Home

Hoogbegaafde leerlingen vaak over het hoofd gezien, vooral meisjes van kleur

Je afkomst en geslacht bepalen deels of leraren zien dat je hoogbegaafd bent. De structurele ongelijkheid en onbewuste discriminatie in het basisonderwijs zijn nu voor het eerst bevestigd in landelijk onderzoek dat dinsdag is verschenen, zeggen de onderzoekers tegen NU.nl.

Zo'n 2 procent van de Nederlandse bevolking is hoogbegaafd en heeft een IQ van boven de 130. Hoogbegaafde basisschoolleerlingen voelen zich soms niet op hun plek. Aangepaste leermethoden of bijzonder onderwijs zijn dan op hun plaats. Maar dan is het wel belangrijk dat hun hoogbegaafdheid wordt herkend door onderwijsprofessionals.

Onderzoeksbureau Scaliq ontdekte na onderzoek onder ruim vijfduizend basisschoolleerlingen van zo'n dertig basisscholen dat het daar vaak misgaat en dat er sprake is van ongelijkheid. Een hoogbegaafde jongen zonder migratieachtergrond uit een sociaal hogere klasse had zo'n 60 procent kans te worden 'ontdekt' door leraren. Een hoogbegaafd meisje met een migratieachtergrond uit een minder 'kansrijk' gezin, verscheen volgens het onderzoek (On)gezien in slechts 15 procent van de gevallen op de radar.

"Ons onderzoek bevestigt dat dit het beeld is van het onderwijs in Nederland", zegt medeauteur van het onderzoek Femke Hovinga tegen NU.nl. "Er is sprake van onbewuste discriminatie en structurele ongelijkheid rond hoogbegaafde kinderen."

Hovinga benadrukt dat uit het onderzoek ook blijkt dat basisschoolleraren heel bevlogen zijn om "het goed te doen" en hoogbegaafde kinderen eruit te pikken zodat die passend onderwijs krijgen. Maar daar hebben ze onvoldoende tijd voor, omdat ze in de klas ook kinderen hebben met andere omstandigheden die prioriteit krijgen. Bijvoorbeeld kinderen die thuis te maken krijgen met mishandeling.

Hovinga ziet juist een gevaar in de bevlogenheid van begeleiders. Docenten denken vaak dat ze het signaleren van hoogbegaafdheid juist goed aanpakken, omdat ze zo gemotiveerd zijn. En daar gaat het onbewust mis.

"Leerkrachten kijken rond hoogbegaafdheid vaak naar het halen van hoge cijfers en bijzondere hobby's", licht de onderzoeker en hoogbegaafdheidscoach toe. "Maar je kunt als hoogbegaafd kind ook je best doen om juist niét op te vallen. En ook een kind dat niet goed Nederlands spreekt, kan hoogbegaafd zijn."

De onderzoekers waren volgens Hovinga erg geraakt over de conclusies, die in het onderzoeksrapport "ontluisterend" worden genoemd.

Senior onderzoeker Suzan de Winter-Koçak van Kennisplatform Inclusief Samenleven was niet bij het Scaliq-onderzoek betrokken. Zij ziet in (On)gezien "de zoveelste bevestiging" van structurele ongelijkheid en discriminatie in het onderwijs in het algemeen.

De expert diversiteitsvraagstukken wijst erop dat de Onderwijsraad en de Sociaal-Economische Raad deze ongelijkheid al eerder hebben aangestipt. Maar het valt De Winter-Koçak op dat de sector weinig voortvarend in beweging komt. Onderwijsprofessionals zouden hun eigen handelen en methodes te weinig onder de loep nemen.

Ook Hovinga vindt het "een zorgelijk teken" dat veel leraren denken dat ze goed bezig zijn met het signaleren van hoogbegaafdheid, terwijl uit het onderzoek blijkt dat ruim de helft van de hoogbegaafde kinderen in het basisonderwijs wordt 'gemist'. Veel van de kinderen voelen zich daardoor ongelukkig op school. Daarom moet de signaleringsmethode op de schop, bijvoorbeeld door "subjectieve" vragenlijsten die door docenten worden ingevuld te vervangen door objectieve screeningsinstrumenten zoals taalonafhankelijke IQ-tests.

"Als we meer hoogbegaafde leerlingen signaleren, gaan we hen, maar ook de maatschappij helpen", stelt Hovinga. "Want deze kinderen voelen zich dan gelukkiger en als samenleving zijn we minder geld en moeite kwijt om ze te helpen daarin hun plekje te vinden."

NU.nl is in afwachting van een reactie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next