Er kwam een nieuw dakzeil op onze woonboot. Vaardige handen (niet de mijne, maar die van Zeilman) spanden het loeistrak. Maar Zeilman wedijverde met Christo, de inpak-kunstenaar; het nieuwe zeil dekte ook al onze ramen af. Die zou Zeilman later insnijden, zei hij vorige week. Toen kwamen er onvoorziene obstakels en moesten wij het stellen zonder de levensbehoefte die daglicht heet.
Gelukkig stonden er nog een paar blikken optimisme in onze voorraadkast. In de duisternis werd de scheiding tussen dag en nacht fluïde en ons leefritme elastisch. ‘Erwtensoep?’ vraag ik mijn vrouw als ik om 4 uur ’s nachts tegen haar opbots. ‘Heerlijk!’, antwoordt zij dan. ‘Maar eerst even douchen.’
Maar dit is wat duistere tijden doen: de poezen zijn in winterslaap gesukkeld, de planten levensmoe, en ik, die normaal zo graag mijn ogen sluit voor van alles, luister gespannen naar Zeilmans voetstappen op het dak, hopend dat hij zijn Stanleymes zal pakken en ik het licht weer zie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns