Home

Tweede Kamer wil regeling vroegpensioen beperken, definitie ‘zwaar beroep’ blijft onduidelijk

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil, net als NSC-minister Eddy van Hijum, de toegangspoort tot de vroegpensioenregeling voor zware beroepen flink versmallen. Daarmee ligt het parlement op ramkoers met de vakbonden, die juist weinig toegangsbeperkingen willen.

VVD-Kamerlid Thierry Aartsen wappert dinsdag, tijdens het Kamerdebat over de vroegpensioenregeling, meermaals met de statistieken uit de recente Kamerbrief van minister Eddy van Hijum. Hij doet dat voor het eerst als SP’er Bart van Kent hem kapittelt vanwege zijn opiniestuk van maandag in De Telegraaf. Volgens Van Kent geeft Aartsen mensen met een zwaar beroep daarin te verstaan ‘dat ze niet zo moeten zeuren’.

De SP’er gaat er hard in bij Kamerleden als Aartsen, die voor een beperkte regeling pleiten. ‘Kamerleden zijn vaak laat met werken begonnen en hebben geld genoeg om eerder te stoppen. Terwijl veel mensen die wél zwaar werk doen, moeten doorwerken totdat ze er letterlijk bij neervallen of overlijden voordat ze met pensioen mogen. Dat is misdadig. Mensen betalen met hun leven voor de politieke wens om maar zo veel mogelijk mensen te laten werken.’

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Volg alles over de kabinetsformatie hier.

Dat gaat Aartsen te ver. Hij haalt de cijfers van Van Hijum erbij en vraagt Van Kent of hij ING-bankiers onder ‘mensen met een zwaar beroep’ schaart. De ING-cao biedt 64-jarige werknemers van deze grootbank namelijk de mogelijkheid vervroegd uit te treden na een dienstverband van slechts vijf jaar. Verzekeraar ASR idem dito. Bij ABN Amro mogen bankmedewerkers die op hun 54ste in dienst zijn getreden tien jaar later al met vroegpensioen.

Verpleger moet 45 jaar werken

Vergelijk dit met politieagenten en verplegers, houdt Aartsen de boze SP’er voor. Zij kunnen volgens hun cao pas na respectievelijk 35 en 45 dienstjaren gebruikmaken van de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Dit terwijl politiemensen en thuiszorgmedewerkers volgens vrijwel alle deskundigen een zwaar beroep hebben, vanwege hun grote fysieke en mentale belasting en onregelmatige werktijden.

Vrijwel de hele Tweede Kamer, ook de VVD, ziet de noodzaak in van een vroegpensioenregeling voor mensen met een zwaar beroep. Doordat de AOW-leeftijd blijft stijgen, komen Nederlanders met fysiek of mentaal zwaar werk steeds verder in de knel. Ze zijn niet in staat door te werken tot hun AOW-leeftijd.

Een groot deel van hen verdient weinig en bouwt daardoor weinig spaargeld en aanvullend pensioen op. Daardoor kunnen ze het zich niet veroorloven eerder met pensioen te gaan, terwijl werkenden met een hoog inkomen en een minder zwaar beroep dat wel kunnen.

Tot 2006 werd dit probleem ondervangen door de VUT (Vervroegde Uittreding), maar deze generieke vroegpensioenregeling werd afgeschaft omdat die te duur werd. In 2019 werd de RVU bedacht als tussenoplossing tot eind 2025. Dat gaf kabinet en sociale partners enkele jaren om een permanente vroegpensioenregeling voor zware beroepen te ontwerpen.

Vakbonden en overheid kunnen het echter niet eens worden over wat een zwaar beroep is. De tijd dringt, want voor politiemensen stopt de RVU per 1 januari al. In de andere sectoren een jaar later.

Werkgevers willen uittocht voorkomen

Er is een patstelling ontstaan omdat kabinet en werkgevers niet aan de eisen van de vakbonden tegemoet willen komen. Van Hijum wil voorkomen dat de ‘nieuwe RVU’ te populair wordt. In sommige sectoren met veel zware beroepen, zoals de bouw, de verpleegzorg en de industrie, heerst grote arbeidskrapte. Werkgevers in die bedrijfstakken, die toch al last hebben van de vergrijzing, willen niet dat nog meer werknemers met pensioen gaan.

Uit de bijlage bij Van Hijums Kamerbrief, die ook Aartsen citeerde, blijkt dat de RVU voor een belangrijk deel haar doel mist. Het zijn vooral middeninkomens die gebruikmaken van de regeling. Voor mensen in een zwaar beroep met een laag inkomen is de RVU-uitkering (maximaal 2.182 euro per maand) te karig om van rond te kunnen komen. Hogere inkomens kunnen die uitkering bijplussen door (een deel van) hun aanvullend pensioen naar voren te halen, maar lage inkomens hebben die optie niet. Daarnaast blijkt dus uit de cijfers dat een aanzienlijk deel van de RVU’ers helemaal geen zwaar beroep heeft.

Van Hijum rekent de Tweede Kamer tijdens het debat voor dat er ongeveer 15 duizend werknemers per jaar gebruikmaken van de huidige RVU. ‘Er zijn nu ongeveer 214 duizend werkende Nederlanders van 64 tot 67 jaar oud. Als de komende drie jaar 45 duizend van hen met vroegpensioen gaan, is dat ruim 20 procent van de hele doelgroep. Dan moet je je toch afvragen of dat nog een gerichte regeling is, of gewoon een collectieve vroegpensioenregeling zoals de VUT.’

Quotum zou misverstand zijn

De minister wil daarom aan de rem kunnen trekken als het aantal zestigers dat straks intekent op de nog te ontwerpen ‘nieuwe RVU’ de 15 duizend per jaar overstijgt. De vakbonden hebben deze eis in de media en aan hun achterban gepresenteerd als ‘quotum’, maar Van Hijum zegt dat dit een misverstand is. Wel wil hij met de bonden afspreken dat er nieuwe, striktere afbakening van de doelgroep komt als de regeling te populair wordt. Daarom wil Van Hijum eerst opnieuw een tijdelijke regeling instellen, zodat hij kan bijsturen als het met de belangstelling ‘uit de klauwen loopt’.

Van Hijum doet ook handreikingen. Zo wil het kabinet wil de maximumuitkering met enkele honderden euro’s per maand verhogen om het probleem te ondervangen dat de uitkering voor sommigen nu te laag is om van te kunnen leven. De vakbonden willen echter geen serieuze doelgroepbeperkingen accepteren. Ze hebben voor oktober dagenlange stakingen in meerdere bedrijfstakken aangekondigd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next