Onder de regering van Giorgia Meloni neemt de druk op de Italiaanse journalistiek, die al jaren hoog is, nog verder toe. Bewindslieden klagen journalisten aan en bemoeien zich met de publieke omroep. ‘We zijn geen tegenstanders meer, maar vijanden.’
Wie belangenconflicten van een minister onthult, riskeert in Italië celstraf, legt Emiliano Fittipaldi (49), hoofdredacteur van dagblad Domani, vol ontzetting uit. Drie journalisten van de krant zijn vanwege hun publicaties onderwerp van strafrechtelijk onderzoek, waarvoor ze tot negen jaar achter tralies kunnen belanden. ‘In welk ander westers land is dit mogelijk?’
Op de derde verdieping van een Romeins palazzo met hoge plafonds en marmeren vloeren huist de bescheiden redactie van de links georiënteerde krant. Hier maakt Fittipaldi samen met achttien vaste medewerkers een dagblad dat de regering een kleine kilometer verderop, in hun nog veel statiger palazzo, regelmatig vervloekt.
Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.
Maar de reactie van de bewindslieden gaat regelmatig verder dan binnensmonds vloeken alleen, weet Fittipaldi. Het meest prangende voorbeeld is de aangifte van minister van Defensie Guido Crosetto tegen drie medewerkers van Domani. Het Openbaar Ministerie maakte dit voorjaar bekend een onderzoek in te stellen.
De journalisten van Domani schreven, kort na Crosetto’s aantreden als minister in oktober 2022, over diens eerdere werk als voorzitter van de Italiaanse lucht- en ruimtevaartfederatie. In die hoedanigheid ontving Crosetto tussen 2018 en 2021 gigantische geldbedragen (opgeteld 2,3 miljoen euro, aldus Domani) van wapen- en vliegtuigfabrikanten voor lobbywerk, terwijl hij nu als minister met diezelfde bedrijven zaken moet doen.
De waarheid van de feiten staat niet ter discussie, zegt Fittipaldi met een wrange grijns. Nee, de rechtbank van Perugia onderzoekt de journalisten (en hun bronnen) op verdenking van onrechtmatige toegang tot een database, en het onthullen van geheime documenten. ‘Wij journalisten worden betaald om geheimen te onthullen’, briest Fittipaldi verontwaardigd.
Domani is zeker niet het enige Italiaanse medium dat een stapel juridische dossiers als donderwolk boven het hoofd heeft hangen. Italië kent zeer strenge wetgeving op het gebied van smaad via de pers, en een springlevende traditie van rechtszaken – zowel strafrechtelijk als civiel – tegen journalisten.
Actuele, complete cijfers ontbreken, ondanks een aanbeveling van de EU om het aantal intimiderende rechtszaken tegen journalisten te monitoren. De Europese Commissie publiceerde in juli een kritisch rapport over de persvrijheid in Italië, waarin ze constateert dat geïnterviewde media een toename van het aantal rechtszaken ervaren.
De non-profitorganisatie Ossigeno per l’informazione (‘Zuurstof voor informatie’) verzamelde 1.123 voorbeelden van ‘misbruik van juridische acties’ tegen journalisten, in de periode 2012-2023. Die cijfers zijn het topje van de ijsberg, waarschuwt een medewerker, omdat lang niet alle journalisten hun zaak melden bij Ossigeno.
Onderzoeksjournalist Sigfrido Ranucci (63) lacht aan de telefoon laconiek, gevraagd naar het aantal strafrechtelijke en civiele rechtszaken dat hij tijdens zijn lange carrière aan zijn broek kreeg. Hij telt er nu 188, waarin bij elkaar 125 miljoen euro schadevergoeding van hem geëist is.
Ranucci werkt voor het onderzoeksjournalistieke programma Report, van publieke omroep Rai. Ondanks alle juridische procedures betaalde hij nooit een euro aan schadevergoeding of boete. ‘Tot nu toe heb ik altijd gelijk gekregen’, zegt de journalist opgewekt.
Door het spitwerk van Report kwam begin dit jaar onderminister van Cultuur Vittorio Sgarbi ten val, nadat was gebleken dat hij in het bezit was van een gestolen schilderij. Sgarbi kondigde nadien aan 5 miljoen euro schadevergoeding van het programma te eisen, al is het tot op heden nog niet tot een rechtszaak gekomen. Zo’n aankondiging is vaste prik bij Italiaanse politici die ergens van worden beschuldigd. Wie géén rechtszaak aanspant tegen journalisten – hoe kansloos ook, want rond de 90 procent van de smaadzaken loopt uit op vrijspraak –, bekent daarmee praktisch schuld.
