Ondanks de coronapandemie en de Oekraïne-oorlog zijn zowel de bedrijfswinsten als de lonen in Nederland afgelopen jaren ‘naar een recordhoogte’ gestegen. Wel namen de bedrijfswinsten een stuk harder toe dan de lonen.
Waar de Nederlandse bedrijfswinsten met 32 procent stegen tussen 2019 en 2023, namen de totale salarissen met 24 procent toe, blijkt uit woensdag gepubliceerde cijfers van het CBS. Gecorrigeerd voor de in diezelfde periode flink gestegen prijzen én de bevolkingsgroei door (arbeids)migratie, nam het beschikbare inkomen per Nederlander van 2019 tot en met 2023 gemiddeld met 2,2 procent toe.
‘Ondanks dat Nederland de laatste jaren twee behoorlijk grote economische schokken te verduren heeft gekregen, zijn de winsten en de lonen toch gewoon gegroeid’, constateert CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen.
Over de auteur
Jonathan Witteman is economieredacteur voor de Volkskrant en schrijft over de macro-economie en de bankensector.
Werkgevers profiteerden meer dan werknemers. De winstquote – oftewel het deel van de toegevoegde waarde dat bedrijven, na aftrek van onder meer loonkosten en belastingen, als ondernemerswinst behalen – steeg in 2022 naar een record van 44,3 procent. Ook vorig jaar lag de winstquote met 44 procent nog altijd veel hoger dan de vorige piek uit 2007 (42,7 procent), vlak voordat de kredietcrisis uitbrak.
‘Er is afgelopen jaren dus een groter deel van de koek naar de factor kapitaal gegaan dan naar de factor arbeid’, ziet Van Mulligen. ‘Tegelijkertijd is de koek voor iedereen groter geworden, dus het is zeker niet zo dat werknemers er op achteruit zijn gegaan.’
Dat de winsten zo gestegen zijn, komt niet alleen doordat bedrijven met een groter deel van de koek aan de haal gingen, maar ook door de coronasteun van de overheid, aldus het CBS. Waar bedrijven in 2019 nog 7,9 miljard euro subsidie ontvingen, lag de subsidie in 2020 (26 miljard euro), 2021 (24,2 miljard euro) en 2022 (17,4 miljard euro) beduidend hoger.
Het CBS vond geen bewijs dat bedrijven extra winst over de rug van consumenten hebben geboekt dankzij ‘graaiflatie’. Afgelopen tijd klonk meermaals de verdenking dat bedrijven hun sinds de Oekraïne-oorlog fors gestegen inkoopkosten meer dan volledig op consumenten zouden hebben afgewenteld, en zo een slaatje zouden hebben geslagen uit de koopkrachtcrisis.
Volgens het CBS gebeurde in werkelijkheid het tegenovergestelde: over de gehele economie bezien berekenden bedrijven hun gestegen kosten juist niet volledig door, bleek eerder dit jaar uit een CBS-analyse.
‘In de horeca bijvoorbeeld zijn consumenten behoorlijk gematst, waarschijnlijk omdat cafés en restaurants anders verlies van klandizie vreesden’, ziet Van Mulligen. Een uitzondering waren de energiebedrijven en de sector vervoer – zoals luchtvaart, het spoor en transportbedrijven – die juist wel bovenmatig hogere prijzen rekenden.
Ondanks het rampjaar 2022 is de koopkracht van de Nederlanders er sinds 2019 met 3,1 procent op vooruit gegaan. Wel zijn de verschillen tussen de inkomensgroepen groot. Zo boekte de armste 10 procent van alle huishoudens in de periode 2022-2023 veruit de grootste vooruitgang qua koopkracht: 5,8 procent.
Het aandeel ‘personen met risico op armoede’ was in 2022 zelfs het laagste ooit gemeten door het CBS. Dit lag vooral aan de energietoeslag, de steunmaatregel voor mensen die de extreem gestegen gasprijzen niet konden betalen. De grootste achteruitgang qua koopkracht – 2,9 procent – was er in diezelfde periode juist voor de rijkste 10 procent van de huishoudens.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant