De Duitse autofabrieken zitten in zwaar weer. En dat is een groot probleem voor ons. De Duitse auto-industrie is de grootste industrie in het grootste land van Europa. Met om zich heen een ecosysteem van talloze toeleverende bedrijven tot diep in de omringende landen. Als de Duitse auto-industrie niest, raakt de rest van Europa verkouden. Nederland is gelukkig minder vastgeklonken aan de Duitse economie dan twee decennia geleden, dat lot is nu de landen in Midden-Europa beschoren, maar we zullen het ongetwijfeld voelen.
Over de oorzaken van de malaise kunnen boeken worden volgeschreven, maar samengevat is de diagnose eenvoudig: de Duitse automobielfabrikanten hebben zich te laat en te schoorvoetend aangepast aan de nieuwe realiteit van digitaal bestuurde en elektrisch voortgedreven auto’s.
Over de auteur
Diederik Samsom is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het is een fenomeen dat je vaker waarneemt in het bedrijfsleven, vooral wanneer bedrijven generaties lang hun sector domineren. Ze kunnen niet geloven ooit te worden verslagen door nieuwkomers met nieuwe superieure technologie. Kodak beheerste in de vorige eeuw de markt voor filmrolletjes en fotopapier. Het bedrijf zag heus de komst van internet, ontwikkelde vele patenten op het gebied van digitale fotografie en lanceerde zelfs de eerste fotodeelwebsite, maar het management bleef ervan overtuigd dat foto’s uiteindelijk toch afgedrukt moeten worden om waarde te hebben. Facebook en Instagram logenstraften die strategie en in 2012 ging Kodak failliet.
Automakers Volkswagen, Mercedes en BMW grinnikten lange tijd om die pathetisch kleine elektrische autootjes die, volgeladen met zware batterijen, nauwelijks het tuinhek haalden voordat de milieubewuste pionier-eigenaar alweer amechtig op zoek moest naar een stopcontact. Dat zou nooit wat worden. Nee, de oude techniek was onverslaanbaar, dachten ze.
Het Duitse antwoord op verdere aanscherping van de milieueisen aan auto’s was dan ook ‘schone diesel’. Uiteindelijk was er zelfs ‘sjoemelsoftware’ voor nodig om de auto’s door de test te krijgen. Een schandaal dat Duitsland deed schudden op zijn grondvesten en eindelijk de ogen opende van de autosector. De verbrandingsmotor bleek een doodlopende weg. Tientallen miljarden werden alsnog gereserveerd om snel het been bij te trekken bij de inmiddels ver uitgelopen Aziatische en Amerikaanse concurrentie op het gebied van elektrisch aangedreven auto’s.
Helaas toonde de Duitse politiek niet datzelfde inzicht. Daar keek men als konijnen in de koplamp van de grote dieselauto, onderdeel van de Duitse identiteit, zeker als-ie 180 km/u op de linkerbaan mocht. Geen politicus durft dat ter discussie te stellen. Laat staan aan 300 duizend fabrieksarbeiders te vertellen dat de elektrische auto veel eenvoudiger en dus met minder werknemers te maken is. Met alle gevolgen van dien.
Het is een fenomeen dat je vaker waarneemt in de politiek, waar al generaties lang verkiezingen makkelijker worden gewonnen door mee te deinen met de muziek dan door het licht aan te doen en de dansvloer te vertellen dat er moet worden opgeruimd. Zo bleven alle partijen in Nederland de hypotheekrenteaftrek veel te lang verdedigen, waardoor nog altijd geld van arm naar rijk stroomt en de woningmarkt kapot is.
En zo werd, op een korte onderbreking na, de studiefinanciering heilig verklaard, waardoor geld van (kans)arm naar (kans)rijk loopt en minder geld in de kwaliteit van het onderwijs wordt geïnvesteerd. En zo durft bijna niemand in Den Haag te beginnen over de werkelijke prijs van schone energie en duurzaam voedsel, waardoor volgende generaties de rekening betalen.
Verbrandingsmotoren zijn de Duitse hypotheekrenteaftrek. Inefficiënt en vervuilend, maar desondanks onaantastbaar. In het Europese wetsvoorstel voor het einde van de verbrandingsmotor zit een door de Duitsers bedongen ontsnappingsclausule via ‘klimaatneutrale brandstoffen’ waardoor traditionele motoren toch nog zouden mogen. Zodat de liberalen in de Duitse regeringscoalitie hun achterban kunnen blijven beloven dat het feest der ronkende cilinders mag doorgaan.
Electoraal begrijpelijk. Maar dodelijk voor de vernieuwing van de auto-industrie. Wie aarzelt bij de sprong belandt in de sloot. En dat is precies waar Volkswagen en de anderen zich nu bevinden. De overheid zal ze eruit moeten trekken, de schade van kopje-onder gaan is simpelweg te groot. Hopelijk realiseert de Duitse regering zich dat er maar één oever is waar de Duitse auto-industrie veilig is voor de toekomst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant