Home

Debat over demografie is te belangrijk om over te laten aan vrouwenhaters en racisten


In zijn HJ Schoo-lezing uitte NSC-leider Pieter Omtzigt bezorgdheid over het lage Europese geboortecijfer en het perspectief dat arbeidsmigranten voortaan uit landen buiten Europa zouden komen. Met de koppeling van zijn ‘pronatalistische’ opvattingen aan zorgen over immigratie, bevindt Omtzigt zich in het ongure gezelschap van Silicon Valley-miljardair Elon Musk en Donald Trumps running mate JD Vance. Voor hen is het een probleem dat er te weinig witte baby’s worden geboren.

De pronatalisten zien vrouwen als een vehikel voor bevolkingsgroei en als middel om de groei van raciale minderheden tegen te gaan. Vance noemde vrouwen als Kamala Harris denigrerend kinderloze katvrouwtjes. Toen megaster Taylor Swift op Instagram schreef dat zij op Harris zou stemmen en ondertekende met ‘kinderloos katvrouwtje’, reageerde Musk op X: ‘Prima Taylor... jij wint... Ik zal je een kind geven en je katten met mijn leven bewaken.’ Het lijkt wel alsof Musk hier hint op een verkrachting.

Maar de discussie over de demografische ontwikkelingen in de wereld is te belangrijk om over te laten aan vrouwenhaters en racisten. Aan het eind van deze eeuw zal naar verwachting bijna de helft van de wereldbevolking in Afrika geboren zijn. Dat brengt veiligheidsrisico’s mee, niet vanwege de huidskleur van de baby’s, maar omdat het Afrikaanse continent grotendeels is uitgesloten van economische groei en disproportioneel lijdt onder de gevolgen van klimaatverandering.

Over de auteur
Heleen Mees is columnist van de Volkskrant. Eerder promoveerde ze op de Chinese economische groei. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Na het uitbreken van de pandemie deden wereldleiders grote beloften om de gevolgen van de klimaatcrisis te verzachten en arme landen te helpen zich aan te passen. Zo beloofden ze dat de Wereldbank extra geld zou krijgen en dat de Wereldbank ruimhartiger leningen zou gaan verstrekken met de middelen die ze al heeft, waar nodig tegen rentes beneden de marktrente. Bovendien zou er schuldenverlichting komen voor landen die dat het hardst nodig hebben.

Ondanks alle mooie retoriek is er niets terechtgekomen van de beloofde extra steun aan ontwikkelingslanden. In 2023 stroomde er door de stijgende rente en de aflossing van bestaande leningen juist meer geld van de ontwikkelingslanden naar rijke landen dan omgekeerd. Oorlog, inflatie en slecht bestuur hebben hongersnood gebracht in een aantal van de armste landen in Afrika, waaronder Tsjaad en Soedan.

Het inkomen per hoofd van de bevolking in Sub-Saharaans Afrika is vergelijkbaar met dat in China eind jaren negentig, voordat het land toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Het inkomen per hoofd van de bevolking in China is sindsdien verzesvoudigd. Het percentage van de bevolking in China dat in extreme armoede leeft is tussen 1990 en 2015 gedaald van 67 tot minder dan 1 procent. In Sub-Saharaans Afrika ligt het nog op 35 procent van de bevolking.

Het Chinese succes zou je op het Afrikaanse continent willen emuleren, zeker nu China door de snelle bevolkingskrimp niet langer de fabrieksvloer van de wereld kan zijn. In de tentoonstelling Food for Thought van Kadir Lohuizen, waren foto’s te zien van Keniaanse arbeiders die mango’s in plakjes snijden en in plastic bakjes verpakken. De arbeiders verdienen met een dag werken net zoveel als zo’n bakje mango bij Albert Heijn kost. Beangstigend noemde Arno Haijtema het in deze krant.

Ik vond de beelden van de mango-inpakkers juist bemoedigend. De plastic bordjes met maïspap die de Keniaanse arbeiders als lunch krijgen, tonen inderdaad de schrijnende welvaartsverschillen met het Westen. Maar zonder de export van de bakjes mango waren de Kenianen nog armer geweest. Dat de mango-inpakkers zich de bakjes mango zelf niet kunnen veroorloven is pijnlijk, maar datzelfde geldt voor de Chinezen die de nieuwste iPhone in elkaar hebben gezet.

Het aandeel van Afrika in de totale wereldhandel is slechts 3 procent. De handel tussen Afrikaanse landen blijft steken op ongeveer 15 procent van hun totale buitenlandse handel (ter vergelijking: voor de EU bedraagt de onderlinge handel zo’n 80 procent). Die percentages moeten drastisch omhoog. Daarvoor heeft Afrika infrastructuur nodig, onder meer spoorlijnen en vliegvelden om Afrikaanse landen met elkaar te verbinden, maar ook stuwdammen om waterkracht op te wekken en digitale netwerken.

In plaats van te praten over vrouwen alsof het sperma-emmers zijn, zouden Musk en Vance hun aanzienlijke denkkracht moeten inzetten om de bestaanszekerheid in Afrika te vergroten. Dat leidt, zo leert de ervaring, tevens tot een snelle daling van het geboortecijfer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next