De grondwet kan zichzelf niet verdedigen, maar heeft politici nodig die bereid zijn in de ‘geest’ van de democratie te opereren. Dat de PVV nu vol inzet op noodwetgeving moet daarom een belangrijk signaal zijn, ook voor de coalitiegenoten.
Toen in 2016 Donald Trump werd verkozen tot Amerikaanse president en de Britten voor een Brexit stemden, verscheen er een golf van boeken (zoals How Democracies Die van Levitsky en Ziblatt ) en commentaren over het ‘einde van de democratie’. Uiteindelijk werd de soep niet zo heet gegeten als hij werd opgediend. Trump werd in 2020 weggestemd en ook de Britse democratie functioneert nog (ondanks aanzienlijke problemen met de Britse economie).
We moeten de weerbaarheid van de democratie dus niet onderschatten. Omgekeerd moeten we echter ook oppassen om te veel te vertrouwen dat de democratische instituties hun werk wel blijven doen.
Over de auteur
Ben Crum is hoogleraar politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De Nederlandse democratie heeft zich de afgelopen decennia uiterst weerbaar getoond. Gevestigde partijen leden grote verliezen in verkiezingen, en van Lijst Pim Fortuyn tot de Partij voor de Vrijheid en Forum voor de Democratie heeft een reeks van nieuwe partijen aanzienlijke invloed gekregen (en vaak ook weer verloren).
Die nieuwe partijen gaven stem aan onvrede over de bestaande politiek en brachten standpunten in het parlement – bijvoorbeeld over migratie of Europese integratie – die niet door de oude partijen werden vertolkt. Nieuwe geluiden en een andere stijl van politiek leidden soms tot zorgen over het democratisch gehalte van deze partijen, maar uiteindelijk werden ze opgenomen in het democratisch proces.
Je kunt de confrontatie tussen de coalitie en de oppositie over het inzetten van asielnoodwetgeving dus zien als een botsing tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ politiek. De PVV – en in mindere mate de andere coalitiepartijen – geven met hun plannen voor het asielbeleid stem aan kiezers die zich door de oppositiepartijen onvoldoende gehoord voelen. Bovendien is de focus op asiel ook een uitlaatklep voor onbehagen over hoe de Nederlandse politiek vaak lijkt vast te lopen in een moeras van regels en compromissen.
Dat de discussie vervolgens vooral gaat over procedures – zoals het toesturen van documenten en de omstreden rechtsstatelijkheid – in plaats over de inhoud kan voor veel kiezers een reden zijn om af te haken. Maar in plaats van dat we deze discussies afdoen als juridische haarkloverij, staat er in de eis van de PVV en het kabinet om het parlement te passeren bij het doordrukken van het asielbeleid iets fundamenteels op het spel.
De essentie van democratie is dat we samen besluiten kunnen maken ondanks het feit dat we fundamenteel verschillende belangen en waarden hebben. Dat betekent dat je het niet met elkaar eens hoeft te worden. In plaats daarvan accepteren we allemaal de basisregels van het politieke spel, zoals verkiezingen en de meerderheidsregel, waarbij soms de één, soms de ander zijn zin krijgt.
Bovendien vergt democratie ook regels en procedures die voorkomen dat besluiten onnodig worden doorgedrukt ten koste van kwetsbare maatschappelijke belangen. Dat geldt voor de belangen van minderheden, maar ook voor belangen die van zichzelf onvoldoende stem krijgen in de politiek, zoals de mensenrechten van migranten. Daarom hebben we grondrechten en extra controle van de besluitvorming door bijvoorbeeld de Raad van State.
Uiteindelijk leggen de grondwet en de democratie slechts regels en procedures vast. Zij kunnen zichzelf niet verdedigen. Dat vereist politici die bereid zijn in de ‘geest’ van de democratie te opereren. Zij moeten blijven zien dat ze (en wij als maatschappij) er samen uit moeten komen en dat hun politieke tegenstanders eveneens stem geven aan legitieme maatschappelijke belangen.
Dat vergt dat je niet de marges van de wettelijke mogelijkheden opzoekt – bijvoorbeeld door elke stemming te winnen met de kleinst mogelijk meerderheid – maar dat je in de besluitvorming, waar mogelijk, ook tegemoet komt aan de belangen van anderen.
Tolerantie voor haar tegenstanders en compromisbereidheid zijn nooit kenmerkend geweest voor de PVV. Maar de partij heeft het lang in het midden gelaten of ze als gewone partij wil meedraaien in de Nederlandse democratie of dat ze bereid is zich tegen de democratie te keren als ze daartoe de macht krijgt.
Dat Wilders en Faber, nu de PVV de grootste partij is, vol inzetten op het gebruik van asielnoodwetgeving is daarom een belangrijk signaal. Het geeft aan dat ze geen belang willen hechten aan de tegengeluiden en dat ze bereid zijn zich te onttrekken aan de regels die het democratisch samenleven mogelijk maken. Daarmee gaan ze recht tegen de ‘geest’ van de democratie in.
De Nederlandse democratie zal niet bezwijken door de inzet van asielnoodwetgeving, als het al zover komt. Maar de wil om naar dit middel te grijpen zegt veel over de democratische gezindheid van de PVV.
Het zegt ook iets over haar coalitiegenoten. In die gevallen waar de democratie wel onherstelbaar wordt beschadigd – zoals bijvoorbeeld in Hongarije – is dit veelal mogelijk gemaakt door gematigde partijen die de eerste signalen miskenden en te lang dachten dat het wel los zou lopen of dat ze de antidemocratische krachten wel in bedwang zouden kunnen houden. Dat zou ook hier kunnen gebeuren.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant