Home

‘Als ze dan moet poepen’, vroeg mijn vrouw, ‘wie gaat dan haar billen afvegen?’

We liepen de trap op naar boven. De houten treden kraakten onder onze voeten en de geur van hooi en paardenurine drong mijn neus binnen. We kwamen uit in een woonkeuken waar meerdere tafels achter elkaar stonden opgesteld. Aan onze rechterhand was een deur naar de slaapruimtes. Verspreid over drie aansluitende kamers stonden stapelbedden met in totaal een stuk of tien slaapplaatsen.

‘In welk bed wil jij gaan slapen?’, vroeg ik mijn jongste dochter. Maar ze wilde geen antwoord geven. Het enige wat ze wilde communiceren is dat haar moeder en ik weg moesten. We zetten haar spullen neer; een tas, een slaapzak, haar knuffeltje en namen afscheid. Ze was een van de jongsten en oogde tussen deze groep grotere meiden klein en kwetsbaar.

‘Als er iets is’, zei ik tegen de vrouw die het ponykamp leidde, ‘je kan ons altijd bellen, al is het midden in de nacht – dan kom ik haar halen.’ Ging niet gebeuren, zei ze, was ook nooit gebeurd.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

‘Dan kent ze die van ons nog niet’, zei ik tegen mijn vrouw in de auto, terwijl we met een eindeloos lege achterbank terug naar huis reden. Het was de eerste keer dat ze ergens alleen ging logeren. Thuis vindt ze het niet fijn om alleen in haar eigen bed te slapen en brengt ze het overgrote deel van de nachten door bij haar zus in bed of tegen een van ons aan. ‘En als ze dan moet poepen’, vroeg mijn vrouw, ‘wie gaat dan haar billen afvegen?’

De volgende morgen werd ik wakker met een bericht dat om 11 over 12 verstuurd was, waarin ze tussen een groep meisjes stond en het peace-teken maakte. Bij het ontbijt volgde een filmpje, waarin een ouder meisje haar haar aan het kammen was. Ja, ze had lekker geslapen, zei ze. Ze had haar pyjama nog aan en de slaap stond nog in haar ogen. Ja, ze had een lekker bed. En nee, ze wilde niet nog iets tegen papa en mama zeggen.

‘Ik ben blij dat het zo goed gaat’, zei ik tegen mijn vrouw, ‘maar eigenlijk ook weer niet.’ De hele dag door werden we gebombardeerd met foto’s waarop ze nooit meer naar huis leek te willen, met als apotheose een filmpje dat was gemaakt tijdens de bonte avond, waar op de voorgrond grote pubermeiden een dansje doen en ergens op de achtergrond een klein poppetje met springerige krullen zo goed en zo kwaad als het kan probeert met ze mee te dansen.

De volgende dag kregen we haar terug. Zielsgelukkig, uitgeput, de paardenlucht kwam uit haar poriën en ze was jaren ouder dan een paar dagen terug. ‘Mama’, riep ze opeens toen ze weer thuis was en de kat in haar armen had gesloten. Ze lachte en had een blos op haar wangen, ‘ik heb de hele week gewacht met poepen!’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next