Home

Hoe ga je om met verslavingsgevoeligheid?

Is verslavingsgevoeligheid genetisch bepaald, en hoe voorkom je dat een gewoonte een verslaving wordt?

Misschien ben je of ken je zo’n persoon, die net te vaak net te veel drinkt, die compulsief zijn telefoon checkt of meer geld uitgeeft op gokwebsites dan verstandig is. De ene persoon lijkt gevoeliger voor verslavingen dan de ander. Vaak wordt dan de schuld gegeven aan een zogenoemd verslavingsgen. Maar bestaat zoiets wel?

Je spreekt van verslaving als je niet meer zonder een middel kunt, lichamelijk of psychisch. Reinout Wiers, hoogleraar ontwikkelingspsychopathologie van de UvA, omschrijft het als ‘een ziekte van de wil’. Hij schreef het boek Akrasia hierover. ‘Akrasia is een begrip uit de klassieke Griekse filosofie, en staat voor handelen tegen beter weten in. Je weet dat je beter water kunt drinken dan bier, maar je neemt toch dat biertje. Of je bent van plan om geen vlees meer te eten, maar eet toch die bitterbal. Als je geen controle meer hebt over die keuze, ben je verslaafd: je wordt als het ware tot slaaf van het middel of de gewoonte gemaakt.’

Over de auteur
Heleen van Lier schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.

Waar de ene persoon makkelijk na twee biertjes stopt, zijn telefoon een poosje weglegt of stopt met gokken als hij op verlies staat, zijn deze dingen voor de andere persoon moeilijker. Hun gedrag wordt sneller compulsief en soms lijken ze zelfs van de ene in de andere verslaving te rollen. Wiers: ‘Het klopt dat je genetisch gevoeliger kunt zijn voor verslavingen. Toch kun je niet spreken over hét verslavingsgen. Er zijn wel honderden, zo niet duizenden, genen bij betrokken.’

‘Genen beïnvloeden gedrag, inclusief keuzes die kunnen uitmonden in verslaving. Er zijn een aantal persoonlijkheidskenmerken die hieraan bijdragen, zoals impulsiviteit, sensatiezoeken en gebrekkige zelfcontrole’, zegt Wiers. ‘Dit zijn overigens karaktereigenschappen die meer bij jongens voorkomen, en die bij zowel jongens als meisjes in de puberteit versterkt worden.’ En dan zijn er nog persoonlijkheidskenmerken die een hoger risico op latere leeftijd geven. Wiers. ‘Personen die angstiger zijn of gevoeliger zijn voor somberheid of depressie beginnen minder snel met experimenteren, maar eenmaal begonnen verliezen ze sneller de controle.’

Kleine verschillen in dna-code

Ook zijn er specifieke genen die het risico vergroten dat je verslaafd raakt aan een bepaald middel. ‘Als je beter tegen alcohol kunt, heb je méér risico om hieraan verslaafd te raken’, zegt Jacqueline Vink, hoogleraar Psychopathologie en verslavingsonderzoeker aan de Radboud Universiteit. ‘Bij roken kunnen kleine verschillen in een dna-code ervoor zorgen dat nicotine zich beter bindt aan de dopamine-receptoren. Dit vergroot de kans om hieraan verslaafd te raken.’

En toch zegt dit uiteindelijk lang niet alles over of je daadwerkelijk verslaafd zal raken. Wiers: ‘Als je proefdieren kweekt met een hoog genetisch risico, kun je het met tamelijk grote zekerheid voorspellen. Bij mensen werkt dat soms net anders. Dit komt doordat mensen in staat zijn hun gedrag te beïnvloeden op basis van een beeld van de toekomst. Dit zie je bijvoorbeeld bij sommige kinderen van verslaafde ouders: omdat ze hebben gezien wat een verwoestend effect een verslaving kan hebben, zijn ze extra voorzichtig met middelen.’ Vink: ‘Uiteindelijk gaat het om een complex samenspel tussen genen en de omgeving.’

Je kunt je gevoeligheid voor verslavingen ook juist vergroten door vroeg te beginnen met middelengebruik. Wiers: ‘Stel je begint als tiener met vapen. De dopamine-shotjes die hierbij vrijkomen, worden dan gekoppeld aan het nemen van het middel. Er worden als het ware geheugensporen aangelegd. Dit effect is sterker rond de puberteit. Als het voor één middel is aangelegd, is datzelfde mechanisme makkelijker aangelegd voor iets anders.’

Negatieve spiraal

Zo kan het gebeuren dat je van het ene naar het andere middel hopt. Volgens Harmen Beurmanjer, universitair docent van de Radboud Universiteit en onderzoeker in de verslavingszorg, belanden veel gebruikers van verdovende of stimulerende middelen in een negatieve spiraal. ‘Iemand die veel alcohol of cannabis gebruikt gaat slechter slapen, dan nemen ze veel cafeïne om wakker te blijven, worden daar weer onrustig van, waardoor ze weer een middel nemen om te ontspannen. Omdat het lichaam zich aanpast heb je steeds meer van het middel nodig voor hetzelfde effect. Vaak gaat dit geleidelijk en hebben mensen zelf niet eens door.’

Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl

Vermoed je dat je te veel afhankelijk bent geworden van een bepaald middel, stop er dan eens een maand volledig mee, adviseert Beurmanjer. ‘Een soort dry january voor alles waar je aan verslaafd zou kunnen zijn. Doe dit onder normale omstandigheden, zodat je je bewust wordt van het effect van middelengebruik in je dagelijks leven. De eerste twee weken zijn meestal het zwaarst, maar hierna ervaar je de voordelen.’ Zo kun je volgens Beurmanjer bewust de keuze maken of je wilt stoppen, of bepaalde afspraken met jezelf wilt maken, zoals: ik drink alleen op zaterdag. ‘Soms blijkt dat je er niet zelf uit kunt komen. Ga dan naar huisarts, die je zo nodig kan doorverwijzen naar specialistische verslavingszorg.’

Om ergens vanaf te kicken zijn er allerlei hulpmiddelen en - instanties. Maar kun je een verslavingsgevoelige persoonlijkheid echt veranderen? Wiers: ‘Het komt vaak voor dat degene die probeert te stoppen met een middel, zich ergens anders op toelegt en bij sommigen kan dat dwangmatige trekjes krijgen.’ Dit vindt Wiers niet noodzakelijk problematisch. ‘Het is hierbij belangrijk te ontdekken wat de risicosituaties voor jou zijn en wat de beste alternatieven zijn om je focus naar te verleggen. Vergeet niet dat enige dwangmatigheid soms juist een positieve eigenschap is. Zonder mensen die niet van stoppen weten, zouden we geen topsporters en Nobelprijswinnaars hebben.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next