Home

Laat niet zomaar iedereen deelnemen aan marathons. Voer kwalificatie-eis in

De lezersbrieven, over funrunners, #YouToo, de langstudeerboete, echte migranten in de Verenigde Staten, de gedichten van Martin Bosma en digitale erfenissen.

Hoge aantal ‘funrunners’ zorgt voor frictie, kopte de Volkskrant. Begin jaren zeventig raakte het zogenaamde trimmen in zwang en werd het straatbeeld verrijkt met hardlopers/joggers.

De handel speelde hier handig op in: in hardloopwinkels kon je video-analyses laten maken om te kijken of je voetafwikkeling neutraal was of dat je voet supineerde. Tegelijkertijd ontdekten sportverenigingen dat een strand- of bosloop geld voor de clubkas in het laatje bracht. Nu organiseert het commerciële Le Champion veel evenementen. En aangezien de mens een kuddedier is, gaan nu ook allerlei mensen deelnemen die daarvoor een ongeschikt lijf hebben.

Waarom geen kwalificatie-eis? Wie de 10 kilometer niet binnen 45 minuten kan lopen heeft werkelijk niets te zoeken op de halve en hele marathon.

Ruud Bos, Heiloo

#YouToo

In de serie ‘De nieuwe etiquette’ (Volkskrant Magazine) over omgaan met collega’s op de werkvloer trof me de opmerking van een mannelijke collega tegen een jonge moeder op weg naar de kolfruimte: ‘Mag ik ook even proeven?’ Daarbij moest ik denken aan een ­recent incident, waarbij een snackbareigenaar aan een klein meisje een lolly gaf met de opmerking: ‘Hier, ­zuigen kreng.’ De moeder van het meisje gaf hem lik op stuk met: ‘Hashtag you too, viespeuk.’

Een directe respons als deze in de kantoortuin, desnoods met de naam van de collega duidelijk uitgesproken, zou menig vertrouwenspersoon een hoop werk kunnen besparen.
Marijke van Dalen, Amsterdam

Boete

In Delta, de universiteitskrant van de TU Delft, lees ik met verbazing de volgende kop: ‘Noem het geen langstudeerboete, zegt NSC’. Wat moet het dan wel zijn? ‘Het moet een prikkel zijn om niet al te lang te blijven studeren en om de studie binnen afzienbare tijd af te ronden.’

Als student wil ik hier ter bevordering van het debat twee dingen over kwijt: iets over de definitie van een boete en iets over verwachtingsmanagement.

Een boete is een ‘wegens een ­overtreding opgelegde geldstraf’ (Van Dale). Is dat van toepassing op deze ‘prikkel’? Nou, de overtreding is te lang studeren en de straf is 3.000 euro betalen. Hoe Nicolien van Vroon­hoven het ook went of keert, het is ­gewoon een boete.

Ten tweede wil ik aan wat politiek verwachtingsmanagement doen. Aan de TU Delft zijn een aantal studies moeilijk om nominaal te halen. Neem bijvoorbeeld de bachelor­studie Werktuigbouwkunde; 41 procent van de studenten haalt binnen vier jaar een ­diploma, 54 procent haalt binnen die tijd echter geen diploma (bron: ­studiekeuze123.nl). Dat betekent dat voor deze opleiding meer dan de helft van de studenten de langstudeerboete moet betalen.

Dat een enkele ­student er met de pet naar gooit zal best, maar je kan er vanuit gaan dat het overgrote deel van deze studenten niet voor de lol langer studeert. Studiefinanciering in de vorm van een basis- en aanvullende beurs loopt namelijk niet langer dan de nominale studieduur. Studeren wordt dus heel snel een dure hobby.

Verwacht dan niet dat nog een extra ‘prikkel’ studenten sneller aan een ­diploma helpt, maar eerder afschrikt om te beginnen aan dat diploma.

Ik beveel het kabinet dan ook ten zeerste aan om niet langer te sugarcoaten en gewoon te zeggen waar het op staat: een boete is een boete. Zo ­verstaan we allemaal hetzelfde en kunnen we het debat weer voeren waarover het moet gaan: de langstudeerboete en de gevolgen daarvan, voor studenten, ouders van studenten en de samenleving.
Merlijn de Vries, Den Haag

Migranten

In het artikel over Springfield is er de nodige commotie ontstaan door Trumps uitspraak over de Haïtiaanse immigranten die huisdieren eten. Er wordt vervolgens een inwoonster van die stad, Ashley Graham, in een Ierse pub geciteerd. Hoewel ze boos is op Trump gaat ze toch weer op hem stemmen. Ze wil dan geen migranten in haar stad.

Ik vraag me hierbij af of zij, of haar voorouders, zelf geen migranten zijn geweest. Het valt mij op dat hoofdzakelijk Amerikanen van Europese ­komaf zich aan zulke uitspraken schuldig maken. Zo’n uitspraak ­verwacht ik eerlijk gezegd van de oorspronkelijke bewoners, de inheemse Amerikanen.
Wilgo Deekman, Doorn

Gedicht

Zoals de voorzitter van de Tweede ­Kamer de microfoon kan uitschakelen wanneer iemand dingen beweert die niet door de beugel kunnen, zo zet ik meteen het geluid van de tv uit­ wanneer de voorzitter een gedicht gaat voordragen.
Eddy Koning, Amsterdam

Digitale nalatenschap

Diverse deskundigen waarschuwen over de ­invloed van AI op ons ­leven. Maar daarin schuilt niet het gevaar. Echt alles ­digitaal vastleggen, vaak met terugwerkende kracht, is de mogelijke ­bedreiging. Zelfs als je alle sociale media en andere technologie mijdt en zoveel mogelijk analoog doet, weet men toch heel veel over je.

Er komt binnenkort een moment dat je van iedereen bijna alles weet. Anderen, ook organisaties, denken dat ze nu al je digitale sporen in kaart hebben. Mentaal staan we echter nog aan het begin.

Maar aan alles komt een eind. ­Iemands digitale nalatenschap is vaak geen onderwerp voor een ­discussie bij de koffietafel. En als je al iets hebt geregeld voor na je dood, geldt dat ook voor je digitale bezittingen? Moeten die accounts bijvoorbeeld wel of niet worden ­opgeheven? Voor beide opties is veel te zeggen.

Wie is eigenlijk je digitale erfgenaam? Mag die persoon alles over jou weten of zelfs, postuum, besluiten wat te doen met je digitale bezittingen? Wat moet hij doen met alle digitale informatie die over jou is verzameld, als daar al achter is te ­komen? Krijgen je erfgenamen ­misschien de schrik van hun leven? ‘Nooit geweten, nu ik al die foto’s, blogs en de rest zie. Zo ken ik mijn broer niet.’

Waar vergeten een eigenschap van mensen is, moet je voor het ­digitaal vergeten echt actie nemen. Volgend jaar vieren we de geboorte van generatie B. Ik ben benieuwd of zij tegen het eind van deze eeuw mentaal en digitaal alles hebben geregeld. Regel daarom morgen ook je digitale erfenis.

Guus Pijpers, Riethoven

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next