Home

De voorstelling ‘Stepping Stones’ wil de ervaring van Surinaamse Nederlanders voelbaar maken. ‘Ik bén Alyssia’

Actrices Manoushka Zeegelaar Breeveld en Romy Vreden spelen oma Hedy en kleindochter Alyssia in de voorstelling, het slot van een drieluik over Surinamers in Nederland. ‘De generatie van nu zegt: ‘Ik wil juist dat ze mijn kleur zien, want die kleur is meer dan goed.’’

‘Waar wij vandaan komen, stroomt het door onze aderen, druipt het uit onze huid’, klinkt de stem van Manoushka Zeegelaar Breeveld tijdens een repetitie van muziektheatergezelschap Orkater in september. Ze vertolkt oma Hedy in de nieuwe voorstelling Stepping Stones, het derde deel van een muzikaal en theatraal drieluik over de komst van Surinamers naar Nederland, in coproductie met het Bijlmer Parkheater. De eerdere delen, Woiski vs. Woiski (2018) en De Gliphoeve (2021), speelden zich in de jaren dertig tot vijftig en de jaren zeventig en tachtig af. Stepping Stones verkent de huidige tijd.

Oma Hedy, lid van de oudste generatie van de familie in het stuk, staat op het hoogste deel van het decor. Lager, vooraan, zitten de jongste loten aan de stamboom: broer en zus Brian en Alyssia, Hedy’s kleinkinderen, gespeeld door Fjodor Jozefzoon (dit jaar genomineerd voor de Theo d’Or) en Romy Vreden. De twee, die elkaar nog kennen van de toneelschool in Amsterdam, ogen in lichaamstaal en mimiek vanzelfsprekend als broer en zus, afwisselend liefdevol en geïrriteerd.

Over de auteur
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en de Surinaamse en Caribische koloniale geschiedenis.

Selfmade man

Dan is er nog een neef, Orlando, een selfmade man in de modewereld, uit de tussenliggende generatie. Orlando, gespeeld door Gery Mendes, is een aangenomen zoon van oma Hedy. Mendes is de componist van de voorstelling. Orkater maakt muziektheater, dus ook in dit stuk zijn de muziek (jazz, funk, reggae en kaseko) en zang als een eigen personage. Oma Hedy boekte ooit succes als zangeres met haar band Stepping Stones. Zowel Mendes als Zeegelaar Breeveld speelde ook in de voorgaande delen van de trilogie.

‘Het gutst uit onze poriën, ons eten is ermee gekruid, we douchen ermee, het is het enige dat we ademen.’ Oma Hedy (Zeegelaar Breeveld) spreekt over veerkracht, het ingrediënt dat ‘haar mensen’ al generaties lang voortstuwt. De melancholieke sfeer van de samenzang, van acteurs én muzikanten, die haar zinnen voorging, ademt in de woorden door.

‘Familie, famiri, gekweekt en geboren, veerkracht blijft door onze aderen stromen’, neemt kleindochter Alyssia het over, terwijl ingehouden muziek en zang haar stem ritmisch voortstuwen. De dictie van Vreden is als een spokenwordvoordracht: ‘We rennen, we vallen, klimmen uit diepe dalen, tot we ons hele zijn omarmen.’

‘Pim was de ultieme stepping stone’

‘Ik had al een paar keer kippenvel’, zegt regisseur Geert Lageveen, na afloop van de repetitie als alle regieaanwijzingen zijn doorgenomen. ‘Al kan dat ook iets over mijn gemoed zeggen. Maar ik denk van niet.’ Lageveen, die ook de voorgaande delen onder zijn hoede nam, staat op het punt naar Suriname te vertrekken voor de uitvaart van zijn schoonvader, de cineast Pim de la Parra. Zijn vrouw Bodil, hun kinderen en de rest van de familie zijn al daar.

Terwijl de spelers en muzikanten hem een voor een omhelzen, zegt Lageveen: ‘Het is wel symbolisch, Pim was de ultieme stepping stone, een wegbereider voor latere generaties. Daar gaat het stuk over.’ Dan: ‘Borger Breeveld, een van de hoofdrolspelers uit Wan Pipel, is trouwens de vader van Manoushka. Dus het komt allemaal samen.’ Wan Pipel (Een volk) uit 1976 is De la Parra’s bekendste film, zeker in Suriname, waar veel mensen de dialogen in de film woord voor woord kunnen meepraten.

‘Orkater lijkt ineens een soort Surinaamse familie’, zegt Zeegelaar Breeveld als zij en Romy Vreden even later op een sofa plaatsnemen om wat meer te vertellen over het stuk. ‘Wat grappig is, want toen ik net van de toneelschool kwam, was ik de enige Surinaamse.’ Grote lach: ‘Nu zijn we met veel.’ Vreden telt. ‘Fjo en ik. Jij… En Walther (Muringen, een van de muzikanten in het stuk die percussie en trompet speelt, red.) natuurlijk.’ Zeegelaar Breeveld: ‘En we hebben ook Ghana, Martinique, Mozambique en Kaapverdië in da house.’

En Nederland.

Zeegelaar Breeveld, knikkend: ‘Precies. Dáár gaat Stepping Stones over. Dit stuk gaat niet meer over de komst van Surinamers naar Nederland of over Surinamers in Nederland, zoals de eerdere delen van de trilogie, maar over Nederlanders in Nederland, die ook nog Surinaams zijn.

‘Misschien zeg ik het een beetje met een bocht, maar daar komt het op neer. We hebben te maken met een hele generatie die hier geboren en getogen is. Anderhalve generatie zelfs.

‘Kijk, ik zie het als een cadeau, als iets extra’s wat deze generatie heeft meegekregen. Dat ze ook nog van Surinaamse komaf zijn. Maar je moet met dat cadeau kunnen omgaan. Het moet je niet in de weg gaan zitten. Dat is wat mij betreft de vraag die onder deze voorstelling ligt: hoe bewust ben je je van je achtergrond, van je kleur, en hoe bewust wil of moet je je zijn van hoe anderen met je omgaan.’

Vreden: ‘Als derde generatie in Nederland van Surinaamse afkomst, zijn dat vragen waar ik me mee bezighoud. En dat geldt ook voor mijn personage Alyssia. Ik voel me als Nederlander van kleur meer verbonden met een gemeenschap van andere mensen van kleur dan specifiek met mensen van Surinaamse afkomst. Ik ging in Den Haag naar een overwegend witte school en kwam vervolgens op de Toneelschool in Amsterdam, allemaal plekken waar ik met mijn huidskleur een uitzondering was. Als ik op zo’n plek een Aziatisch of Marokkaans iemand tref, voel ik ook verwantschap. Omdat ik weet dat we bepaalde ervaringen delen. Ik denk dat veel mensen uit onze generatie dat zo voelen.’

Hoe zouden jullie de drie generaties in de voorstelling typeren?

Zeegelaar Breeveld: ‘Oma Hedy kwam in de jaren zeventig naar Nederland. Haar generatie moest nog uitleggen wat ze hier deed. Ze werkten keihard, waren aan het overleven. Oma Hedy brengt haar kleinkinderen groot, omdat hun ouders zijn overleden. Zij voelt zich onderdeel van een Surinaamse community. Dat zegt ze ook: mensen vielen op elkaar terug, hielpen elkaar.’

Dat zit ook in de vorige voorstelling, de Gliphoeve, over de door Surinamers gekraakte flat in de Bijlmer, dat was een hecht netwerk van nieuwkomers die elkaar wegwijs maakten.

Zeegelaar Breeveld: ‘Precies. Het blijft natuurlijk generaliseren, want je had ook Surinamers die in Oss terechtkwamen, die hadden niet zo’n community.

‘De tweede generatie, die van Orlando, miste rolmodellen, voelde meer frustratie over het niet voor vol worden aangezien. Dat veroorzaakt in het stuk een clash tussen Orlando en Brian en Alyssia. Orlando zegt: we hebben moeten vechten, dat is de enige manier om een plek in te kunnen nemen.

‘Maar Brian en Alyssia denken: jij begon misschien bij level 0, maar wij niet. Dankzij de generaties voor ons beginnen wij op level 5, en daar zijn nog meer mensen. Niet alleen zwarte mensen, ook andere witte mensen en mensen van kleur.’

