Home

De zuiverste krachtmeting die het wielrennen kent

Zondag was in Zürich het wereldkampioenschap tijdrijden. Bij de vrouwen won Grace Brown, bij de mannen Remco Evenepoel. Het spannendst was het moment waarop de ketting van Evenepoel eraf liep op het startpodium. Met nog twintig seconden te gaan lukte het de mecanicien hem er weer op te krijgen. Daarna verliep de wedstrijd volgens verwachting.

Je weet: dit is pure topsport en de zuiverste krachtmeting die het wielrennen kent, het is man tegen man en vrouw tegen vrouw, er zijn geen excuses, wie het hardst trapt gaat het hardst en wie aan de finish de snelste tijd heeft, is de terechte winnaar. Topsport is niet alleen maar entertainment, je hoeft heus niet elke wedstrijd stuiterend van de adrenaline voor de tv te zitten. Het sereen kijken naar de tussentijden kan heel kalmerend werken.

Maar allemachtig saai is het wel, eerlijk gezegd.

Ik snap waar het idee vandaan komt. Dat er iemand is geweest die heeft gedacht: laten we eens kijken wie er het snelst van A naar B kan fietsen; dat doen ze bij het lopen, zwemmen, roeien, autoracen en schaatsen ook (en zelfs bij de postduiven), dus waarom niet in het wielrennen? Maar tot 1994 bestond er geen wereldkampioenschap tijdrijden, dus zo sterk was de behoefte kennelijk ook weer niet. In de etappekoersen had je tijdritten, maar de gedachte een apart WK voor tijdrijders te organiseren kwam lange tijd bij niemand op.

Ik denk hierom: in de tijdrit is de tijd doel op zich geworden, terwijl een kenmerk van wielrennen juist is dat het allemaal ingewikkelder ligt dan het simpele tikken van de klok.

Tergend lang

Het duurt ook heel lang, zo’n tijdrit, echt tergend lang, omdat alle deelnemers afzonderlijk van start gaan en de favorieten pas als laatste aan de beurt zijn. Juist daarom is op een gegeven moment het peloton uitgevonden.

Televisiecommentatoren zien het WK tijdrijden een jaar lang als een lawine op zich afkomen. Je kunt je heel consciëntieus voorbereiden, je kunt een paar woordgrapjes instuderen (‘Hij rijdt als een klok’): een tijdrit verslaan, zonder de context van een algemeen klassement, is erger dan een cursus boekhouden. ‘Waar stopt de klok?’ vroeg Joris van den Berg zich af. ‘Daar stopt-ie! Hij is een secondje of zes sneller dan Tarling. Ze gaan op weg naar tussenpunt 2.’

Bij de vrouwen werd Demi Vollering tweede, bij de mannen was Daan Hoole de Nederlandse deelnemer. Hij werd zeventiende. Ooit, jammer genoeg voor er sprake was van een WK tijdrijden, had Nederland sterke tijdrijders. Tom Dumoulin was de laatste, maar die is helaas gestopt. Nederlandse wielrenners, behalve Daan Hoole, hebben er geen zin meer in. Ze vinden tijdrijden te geestdodend en ze zien het nut er niet van in.

Tom Dumoulin kon trouwens boeiend vertellen over de tijdrit. De tijdrijder probeert in trance te komen, zei hij, om zodoende de diepe eenzaamheid van de tijdrit aan te kunnen. Hij verdooft zichzelf. Ik probeer me altijd voor te stellen wat er omgaat in het hoofd van de tijdrijder – om tenminste nog iets te doen te hebben. Ik denk dat elke tijdrit een voortdurend gevecht is tegen een stemmetje dat zegt dat je er het best mee kunt ophouden.

Joris: ‘De voorsprong van Evenepoel was 6 seconden, toen 9 seconden en toen ging hij naar 19 seconden. We gaan klokkijken, het wordt leuk.’

Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next