan. Het stuk heeft tijd nodig om te resoneren.’

Jeroen Versteele, die Gif in 2017 in China regisseerde: ‘Het was spannend om Gif in China op te voeren: theater is daar over het algemeen traditioneel, commercieel of patriottisch. Hedendaags theater over gewone mensen met herkenbare problemen kennen ze vrijwel niet.

‘Een gesprek zoals in Gif is in China bovendien zeer onwaarschijnlijk. Chinezen praten nauwelijks expliciet over emoties. We hebben het verhaal daarom heel bewust niet naar Chinese context vertaald, maar zich gewoon in Nederland laten afspelen. Dat creëerde aanvankelijk een afstand, die uiteindelijk juist voor een grotere geloofwaardigheid zorgde.

‘De actrice was in de aanloop van de première zenuwachtig: ze was bang dat publiek haar in haar grote verdriet op een te lelijke manier zou zien. Westerse acteurs zien het als een kwaliteit als je de teugels laat vieren en het diepste van je ziel laat zien. In China zijn ze dat niet gewend, daar behouden de personages doorgaans de controle over hun emoties, ze blijven stoïcijns en sterk. Maar ze heeft het aangedurfd en dat heeft veel losgemaakt, bij de acteurs en in de zaal.’

Fragment uit Gif

ZIJ: Jij haat mij, hè?
HIJ: Nee.
ZIJ: Als jij me niet haat, wat dan?
HIJ: Jij wilt horen dat ik van je hou.
Jij wilt horen dat ik nog steeds van je hou.
En dan ga jij zeggen: ik weet het niet.
ZIJ: Ben ik zo?
HIJ: Zo ben jij.
ZIJ: Zo wil ik helemaal niet zijn.
HIJ: Ik weet het.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next