Huisgenoot P. vond altijd al dat ik ‘zo mompelig praatte’. Dat klopt, want ik stam uit een eeuwenoud geslacht van mompelaars. Maar allengs begon P. iederéén van mompelen te betichten. Zijn collega’s. Nieuwslezers. De eerste-maandag-van-de-maand-sirene.
De geraadpleegde oorarts mompelde iets over ‘forse gehoorschade’. Had P. soms in een heavymetalband gespeeld? Nee, P. had gewoon pech gehad. Hij kreeg apparaatjes achter zijn oren, toevallig precies in de kleur van zijn haar (metallic grijs). Sindsdien hoort hij een stuk beter. Maar lang niet zo goed als ik, o nee.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Ik hoor álles. Ik hoor mensen aan de overkant van een drukke straat dingen zeggen als: ‘Die slaat nog geen deuk in een pakkie boter, met z’n glas-in-lood-porum’, ik hoor wat de vleermuisjes fluisteren in de schemer (‘geef die mug eens door, Henk’) en ik hoor wat mijn jongste zoon (de enige die nog thuis woont) allemaal te smiespelen heeft, met zijn vrienden, in zijn kamer, met de deur dicht; fascinerende informatie, die ik helaas niet kan delen.
Ik ben altijd trots geweest op mijn goede gehoor, misschien omdat ik verder niets bijzonders kan (al is het me laatst gelukt om met mijn tong een knoop te leggen in het steeltje van een kers, maar dat was een toevalstreffer, want het bleef bij één keer).
‘Wat zeg je?’, vroeg ik van de week aan mijn zoon, want hij mompelt de laatste tijd zo. ‘Jezus, mama, je bent echt teringdoof’, antwoordde hij. Hij greep zijn telefoon, klikte ergens op en keek mij vol verwachting aan. ‘Wat is er?’, vroeg ik. ‘Hoor je dit niet?’, riep hij verbaasd. ‘Écht niet? Jezus, mama, dit is een teringharde pieptoon!’
Hij klikte nogmaals. Nu hoorde ik óók een teringharde pieptoon. ‘Klopt’, mompelde mijn zoon. ‘Ik heb de toon verlaagd naar een frequentie die oude mensen nog kunnen horen. Maak je geen zorgen. Voor je leeftijd is je gehoor nog best prima.’
Verpletterd sloop ik naar mijn computer en tikte ‘gehoortest’ in. Ja, daar was die pieptoon weer. En gesprekken die ik moest verstaan tussen het geroezemoes, in een kantine. En dan vragen beantwoorden als : ‘Wat staat er vandaag op het menu in deze kantine? A. Broodje gezond. B. Broodje bal. C. Nasi met saté.’
‘Uw gehoor is nog best prima’, was de uitslag. ‘Voor uw leeftijd.’ Achter me hoorde ik mijn zoon iets mompelen.
Die jongen moet nu ook maar eens het huis uit. Dan blijf ik hier gezellig achter met huisgenoot P.
Dan ben ik koning éénoor, in het land der doven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant