Zeewierteelt in een windmolenpark: de Noordzee heeft binnenkort de primeur. Het zou een oplossing moeten zijn voor zowel het ruimtegebrek op zee als het klimaat. ‘Ik hoop dat het kwartje gaat vallen.’
De ceremoniële tewaterlating van ’s werelds eerste net voor zeewierteelt in een offshore windmolenpark verloopt nog wat onwennig. Terwijl het net langzaam in het water zakt, krijgt de wind vat op de zwarte drijfbuis waar het aan hangt. Die blijft daardoor bijna steken op de wal. Na een kleine correctie van de kraanmachinist komt de buis alsnog netjes in het water te liggen: missie geslaagd. Maar dit is slechts een buis van 10 meter, in de beschutte haven van Scheveningen.
Volgende maand komen de echte, 50 meter lange buizen en netten in windmolenpark Hollandse Kust Zuid te liggen, 22 kilometer uit de kust. Dat is andere koek. ‘Alle infrastructuur moet veel sterker zijn dan op land, en het mag niet roesten’, zegt Eef Brouwers (47), algemeen directeur van North Sea Farmers. NSF is naast brancheorganisatie voor de Europese zeewierindustrie ook de uitbater van de nieuwe boerderij, North Sea Farm 1.
Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.
De organisatie wil laten zien dat zeewierteelt in een windmolenpark mogelijk is, en ook rendabel gemaakt kan worden. Brouwers: ‘Landbouw doen we al duizenden jaren, we weten ondertussen wel zo ongeveer hoe dat moet. Met zeewier is dat niet zo.’
Zeewierteelt is om meerdere redenen aantrekkelijk. Er is geen land, zoet water of (kunst)mest voor nodig en bij de teelt komen nauwelijks broeikasgassen vrij. Zeewierteelt zou zelfs CO2 uit het zeewater opslaan in de bodem, waarmee het een middel is tegen klimaatverandering en verzuring van het water.
Als voedsel is het ‘groene goud’ bovendien gezond, vol vitaminen, mineralen, eiwitten en vezels. Maar Brouwers hoopt dat zijn toehoorders binnenkort niet alleen aan sushi denken als hij ze vertelt over zeewierteelt. ‘Je kunt het ook gebruiken in cosmetica, als bemester, bioplastic, veevoer of voor de productie van biomassa.’
Van de vijf hectare die NSF nu in gebruik neemt, hopen ze volgend jaar zo’n 6.000 kilo suikerwier te oogsten. Op termijn moet North Sea Farm 1 duizend hectare gaan bebouwen. Van het zeewier maken voedsel-, cosmetica-, textiel- en verpakkingsfabrikanten prototypes, die de veelzijdigheid van zeewier moeten aantonen. ‘Mensen moeten het ruiken, proeven, voelen’, zegt Brouwers. ‘Ik hoop dat het kwartje dan gaat vallen.’
Want zeewier, daarvoor moet je normaal gesproken niet in Nederland zijn. Nagenoeg alle zeewier in de wereld komt uit Azië, waar het op grote schaal wordt verbouwd. Het beetje zeewier dat uit Europa komt, wordt doorgaans wild geoogst. In Nederland is de Oosterschelde de enige plek waar sinds 2011 op kleine schaal zeewier wordt verbouwd.
Dat daar nu verandering in komt, is mede te danken aan een donatie van het duurzaamheidsfonds van Amazon. De eco-ankers, 13 meter lange palen die de netten op hun plek moeten houden, zijn vorige maand al de grond in gegaan. Vanuit Ridderkerk gingen ze onder de iconische hefbrug (De Hef) door en over de Nieuwe Maas naar volle zee.
Dat ging met aanzienlijk minder rumoer het vorige door Amazon gefinancierde transport over die route. In 2022 leidde de voorgenomen vaart van Amazon-baas Jeff Bezos’ superjacht naar zee tot grote ophef omdat De Hef, een rijksmonument, ervoor zou moeten worden ontmanteld. Uiteindelijk nam het schip een andere route. Voor de eco-ankers – een aanzienlijk kleiner vrachtje dan Bezos’ jacht van 127 meter lang en 70 meter hoog – hoefde de brug alleen omhoog.
Dat neemt niet weg dat de installatie van een zeewierboerderij op volle zee een hels karwei is. Vanwaar de keuze voor een offshore windmolenpark, waar de teelt lastiger en duurder is dan in de relatief rustige Oosterschelde?
Omdat op zee, net zozeer als op land, de ruimte tegenwoordig schaars is. Groene energieproductie, scheepvaart, visserij, natuurbescherming, zandwinning, Defensie en de olie- en gasindustrie beconcurreren elkaar om zo ongeveer elk stukje Noordzee. Wie twee activiteiten kan combineren, slaat een grote slag.
Meervoudig ruimtegebruik is daarom de toverformule op de Noordzee. In andere windparken worden bijvoorbeeld al kreeften en mosselen gekweekt. Ook zijn er ideeën om zonne- of getijdenenergie op te wekken. North Sea Farm 1 moet bewijzen dat ook zeewierkweek mogelijk is.
Brouwers rekent het voor: 300 gigawatt windenergie moet er in 2050 van de Noordzee komen. Dat betekent zo’n 70 duizend vierkante kilometer aan windparken. ‘Met zeewierteelt op 10 procent daarvan kunnen we al 1 tot 10 miljoen ton zeewier oogsten.’ Alleen al in windpark Hollandse Kust Zuid is 9.000 hectare beschikbaar voor medegebruik.
Met de zeewierboerderij hoopt NSF drie vliegen in een klap te slaan. Naast groene energie en zeewierteelt ook natuurherstel. De bovenste meters van de eco-ankers, die boven de zeebodem uitsteken, zijn bedekt met namaakrotsen en -schelpen die zeeleven moeten aantrekken.
NSF wil bovendien onderzoeken of zeewierteelt ook die andere grote belofte kan waarmaken: koolstofopslag. Doordat stukjes zeewier afbreken en in de zeebodem zakken, zou CO2 uit de zee worden gehaald en in de zeebodem worden opgeslagen. Maar in welke mate dat gebeurt, en hoelang de koolstof opgeslagen blijft, daarover is nog geen uitsluitsel. Brouwers: ‘Je kan daarover filosoferen of modelleren. Het mooie van dit project is dat we het gaan meten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant