Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In 1908 bedacht B.E. Dieperink van de firma G. van Voornveld & Co aan de Lindengracht in Amsterdam tijdens een hagelbui op een gure herfstdag de merknaam Hagelslag voor een nieuw broodbeleg. Zo wil de overlevering. Het waren witte broze korrels met anijssmaak. En het werd een succes. Later zou het bedrijf in handen komen van dropfabriek Venco.
Nu zou bijna niemand meer weten dat hagelslag ooit een merknaam was. En dat geldt voor heel veel producten waarvan de merknaam soortnaam is geworden en die inmiddels met een kleine letter worden geschreven: aspirine (Bayer), airfryer (Philips), chocomel (Nutricia), photoshoppen (Adobe), googelen (Google), luxaflex (Hunter Douglas) en viagra (Pfizer). In de marketing heet dit merkverwatering, begripsmonopolie of met een moeilijk woord genericide.
Tupperware is ook een soortnaam geworden voor plastic vershoudbakjes. Want helaas voor het bedrijf worden die meestal niet meer zelf gemaakt. Vorige week moest zelfs faillissement worden aangevraagd. En de goegemeente huilt tranen met tuiten. Nostalgie alom, want plastic – en met name Tupperware – hoort net zoveel bij de naoorlogse generatie als popmuziek en patat frites. De Tupperwareparty kan in sentimentele gevoelens wedijveren met de hippieparty met visnetten vol ballonnen of de discoparty met glitterbollen.
In De Gelderlander stonden enkele reacties van mensen die met weemoed terugdachten aan de Tupperwareparty’s. ‘De party’s waren heel gezellig, je deed dat samen met buurvrouwen, familie of vriendinnen. Meestal moest je met zo’n zes personen zijn, maar in die tijd kwam je gemakkelijk aan dat aantal.’ Een ander: ‘Vroeger was het echt een fenomeen. Het was een spontane avond met een heel gevarieerd gezelschap, met personen die je anders nooit zou ontmoeten. Je kwam in contact met andere mensen, waardoor je sociale leven ook groter werd.’
Tupperware is slachtoffer van zijn eigen succes geworden. De luchtdichte plastic bakjes zijn onverwoestbaar, zodat er nauwelijks vervangingsvraag is zoals bij glazen of aardewerk opbergmiddelen. Daarnaast heeft het succes concurrentie uitgelokt. Er zijn talrijke andere producenten gekomen die mogelijk kwalitatief mindere, maar wel goedkopere bakjes op de markt brachten. Wie plastic vershoudbakjes wil hebben, shopt in de geïndividualiseerde samenleving online en gaat niet meer naar een bijeenkomst bij de buurvrouw (of buurman), hoe leuk hij of zij ook is.
De naam is een begrip. De door cosmetische ingrepen bijna verbouwde diva, presentatrice en comédienne Joan Rivers zei een keer over het merk: ‘Als ik doodga, dan stel ik mijn lichaam ter beschikking aan Tupperware.’
Tupperware wordt niet voor niets de Cadillac onder de plastic bakjes genoemd. Alleen bij Amazon wordt de naam elke maand meer dan vijfhonderdduizend keer ingetikt op de zoekmachine. Vervolgens komen de consumenten in hun zoektocht vaak bij andere bakjes terecht: merkloos of van een ander merk.
Tupperware is failliet, maar niet dood. Behalve een merknaam die staat als een huis heeft Tupperware ook nog een mondiaal verkoopnetwerk van 425 duizend mensen.
Als daar geen koper voor is te vinden, zal de naam tenminste met een kleine letter in het woordenboek beklijven, net zoals hagelslag.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns