De tentoonstellingen op de biënnale BredaPhoto gaan over zware kost, zoals ontheemding en de zoektocht naar je roots, maar zijn avontuurlijk en soms hallucinant mooi. De deelnemers nemen bovendien lang niet meer genoegen met alleen een setje foto’s.
De nieuwe editie van de biënnale BredaPhoto schuwt grote gebaren geenszins. Metershoge fotoprints, op een stellage in de buitenlucht die doet denken aan het skelet van een gashouder. De complete, monumentale Grote Kerk, heringericht voor een tentoonstelling over de slavernij in Brazilië en de link tussen mensenhandel en de in het godshuis begraven doden. Een fabriekshal, verduisterd voor een imposante video- en lichtinstallatie over het nietige Friese dorp Sexbierum.
Ontheemding, migratie, vluchten en het zoeken naar roots zijn thema’s die samenkomen onder de noemer Journeys (‘reizen’). Klinkt als zware kost (en is dat soms ook), maar vaker is het inspirerend, avontuurlijk en soms hallucinant mooi. Het festival is, met de Noord-Nederlandse pendant Noorderlicht, toonaangevend in documentaire en autonome fotografie. En het biedt een staalkaart aan nieuwe ontwikkelingen.
Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur bij de Volkskrant en schrijft onder meer over fotografie en de manier waarop nieuwsfoto’s ons wereldbeeld bepalen.
Wat nu opvalt: met alleen een set foto’s willen de meeste deelnemers niet meer aankomen. Vaak vindt hun werk een verlengstuk in geluid, video, illustraties of, zoals in Tina Fariftehs installatie Sexbierum, een overdonderende show met bezwerende muziek, een lichtshow en ander spektakel.
Het festival vindt plaats op een tiental locaties in Breda. Die zijn groot, zoals op twee verdiepingen in Carré Chassé, het voormalige politiebureau. En uitgestrekt, zoals in park ’t Zoet, een postindustriële locatie aan de rand van de stad. In oude fabriekshallen, galeries, de Stadsgalerij en de kerk, in en buiten het centrum. Met vervoersmogelijkheden per boot of fietstaxi, buiten de gangbare opties. Maar ook daarmee zijn niet alle locaties in één dag te bezichtigen. Uit het overvloedige aanbod koos V zes niet te missen exposities.
De in Iran geboren kunstenaar Tina Farifteh maakte naam met The Flood, een video-installatie waarin de toeschouwer zich, als een bootvluchteling, dobberend in de woeste, vaak dodelijke golven van de zee bevindt. Dit jaar werd haar eerste documentaire Kitten of vluchteling uitgezonden op de VPRO, over onze empathie voor migranten (of het gebrek daaraan). Breda biedt haar, in een verduisterde fabriekshal, een podium voor het eerste deel van haar project Sexbierum.
Het Friese dorp aan de Waddenzeedijk, haar woonplaats, vormt de uitvalsbasis voor omzwervingen door de omgeving met een videocamera. Vanuit de auto filmt Farifteh het landschap, dat in niets lijkt op haar geboorteland of haar eerdere woonplaats Amsterdam. Kleivelden, met honderden meters lange aardappelbedden in het gelid. Kaarsrechte wegen en een dito dijk, waarop schapen kijken naar de filmer die, dag en nacht (als de koplampen van de auto het landschap beschijnen), op zoek is naar mentaal houvast.
De manier van filmen wekt vervreemding. Farifteh weet het gevoel over te brengen dat je dit landschap voor de allereerste keer aanschouwt. De lege wegen, de eindeloze hemel boven het wad, de hoge dijk, bijna onherkenbaar vanuit het gekantelde standpunt. De zon die gloeiend ondergaat aan de horizon, en weer opkomt in het oosten boven weids, leeg land met hier en daar een wenkende windmolen.
De vervreemding heeft een diepere laag, omdat Farifteh haar Iraanse achtergrond in de film verwerkt. Een Iraanse, nu in de gevangenis opgesloten muzikant/rapper zingt op de puls van zware drums een lied over de onderdrukking in het fundamentalistische land: ‘De enige manier om vrij te zijn in Teheran, is als je dood bent.’ Zo zie je Friesland, en denk je aan de onderdrukking in Iran.
Aan het einde van de 24 minuten durende film – een samenballing van 24 uur – vindt een catharsis plaats: de zon komt op en ontstijgt het projectiescherm door het inventieve gebruik van een spotlight. Aan de andere kant van de hal, aan de rugzijde van de toeschouwer, komt tegelijk de maan op, zichtbaar door de nevel die plots in de hal hangt: zo lijkt Farifteh te tonen dat ze thuis is in Noord-Friesland. Zonder Iran te vergeten, twee jaar na de dood van de Koerdisch-Iraanse Jina Mahsa Amini, die stierf na te zijn gearresteerd door de moraalpolitie in Teheran.
De doden vinden geen rust in de Grote Kerk in Breda. Vierhonderd jaar nadat ze in de 17de eeuw de geest hebben gegeven, rakelt de Braziliaanse Rosângela Rennó hun betrokkenheid op bij het obscure Nederlandse koloniale verleden in haar land. In de 17de eeuw speelde de West-Indische Compagnie een hoofdrol bij de verovering van een deel van Brazilië, en vormde de spil in de lucratieve, wereldwijde suikerhandel.
Rennó bedekte de met grafzerken bezaaide kerkvloer met een enorm rood-oranje tapijt, waaruit uitsparingen zijn gesneden bij een aantal marmeren platen. Daarop staan onder meer de namen van de vooraanstaande Bredanaren die bij de kolonisatie in Brazilië betrokken waren.
Hoewel Rennó geen expliciet oordeel velt, maakt ze nadrukkelijk zichtbaar dat er persoonlijke betrokkenheid is geweest bij de schanddaden uit naam van de kolonisator, en bij het leed van slaafgemaakten op de suikerplantages. Ze geeft de anonieme WIC een gezicht. Het verleden laat zich niet onder het tapijt vegen. Het rood in het rood-oranje verwijst naar het gevloeide bloed, het oranje naar het praalgraf in de kerk van de machtige familie Nassau, voorouders van de Oranjes.
Ook aan de kolonisator Portugal schenkt Rennó aandacht. Op grote banieren aan weerszijden van het kerkinterieur zijn haar foto’s afgedrukt van schandpalen in zowel Portugal (vooral in Porto, centrum van de mensenhandel) als Brazilië. Daar werden slaafgemaakten voor straf aan de palen geketend en gemarteld.
Opvallend: in Portugal, waar de schandpalen uit de Middeleeuwen stammen, worden ze als monumenten gekoesterd en onderhouden. In Brazilië zijn ze verwaarloosd, beschadigd en met graffiti bespoten. Nog steeds vormen ze pijnlijke herinneringen aan het verleden.
Op de plek van het altaar plaatste Rennó een aantal foto’s van eeuwenoude heiligenbeeldjes die zij aantrof op een Braziliaanse vlooienmarkt in Natal, ooit bekend als ‘Nieuw Amsterdam’. De beeldjes zijn gebutst, gebarsten, afgebladderd en knullig opgelapt in handen van meerdere generaties. Rennó voorzag de afbeeldingen van bladgoud, een poëtische en ontroerende manier om zichtbaar te maken dat de schade uit het verleden niet uitwisbaar is, maar dat er wel nieuwe betekenis aan is te geven.
Oogstrelend en verontrustend is de film van het duo Lukács & Broersen over het laatste oerbos van Europa, het bijna 12 duizend jaar oude Bialowieza-bos op de grens van Polen en Belarus. Unesco-werelderfgoed, maar desondanks bedreigd door houtkap en klimaatverandering. En een plek waar migranten vastlopen, doordat ze zowel door Belarus als Polen tot pionnen zijn gemaakt in een cynisch geopolitiek spel.
