Home

Wanneer we onszelf moeilijk kunnen veranderen, hoe komen we dan vooruit?

Ik sprak deze week een neurowetenschapper nadat hij in een collegezaal had geprobeerd om ons, een zaal vol juristen, iets te leren over de vorming en werking van het menselijk brein. Tijdens zijn lezing liet hij een tabel zien waarin de kansen op autisme gerangschikt waren, afhankelijk van gebeurtenissen die de moeder tijdens de zwangerschap meemaakte. De genetische component woog veruit het zwaarst, maar in de tabel stonden ook gebeurtenissen als ‘verhuizen naar een ander land’ en ’verwoestende orkaan meemaken’. Die gebeurtenissen veroorzaken een significant grotere kans op autisme bij het ongeboren kind. Ons brein wordt gevormd door de wereld om ons heen, nog voordat we die wereld betreden.

Zowel op ons genenpakket als ten aanzien van onze omgeving, hebben we geen invloed. Tenminste, niet als kind. Eenmaal volwassen gaan we druk aan de slag met het decor waarin ons leven is geplaatst, in de veronderstelling dat we onszelf nauwkeurig in de smiezen hebben. Maar de blauwdruk van onze hersenen, en dus de manier waarop we denken en handelen, staat dan al min of meer vast.

Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Na de lezing vroeg ik de neurowetenschapper hoeveel effect het heeft om verdachten bij een veroordeling een gedragstraining op te leggen. Zo zijn er cognitieve vaardigheidstrainingen om mensen te leren betere keuzen te maken, agressieregulatietrainingen om geweld af te leren, alcoholcursussen om niet of minder te drinken, et cetera. De neurowetenschapper keek vertwijfeld. Die trainingen waren heus zinvol, maar om oud gedrag af te leren en nieuw gedrag aan te leren is volgens hem vooral de omgeving cruciaal. Als die hetzelfde blijft, wordt het knap lastig voor de hersenen om nieuwe verbindingen aan te maken.

Wanneer we onszelf moeilijk kunnen veranderen en de wereld zoals we die kennen ons terugduwt in oude patronen; hoe komen we dan vooruit?

Frans de Waal, de bekende bioloog die helaas dit jaar is overleden, definieerde intelligentie als het vermogen om om te gaan met nieuwe problemen. De Waal was gespecialiseerd in primaten, maar had ook iets te zeggen over de mens, die hij niet zo’n succesvolle soort vond: ‘We hebben hele goede modellen om te voorspellen wat er met de wereld kan gebeuren, maar op de een of andere manier zijn wij en onze politici niet in staat om conclusies te trekken en om ons gedrag te veranderen.’

Afgelopen week vond in New York de Summit of the Future plaats. Deze VN-top was geïnitieerd omdat mondiale problemen zich sneller ontwikkelen dan de instellingen die zijn ontworpen om ze op te lossen. VN-secretaris-generaal António Guterres betoogde dat er dringend hervormingen nodig zijn. De huidige internationale instellingen zijn een product van de jaren veertig uit de vorige eeuw en het zijn de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog die nog steeds de overhand hebben in de VN-Veiligheidsraad.

Volgens Guterres kunnen we geen toekomst creëren die geschikt is voor onze kleinkinderen met een systeem dat is gebouwd voor onze grootouders. Alleen al de situatie in het Midden-Oosten laat zien dat Guterres gelijk heeft. Maar ook als het gaat om zaken als klimaatverandering en een eerlijke welvaartsverdeling blijven we vastzitten.

Om nieuwe problemen te adresseren is meer nodig dan intelligentie. Het vereist ook moed en het besef dat we niet alleen het product zijn van de wereld om ons heen, maar ook de architect daarvan. Dat betekent dat we, in weerwil van onze eigen blauwdruk, moeten blijven zoeken naar manieren om vooruit te komen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next