Vreden: ‘Mijn personage Alyssia is heel activistisch, niet alleen uit idealisme, ook omdat ze verwantschap voelt als het over ongelijkheid gaat. Dat herken ik enorm. Ik sta niet alleen op een pro-Palestina demonstratie omdat ik denk: onderdrukking, wat erg. Maar ook omdat ik voel: dit gaat ook over mijn probleem met racisme, over een groep mensen die denkt dat ze andere mensen kunnen buitensluiten. Daarin voel ik veel meer verbinding, dan de verbinding die ik voel met mensen op basis van een gedeelde Surinaamse afkomst.’

Hoe is dat voor jou, Manoushka?

Zeegelaar Breeveld: ‘Ik ben geboren in Rotterdam, vervolgens opgegroeid in Suriname en weer teruggekomen om te studeren. Mijn generatie was meer zoekende. Al herken ik ook wat Romy zegt. Want roepen: maar ik ben gewoon Nederlands, wat mijn generatie deed, dat werkte ook niet. Omdat mensen toch altijd de ander in je zien.

‘Ik ben nog uit een tijd dat mensen zeiden: wat spreek je goed Nederlands, of: waar ligt Suriname en waarom ben je nu hier? Als ik dan met een Javaanse of Hindoestaanse vriendin was, kregen mensen helemaal kortsluiting.

‘Mensen hebben vaak geen idee of ik nou uit Suriname, Nigeria of Gambia kom. Dat is niet erg, maar wat ik wil zeggen: tot een gemeenschap behoren is niet alleen een keuze, je bent er ook op een bepaalde manier toe veroordeeld. Dat staat los van hoe sterk iemand zich verbonden voelt met het land van herkomst of dat van zijn ouders. Die gemeenschap ontstaat door gedeelde ervaringen in hoe je wordt behandeld, het is de witte buitenwereld die een etiket op je plakt.

‘Een deel van de generatie voor mij dacht: als ik me maar ontzettend aanpas, Hollandser probeer te zijn dan de Hollanders, dan zien ze mijn kleur niet. Of althans, niet zo heel erg. Terwijl de generatie van nu zegt: ik wil juist dat ze mijn kleur zien, want die kleur is meer dan goed.

‘Wat extra pijnlijk is, vooral voor die eerdere generaties, en dat geldt voor alle koloniale migranten: we wáren al Nederlanders. Suriname had niet eens bestaan als Nederlanders niet ooit hadden besloten dat gebied te veroveren voor het koninkrijk.

‘Surinamers zijn heel lang als tweederangsburgers behandeld, als dat niet deels nog steeds zo is. En dan kun je dat cadeau, die dubbele afkomst, ook als een last gaan zien, als een hebi om het even in het Surinaams te zeggen – dat zit ook in het stuk.’

Op welke manier?

Zeegelaar Breeveld: ‘Brian, gespeeld door Fjodor Jozefzoon, werkt op de Zuidas. Hij wil zich helemaal niet ‘die Surinaamse jongen’ voelen. Hij is gewoon een jongeman, die heeft gestudeerd, ergens goed in is en op de Zuidas werkt. En dat is hij ook, totdat hij ontdekt dat mensen om hem heen hem wel als ‘die Surinaamse jongen’ zien, dan ontstaat een interne worsteling bij hem.

Vreden: ‘Alyssia is een activistische kunstenaar, dus zij vindt het sowieso al verwerpelijk dat Brian op de Zuidas werkt. En dat hij alleen aan zijn eigen succes denkt, snapt ze echt niet. Alyssia vindt dat Brian een wegbereider moet zijn voor anderen van kleur.’

Hoe denken jullie over rolmodellen, zoals Brian of Alyssia?

Vreden: ‘Ik bén Alyssia, haha. Totaal. In ons werkveld ben je als persoon van kleur een uitzondering. Als zwarte vrouw op het podium representeer je een groep, daarvan ben ik me heel bewust. Ik hoop altijd dat er jonge mensen in de zaal zitten die zichzelf herkennen, of mensen die nog op de toneelschool zitten of overwegen naar de toneelschool te gaan.

‘Ik speelde de afgelopen jaren in Duitsland (bij Schauspielhaus Bochum, red.) en vrijwel bij elke voorstelling was ik op het toneel de enige niet-witte persoon, en in de zaal zat ook zelden iemand van kleur. Als er dan wel een keer iemand van kleur in de zaal zat, dacht ik: ik hoop dat ik je trots maak. Want als ik zo meteen goed speel, zullen mensen daardoor toch net even anders gaan kijken naar mensen zoals wij. Die verantwoordelijkheid voel ik.’

Is het niet vermoeiend, om je daar altijd zo bewust van te zijn?

Zeegelaar Breeveld: ‘Ik denk dat veel makers dit voelen. Ook witte mensen die met mij of Romy op het podium staan. Dat is onderdeel van kunstenaarschap. Kunst gaat toch over het verheffen van mensen? Waartoe zijn we anders kunstenaars? Bij alles wat ik maak, voel ik: als er ook maar één persoon is die aan het denken wordt gezet of op nieuwe gedachten komt… (Schaterlach) I changed the world just a little bit.’

Vreden: ‘Dat ik in een voorstelling sta, is een politiek statement. Het wordt pas een last als ik moet vertellen over mijn persoonlijke ervaringen. Hoe het is om zwart te zijn. Dat ik dan ineens een spokesperson wordt voor de hele community. Dat mijn persoonlijke ervaringen als maatstaf worden genomen voor politieke gesprekken. Of als bewijsmateriaal worden ingezet. Dat mensen kunnen zeggen: maar Romy heeft er geen last van.

‘Maar dat ik op een podium mag staan om te doen wat ik het liefste doe, verhalen vertellen, personages neerzetten met ‘toevallig’ een andere huidskleur, dat is geen last, dat is geweldig. En het brengt iets teweeg. Want elke keer dat ik een rol speel die niet is geschreven voor een zwart iemand, verander ik de beeldvorming. Ik kan gewoon een vrouw spelen die verliefd wordt, en omdat ik zwart ben, is die vrouw zwart.

Zeegelaar Breeveld: ‘Ik speelde een tijd geleden bij Orkater in een bewerking van De pest van Camus, dokter Rieux, een witte man. Dat kan dus gewoon. En ik had een relatie met een vrouw, want dat had die man ook. I love it. Wat ik maar wil zeggen: het loont om een politiek statement te zijn. Want het leidt ergens toe.’

Wanneer is deze voorstelling geslaagd, voor jullie?

Zeegelaar Breeveld: ‘Ik fantaseer altijd over de gesprekken in de foyer naderhand, dat mensen met elkaar in discussie gaan. Zo van: waarom reageerde zij zo, ik snap dat niet.

‘Ik herinner me een avond bij Woiski vs Woiski, met een Molukse vereniging in de zaal. Die mensen waren ontzettend geraakt, hadden zoveel herkend. Dat vond ik bijzonder, want het verhaal van de Woiski’s is behoorlijk specifiek. En toch: dilemma’s zijn vaak universeel.

‘Om Pim de la Parra aan te halen: we vieren in deze voorstelling ook dat we bestaan. Gefeliciteerd, dat je bestaat, zei hij op verjaardagen altijd. Het stond op zijn uitvaartkaart: we vieren dat hij heeft bestaan. Ik voel me trots, volgens mij hebben we met deze trilogie een veelzijdig beeld geschetst van hoe Surinamers hier ooit kwamen. Dat we er zijn. En dat we er blijven.’ Zet onvermurwbare blik op: ‘En deal with it.’

Afgelopen zomer werd bekend dat het Fonds Podiumkunsten Orkater ondanks een positief advies niet ondersteunt voor de periode 2025-2028 vanwege ontoereikend budget. Het is op dit moment onzeker of Orkater vanaf 2025 nog grote producties zoals Stepping Stones kan maken. Meer dan twintig producties, het publieksbereik en fundament van Orkater staan op losse schroeven, vertelde directeur Wieke ten Cate onlangs in de Volkskrant.

Stepping Stones van Orkater. Première 5/10, Bijlmer Parktheater, Amsterdam. Tournee t/m 8/12.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next