De publieke omroep was in Italië altijd sterk gepolitiseerd en dus nooit een toonbeeld van onafhankelijke journalistiek. Toch is ook dat fenomeen onder de huidige regering heviger dan in de jaren ervoor, onder de regeringen van Giuseppe Conte en Mario Draghi, zeggen werknemers van de Rai.
Zij protesteerden dit voorjaar tegen de politieke druk op hun werk, nadat een monoloog van schrijver Antonio Scurati op het laatste moment van televisie geweerd werd. Paradoxaal genoeg bereikte Scurati’s toespraak, over antifascisme, uiteindelijk juist door het ontstane schandaal een veel groter publiek dan anders het geval was geweest. Om te bewijzen dat ze heus niet aan censuur doet, publiceerde zelfs premier Giorgia Meloni de tekst op haar Facebookpagina.
Voor onderzoeksjournalist Ranucci laat de druk van de zittende macht zich op subtielere manieren voelen. Niet door simpelweg budgetten te korten, maar door méér uitzendingen van zijn kritische programma te eisen voor hetzelfde geld, en door de redactie intern voortdurend ter verantwoording te roepen voor hun inhoudelijke keuzes. ‘Ze zeggen dat we geobsedeerd zijn door rechts, maar wij controleren simpelweg de macht’, stelt Ranucci. ‘En in Italië is rechts de afgelopen twintig jaar nu eenmaal het vaakst aan de macht.’
Het vele procederen tegen journalisten, ook vanuit de politiek, is in Italië geen ongehoord fenomeen, legt onderzoeksjournalist Ranucci uit. ‘Vooral onder de regeringen van Berlusconi hadden wij het zwaar,’ benadrukt Ranucci. Maar bij veel Italiaanse journalisten is Matteo Renzi, de centristische ex-premier die zich internationaal graag een liberaal imago aanmeet, net zo gehaat.
Hij vergrootte de greep van de regering op het bestuur van de publieke omroep sterk, roept Ranucci in herinnering. ‘Sindsdien zijn de bestuursbenoemingen puur politiek.’ Ook Renzi is niet vies van rechtszaken tegen journalisten. Hij spande er de afgelopen jaren menigeen aan – weliswaar na zijn premierschap, maar toch nog altijd als partijleider en parlementariër.
Maar de persvrijheid staat in Italië van meer kanten onder druk dan alleen vanuit de politiek, benadrukt Ranucci. Bedreigingen vanuit de maffia zijn nog altijd verreweg de belangrijkste reden waarom Italiaanse journalisten beveiliging nodig hebben: Ranucci is een van de 22 Italiaanse journalisten die permanent politie bij zich hebben. ‘Ik zit ook nu in de auto met carabinieri’, vertelt hij aan de telefoon. Nog eens 270 journalisten leven onder een lichter veiligheidsregime.
Het heeft iets paradoxaals: enerzijds regent het aanklachten en rechtszaken, ook vanuit de politiek, anderzijds neemt de Italiaanse overheid de fysieke veiligheid van journalisten juist serieuzer dan ooit. Dat erkent ook Alberto Spampinato van Ossigeno per l’informazione, de ngo die persvrijheid monitort. De organisatie is gevestigd in een villa net buiten het centrum van Rome, waar de overheid in 1996 beslag op legde. De door een enorme tuin omgeven laagbouw was destijds eigendom van een vooraanstaand lid van de Banda della Magliana, een maffiabende die de Italiaanse hoofdstad in de jaren zeventig en tachtig teisterde.
Tegenwoordig is het een openbare ruimte, eigendom van de gemeente, terugveroverd op de georganiseerde misdaad. Het is voor Spampinato (74) betekenisvol dat hij juist hier, in een voormalig hol van de leeuw, kantoor mag houden en vecht tegen bedreigingen van de pers. Op het monument voor slachtoffers van de maffia, pal naast zijn kantoor, wijst hij een foto aan van zijn oudere broer Giovanni. Hij is vereeuwigd als een serieuze bebrilde twintiger in pak, de derde in een lange rij vermoorde Italiaanse journalisten die hier herdacht worden.
Giovanni Spampinato was 25 toen hij in 1972 als jonge journalist werd vermoord, in hun woonplaats Ragusa op Sicilië. Hij werkte aan een journalistiek onderzoek naar banden tussen extreemrechtse groepen en de maffia. Na de ramp besloot Alberto Spampinato, destijds 22 jaar, in de voetsporen van zijn broer te treden.
Maar zo goed als Italië journalisten tegenwoordig tegen de maffia beschermt, zo kwetsbaar zijn ze in juridisch opzicht. De mogelijkheid tot celstraf voor journalisten moet als eerste worden afgeschaft, vindt Spampinato. Overigens betekent het feit dat rechters vrijwel elk jaar gevangenisstraf uitdelen voor smaad niet dat er in Italië ook echt journalisten in de gevangenis zitten vanwege hun werk.
Omdat de straffen meestal korter dan twee jaar zijn, er geen vluchtgevaar is en de veroordeelden doorgaans nog geen strafblad hebben, schort het Italiaanse rechtssysteem – dat vanwege overvolle gevangenissen selectief moet zijn – hun celstraf in praktijk eigenlijk altijd op.
Dat gold ook voor de meest recente zaak. In mei veroordeelde een lokale rechtbank in Nola, een voorstad van Napels, een journalist tot 8 maanden cel vanwege een artikel over de voorzitter van de lokale Orde van Advocaten. De cel gaat krantenjournalist Pasquale Napolitano niet in, maar hij heeft nu (tenzij het hoger beroep slaagt) een strafblad, en moet ook een boete van 6.500 euro betalen. Ook sterschrijver Roberto Saviano, auteur van het boek Gomorra over de Napolitaanse maffia, kreeg in 2023 een boete van 1.000 euro, voor het op tv uitschelden van Giorgia Meloni in 2020.
Het frequent uitdelen van celstraffen heeft impact, stelt Carlo Bartoli, voorzitter van de Orde van Journalisten. ‘Het zogeheten chilling effect is sterk’, legt Bartoli uit. ‘Journalisten durven dingen niet op te schrijven, vanwege het risico op aangifte, een lang en duur proces, boetes of een strafblad.’
Al jaren zegt zowel de Europese Unie als het eigen Grondwettelijk Hof dat de Italiaanse wet over smaad via de pers hervorming behoeft. Het probleem is dat geen enkele politieke partij daarbij belang denkt te hebben, zucht Alberto Spampinato. ‘Na elke verkiezing komt er voor de bühne een voorstel op tafel, dat uiteindelijk nooit het levenslicht ziet.’
Op de redactie van Domani moeten hoofdredacteur Emiliano Fittipaldi en zijn aangeklaagde redacteuren zeker nog maanden wachten op een oordeel in de strafzaak, naar aanleiding van de aangifte van minister van Defensie Crosetto. Intussen groeit Fittipaldi’s vrees dat de persvrijheid in Italië verder afglijdt. ‘Niet door een fascistische overname zoals in 1922’, verduidelijkt hij. ‘Maar eerder in de richting van het illiberale Hongarije van Orbán.’
Minister Crosetto is niet het enige lid van de regering dat druk zet op Domani, benadrukt de hoofdredacteur. In maart 2023 kreeg de krantenredactie ook al bezoek van de politie, na een aangifte door onderminister van Werkgelegenheid Claudio Durigon.
De carabinieri kwamen een artikel – dat ook gewoon online vindbaar was – ‘in beslag nemen’. De journalisten vatten de politieactie op als intimidatie. Later erkende het Openbaar Ministerie dat het een fout was, zegt Fittipaldi, die ook door premier Giorgia Meloni zelf werd aangeklaagd vanwege weer een ander artikel.
De zaak stamde nog uit haar tijd als parlementariër, want de Italiaanse rechtspraak is traag. Eind juli maakte de premier bekend deze aangifte in te trekken. ‘Een mooi gebaar’, zegt Fittipaldi. ‘Ik hoopte dat het zou leiden tot een betere verhouding tussen Meloni en de pers. Maar een dag later viel ze ons alweer aan in een interview.’
Journalist zijn was in Italië nooit een eenvoudig of veilig beroep. Ook opereren in een zeer gepolariseerd politiek krachtenveld is sinds de opkomst van Berlusconi niets nieuws. Maar toch: de laatste twee jaar is er iets aan het veranderen, meent de hoofdredacteur. ‘We worden niet langer aangevallen als tegenstanders, maar als vijanden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant