Home

Europese staatssteun voor noodlijdend Volkswagen? Argwaan is op zijn plaats

Dat Robert Habeck, de Duitse minister van Economische Zaken, in een opwelling zei dat hij Volkswagen staatssteun wilde geven, is volstrekt te begrijpen. De auto-industrie is nog steeds de belangrijkste kurk waarop de Duitse economie drijft. Als het slecht gaat met Volkswagen lijdt een groot deel van Duitsland mee: direct doordat toeleveranciers worden getroffen, indirect doordat de reputatie van Duitsland als leidende industrienatie een knauw krijgt.

De belangrijkste reden dat Volkswagen het moeilijk heeft (net als andere Duitse autofabrikanten) is de concurrentie uit China. De autofabrikanten in dat land zijn er met royale staatssteun in geslaagd veel goedkope elektrische auto’s op de markt te brengen. Duitse autobouwers kunnen dat tempo niet bijbenen. Het is logisch dat Habeck iets aan die ongelijkheid wil doen.

Malheur bij Volkswagen zou bovendien de rechtspopulistische AfD nog meer wind in de zeilen geven. Die zou het als een nieuw bewijs kunnen presenteren dat de vergroening van de economie Duitsland slechts ongeluk brengt. Eerder leidde de introductie van de warmtepomp al tot een volksopstand.

De neergang van Volkswagen past in een patroon dat Mario Draghi, de voormalige president van de Europese Centrale Bank, eerder deze maand schetste. Europa is de economische slag aan het verliezen van de Verenigde Staten en China. Het moet het roer radicaal omgooien, een klimaat creëren dat technologische ontwikkeling aanjaagt. Om de achterstand in te halen zijn volgens Draghi forse Europese investeringen nodig.

Zijn analyse was raak, maar het is zeer de vraag of Europese steun de oplossing gaat bieden. Staatssteun, of die nu nationaal of Europees wordt verstrekt, belandt niet per definitie bij de juiste bedrijven. Integendeel. In plaats van bij vernieuwende bedrijven, komt het geld terecht bij bedrijven die zich niet snel genoeg hebben vernieuwd. Zoals Volkswagen.

Bij Europese steun is extra argwaan gerechtvaardigd, omdat de verdeling ervan vaak een kwestie is van politiek in plaats van gezonde investeringsbeslissingen. Elke lidstaat wil zijn deel van de taart en het electoraat moet ook tevreden worden gehouden.

Beter is het als overheden zich concentreren op hun kerntaken: excellent onderwijs, een superieure infrastructuur, goede voorspelbare wetten en een aangename leefomgeving, zodat talent van over de hele wereld in Europa wil werken.

Dat geldt ook voor de Duitse overheid. Het is te hopen dat minister Habeck zich dit bijtijds realiseert. Alleen als er geopolitieke overwegingen in het spel zijn, zoals bij de energievoorziening en de defensie-industrie, is directe steun gerechtvaardigd. Hij is niet verplicht de Duitse auto-industrie net zo groot en sterk te houden als die nu is.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next