Het duo preludeert op de ondergang van het mysterieuze bos, een inspiratiebron voor sprookjes, door het met digitale techniek aan flarden te scheuren. Voor de ogen van de toeschouwer zweven fragmenten van boomstammen in verval, bladeren en mossen, terwijl een eigentijds geklede man er dwars doorheen banjert. Blijkbaar heeft hij geen weet van de rijke geschiedenis, symbolisch voor onze hedendaagse omgang met natuur en erfgoed.
Onder de beelden klinkt de stem van een Iraanse operazanger met een Perzische interpretatie van Nature Boy, het lied waarmee Nat King Cole roem oogstte. De melodie zou in 1948 zijn gecomponeerd door de Joodse Broadway-componist Herman Yablokoff, die opgroeide in de nabijheid van het bos. Die wetenschap verleent extra diepte aan de dromerige melancholie die Lukács en Broersen losmaken.
Fotoportretten op billboardformaat prijken langs de spoorlijn, aan de stellage die aan een gashouder doet denken. Niet te missen, de kleurrijke zelfportretten van de Senegalees Omar Victor Diop in barokke stijl. Hij draagt de soort weelderige, voorname kledij die we kennen van Frans Hals en Rembrandts schuttersstukken, maar verwijst met eigentijdse voorwerpen subtiel naar het heden.
Attributen uit het voetbal, zoals een scheidsrechtersfluitje, een rode kaart en kicksen, belichamen de glorie van hedendaagse profvoetballers van Afrikaanse afkomst. Een fraai ironisch antwoord op de pronkzucht van Europese notabelen en machthebbers in vroegere eeuwen.
De foto’s verwijzen ook naar schilderijen van Afrikanen die een opmerkelijke rol hebben gespeeld in Europa. Zoals Jean-Baptiste Belley (1746-1805), een in Senegal geboren slaafgemaakte, die als 2-jarige werd verscheept naar Saint-Domingue, het huidige Haïti. Met zijn spaargeld wist hij zich vrij te kopen uit de slavernij. Hij zou de eerste zwarte afgevaardigde worden in het Franse parlement. Daar speelde hij een belangrijke rol bij de afschaffing van de slavernij door Frankrijk.
Een stoere bijdrage aan het festival is die van Selma Selman, telg van Zuidoost-Europese Roma. In haar video sloopt zij, met gespierde familieleden en behulp van een bijl en pneumatische schaar, een Mercedes. Het Duitse statussymbool, geslacht en ontleed door vakkundige Roma: de film speelt met vooroordelen waaraan haar gemeenschap vaak blootstaat. De klus oogt destructief, maar het werk wordt secuur uitgevoerd, zodat de onderdelen kunnen worden gerecycled.
Selman zet aan het denken over automobiliteit – hoogst actueel in de door malaise geteisterde Duitse autoindustrie – maar maakt ook een statement over de rol van gemarginaliseerde bevolkingsgroepen bij het opruimen van de rommel in de consumptiemaatschappij: de welgestelden scheuren over de Autobahn, de minder gefortuneerden ruimen de troep op.
Printjes met collages van een kwetsbaar vrouwenlichaam dat wordt gehinderd door ledematen die niet naar behoren functioneren: zo verbeeldt de Oekraïense Daryna Tyshchenko rouw en verdriet die gepaard gaan met de oorlog in haar thuisland. Ze verloor haar vader, die stierf aan het front. Het lichaam op Tyshchenko’s foto’s gaat gebukt onder de zwaarte van het geweld en de trauma’s die de Russische agressie veroorzaakt. Ook de associatie met gedode en gewonde Oekraïense burgers dringt zich op. In hun eenvoud en bescheidenheid zijn het aangrijpende foto’s.
BredaPhoto, t/m 3/11 (gesloten op maandag). Catalogus € 9,50.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant