Home

Ooit vonden Afro-Amerikanen vrijheid in Haïti: ‘Nu pas schudden we de angst voor het kolonialisme af’

In 1824 emigreerden zwarte Amerikanen naar de jonge, zwarte en bovenal vrije republiek Haïti. In de Dominicaanse Republiek proberen hun nazaten die geschiedenis levend te houden. ‘Het kolonialisme leerde zwarte mensen bang te zijn. Dat is doorgegeven.’

Gouden zonnestralen vallen door de luiken van de Anglicaanse kerk in het Dominicaanse kuststadje Samaná. Ventilatoren blazen warme Caribische zeelucht door het houten interieur. ‘Glory to God in the Highest’, staat in witte letters boven het altaar. De zwarte kerkgangers bezingen die goddelijke glorie in uitbundige Spaanse psalmen.

Dan kruipen plots een paar Engelse zinnen tussen het Spaans en is het alsof het verleden over het heden schuift. ‘Pray for me and I pray for you’, klinkt het uit tientallen kelen. Bid voor mij en ik bid voor jou. Precies zo moet het hebben geklonken toen hun Afro-Amerikaanse voorouders hier in 1824 aanmeerden en in het hart van hun nieuwe gemeenschap hun kerk stichtten.

Over de auteur
Joost de Vries is correspondent Latijns-Amerika voor de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.

Vanuit de VS namen de zwarte migranten de achternamen mee die ze kregen van witte Amerikaanse slavenhouders (onder wie een plantagehouder van Nederlandse afkomst): Anderson, Barett, Green, King, Vanderhorst. De circa driehonderd zwarte Amerikaanse gezinnen lieten alles achter en begonnen een nieuw leven in een nieuw, vrij land: het destijds piepjonge Haïti.

Sindsdien verstreken twee eeuwen. Vandaag de dag ligt Samaná in de Dominicaanse Republiek. En hoewel die eerste kerk begin 20ste eeuw werd vervangen door de huidige charmante Saint Peter’s Church met zijn dieprode dak en spitse houten toren, lijkt dat verre begin van deze gemeenschap hier tussen de kerkbanken nog heel dichtbij.

Klein verzetsverhaal

Er loopt een rechte lijn van die tweehonderd jaar oude wens om echt vrij te zijn naar actuele zwarte Amerikaanse emancipatiebewegingen als Black Lives Matter. Maar hoe waardevol dit kleine Afro-Amerikaanse verzetsverhaal in de grote trans-Atlantische slavernijgeschiedenis ook is, het dreigt in de vergetelheid te raken.

‘De nieuwe generaties trouwen met Dominicanen’, zegt Wilfredo Benjamin (50, grote lach onder een kleurrijk vissershoedje). ‘Steeds meer kinderen van onze gemeenschap hebben Spaanse achternamen.’ In zijn eigen stamboom zitten Kerry’s, Kings, Baretts en Vanderhorsts, vertelt hij onder de schaduw van een brede boom nabij de kerk, de Caribische Baai van Samaná op steenworp afstand.

Benjamin is cultuurambtenaar, toeristengids en amateurhistoricus. Met een klein comité van Afro-Amerikaanse nazaten organiseert hij dit jubileumjaar een reeks activiteiten: een markt, een oogstfeest, een kerkkoor met Engelse liederen en de opening van een klein museum. Zodat zijn eigen gemeenschap en de wereld deze geschiedenis niet vergeten.

Zie het als een daad van verzet. ‘Het kolonialisme leerde zwarte mensen om bang te zijn en stil te blijven. Dat is van generatie op generatie doorgegeven’, zegt hij. ‘Nu pas schudden we de angst af.’

Rebels voorbeeld

Twee eeuwen geleden gaf Haïti al een rebels voorbeeld. De slaafgemaakte Afrikanen in de Franse kolonie Saint-Domingue namen de wapens op tegen hun overheersers. In 1804 werd de eerste zwarte republiek ter wereld geboren. De Haïtiaanse revolutionair en president Jean-Pierre Boyer bezette niet veel later (van 1822 tot 1844) ook de Spaanse kolonie Santo Domingo op het oosten van het eiland Hispaniola.

In die periode nodigde Boyer zwarte Amerikanen uit om een nieuw leven te beginnen in Haïti. Dat nieuws ging als een lopend vuurtje door de noordelijke Amerikaanse staten, waar de slavernij al was afgeschaft (in tegenstelling tot het zuiden). ‘Echt vrij waren die zwarte Amerikanen nog niet’, zegt Benjamin. ‘Ze hadden geen toegang tot witte plekken.’

Hoewel duizenden Afro-Amerikanen de oversteek waagden, keerden de meesten weer terug naar de VS, vertelt hij. De Amerikaanse families die arriveerden in Samaná hadden een goede reden om te blijven: ze kregen een stuk grond. Twee eeuwen later wonen Benjamin en andere nazaten van de Baretts nog steeds in de Barett-wijk.

Rabiaat nationalisme

Tegen de keer in bleef de gemeenschap hecht, ook toen de Dominicaanse dictator Rafael Trujillo tussen 1930 en 1961 een rabiaat nationalisme propageerde en het bestaan van zwarte mensen in de Dominicaanse Republiek officieel ontkende. ‘Zwarte Dominicanen kregen een ‘i’ van Indiaan in hun paspoort.’

Trujillo’s conservatieve opvolger Joaquín Balaguer liet onder het mom van vernieuwing de meeste houten gebouwen in Samaná vernietigen. Dankzij verzet van de gemeenschap ontsnapte de historische kerk aan de sloopkogel. En in de Willmore-buurt staat nog een Victoriaans houten huis, een van de laatsten, compleet met houten veranda.

Ook de tijd zelf knaagt aan de Afro-Amerikaanse geschiedenis van Samaná, zegt Norma Forchue (70), net als Benjamin lid van het jubileumcomité. De gepensioneerde docent trok voor de zondagse kerkdienst een deftige blauwe jurk aan. ‘Mijn ouders spraken nog Engels, wij groeiden op met Spaans.’

Saint Peter’s Church staat lokaal bekend als La Chorcha. Alleen de oudsten kunnen het Engels van vroeger nog opdiepen uit hun geheugen.

Anna King bijvoorbeeld, diep in de negentig. Haar tranende ogen zien niet veel meer, maar onder een opgerolde vlecht zit haar hoofd nog vol melodieën. Zittend op een bankje voor haar huis tussen de bananenplanten zingt ze zachtjes de liedjes waarmee ze opgroeide.

‘Sow good seed. Upon the mountain and down in the valley, you must sow good seed.’ Waar je ook gaat, je moet goed zaad zaaien.

Halverwege juli, op de dag dat het jubileumcomité een ‘parade van de achternamen’ had gepland, verstoort een tropische storm de optocht. De nazaten hebben voor niets T-shirts laten drukken met hun Amerikaanse namen.

Gelukkig kunnen de Baretts, Greens en Willmores schuilen in het nieuwe museumpje. Aan de muren vertellen foto’s, landkaarten en schilderijen hun verhaal. De bijgaande teksten zijn geschreven in het Spaans.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next