In de rubriek ‘Toen’ duiken experts van de Volkskrant in de geschiedenis achter de actualiteit. Deze week: ook in de jaren tachtig leidden bezuinigingen tot acties. Toenmalig minister Deetman werd zo vaak met eieren, tomaten en verf besmeurd dat hij nooit zonder reservepak op pad ging.
‘Deetman, je snapt er geen reet van’ scandeerden studenten in 1986 tegen het beleid van de toenmalige CDA-onderwijsminister. Het was het jaar dat het kabinet-Lubbers de basisbeurs voor studenten invoerde, na twintig jaar politiek gesteggel. Wat een hoogtepunt van onderwijsdemocratisering had moeten zijn, bleek in de praktijk het startschot voor verschraling en versobering in het (hoger) onderwijs.
Studentenprotesten bij de start van het nieuwe collegejaar mochten niet baten, het kabinet wil daadwerkelijk 1 miljard bezuinigen op onderwijs en onderzoek, bleek vorige week. Grootste doorn in het oog van boze studenten: de invoering van de ‘langstudeerboete’. Wie uitloopt op zijn bachelor- of masterstudie betaalt voortaan als ‘straf’ 3.000 euro bovenop het collegegeld van 2.500 euro. ‘Een natte dweil in het gezicht’, aldus onderwijscolumnist Aleid Truijens eerder in de Volkskrant.
Zal de langstudeerboete het hoger onderwijs minder toegankelijk maken? En wat zijn de gevolgen voor kansengelijkheid?
Pieter Slaman, onderwijs- en universiteitshistoricus (Universiteit Leiden), verwacht niet dat de toestroom van studenten zal dalen. ‘Sinds 1986 zijn de studentenaantallen, op een kleine afvlakking de laatste jaren na, blijven groeien. Cynisch genoeg laten de afgelopen veertig jaar van onderwijsbezuinigingen zien dat jongeren, ongeacht de financiële drempels die Den Haag opwerpt, toch wel komen. Bewindslieden weten dat.’
Wel wordt de pijn ongelijk verdeeld, volgens Slaman. ‘Het zijn altijd de smallere schouders die de zwaarste lasten dragen in het onderwijs. Dat zag je ook bij het inmiddels teruggedraaide leenstelsel: een derde van de studenten hoefde niets te lenen. Vooral kinderen uit rijkere gezinnen.’
Tot 1986 ging een deel van de studiefinanciering niet naar studenten maar naar hun ouders, via een kinderbijslag voor studerende kinderen. Studenten met ouders uit lagere inkomensgroepen kregen wel een beurs of lening. Met de nieuwe basisbeurs kregen rijk en arm voortaan evenveel – vandaar de woede bij veel studenten. Weerstand tegen de basisbeurs had in voorgaande decennia in CDA-kringen een geheel andere reden. Jongeren die zelf over een ‘studieloon’ beschikten, zouden maar vervallen in moreel verderfelijke gedrag als buitenhuwelijkse seks, homoseksualiteit of kraken.
Op de invoering van de basisbeurs volgden al snel omvangrijke bezuinigingen en een verhoging van het collegegeld, wat leidde tot jaren van massale studentenprotesten. In 1988 hingen studenten ‘piemelnaakt’ (aldus dagblad Het Vrije Volk) in de fontein op het Binnenhof (‘we voelen ons uitgekleed’). Deetman werd zo vaak met eieren, tomaten en verf besmeurd dat hij nooit zonder reservepak op pad ging.
De verschraling zette door: de basisbeurs werd verlaagd (1991), studenten met te weinig studiepunten verloren hun recht op studiefinanciering (1993), de basisbeurs veranderde in een lening als studenten niet tijdig hun diploma haalden (1996), en studenten uit de ‘pechgeneratie’ (studiestart tussen 2015 en 2023) konden alleen nog maar lenen om een studie te bekostigen.
De toegankelijkheid van het hoger onderwijs komt amper voort uit idealen over democratisering, emancipatie en gelijke kansen, ontdekte historicus Slaman in zijn promotieonderzoek naar de politieke geschiedenis van Nederlandse studiefinanciering. ‘Onze economie draait sinds de jaren vijftig op diensten en techniek. Het onderwijsniveau moest omhoog om de internationale competitie aan te kunnen.’ Sociale stijging als bijkomstigheid, kortom.
De aanwas kwam overigens vooral uit de middenklasse. ‘Nog altijd is de studentenpopulatie geen afspiegeling van de inkomensgroepen die Nederland telt’, zegt Slaman. Kinderen van ouders met lagere inkomens studeren amper aan de universiteit. Uit de laagste inkomensgroepen bereikt slechts 7 procent de universiteit, tegenover 34 procent uit de hoogste inkomensgroepen, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook studeren kinderen wier ouders minder verdienen gemiddeld langer. Ze moeten vaker werken naast hun studie, en de sociaal-culturele drempels in de academische wereld zijn hoger.
En zo is de huidige actieslogan ‘Boete op studeren, de rijken profiteren’ een echo van die van de late jaren tachtig: ‘Studeren alleen voor de elite? Deetman, pak jezelf beet man.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant