Home

Rekenkamer: EU schiet tekort bij ondersteunen van biologische landbouw

Pogingen van de Europese Unie om biologische landbouw een zetje te geven, hebben te weinig effect, concludeert de Europese Rekenkamer. Doelen worden niet gehaald en ook de milieuwinst is ongewis.

De Europese Unie besteedde tussen 2014 en 2022 12 miljard euro aan het stimuleren van biologische productie. Dat geld, afkomstig uit de grote EU-subsidiepot voor de landbouw, zou boeren moeten helpen bij het omschakelen naar of voortzetten van biologische landbouw. Vooral omschakeling is vaak lastig: de eerste twee jaar heeft een boer hoge kosten, maar krijgen zijn producten nog niet het stempel biologisch, waar er omzetverlies wordt geleden.

De Rekenkamer stelt vast dat de subsidies hebben bijgedragen aan meer biologische landbouwgrond. Waar in 2014 nog 3,2 procent van het landbouwareaal subsidie kreeg voor biologische landbouw, was dat in 2021 gegroeid naar 6,9 procent.

Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.

Toch ligt de EU bij lange na niet op koers om haar zelf gestelde doel te halen. Momenteel is zo’n 10,5 procent van alle landbouwgrond biologisch, in 2030 zou dat 25 procent moeten zijn. Dat ‘lijkt een onbereikbare doelstelling’, aldus de Rekenkamer. Het groeitempo zou de komende jaren moeten verdubbelen om die 25 procent te halen.

‘Onze belangrijkste zorg is niet het langzame tempo, maar de nauwe focus binnen de EU op het uitsluitend vergroten van het areaal’, zei lid van de Europese Rekenkamer Keit Pentus-Rosimannus maandag bij een toelichting op het rapport. Dat leidt tot de situatie dat boeren die hun areaal uitbreiden meer steun krijgen, zelfs als hun productie niet toeneemt.

Te afhankelijk van EU-steun

Daarnaast zou er volgens de Rekenkamer aandacht moeten zijn voor de rest van de biologische keten, zoals groothandels, supermarkten en restaurants. ‘We moeten het aanbod en de vraag vergroten zodat de hele sector goed functioneert’, aldus Pentus-Rosimannus. ‘Anders blijft de sector afhankelijk van EU-steun.’

Biologische boeren gebruiken geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen en minder dierlijke mest dan andere boeren. Ook moeten ze zich onder meer houden aan strengere eisen op het gebied van dierenwelzijn en is het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen uitgesloten.

‘Biologisch’ wordt daarom gezien als een manier om de landbouw te verduurzamen, met een gezondere bodem en minder negatieve impact op de omgeving. Omdat er meer land nodig is om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren, lijkt de klimaatimpact overigens negatief.

Milieuwinst in beeld brengen

Pentus-Rosimannus benadrukt dat de milieuwinst van biologisch ‘niet automatisch of gegarandeerd’ is. De EU zou daarom meer moeten doen om die milieuwinst in beeld te brengen. Momenteel zijn er op dat vlak geen doelen gesteld en wordt er ook niet gemonitord. Pentus-Rosimannus: ‘Hoewel we verwachten dat de bodemkwaliteit dankzij biologische werkwijzen is verbeterd, hebben we geen enkele manier om vast te stellen in welke mate.’

Ook constateert de Rekenkamer dat sommige vereisten voor biologische landbouw, zoals gewasrotatie of dierenwelzijn, niet overal naar behoren worden uitgevoerd.

Als enige EU-lidstaat heeft Nederland ervoor gekozen geen geld uit de Europese subsidiepot te oormerken voor biologische landbouw. Met 4,8 procent van het totale areaal in biologisch gebruik (zie kader) bevindt Nederland zich dan ook in de onderste regionen van de Europese ranglijst.

Sinds 2022 heeft Nederland wel een actieplan om de biologische sector te stimuleren. Onder meer met publiekscampagnes moet de consument worden aangespoord meer biologisch te kopen. Het Nederlandse doel is dat in 2030 15 procent van het areaal biologisch is.

Dergelijke actieplannen zijn volgens de Rekenkamer een goede manier om de biologische sector te ondersteunen. Zonder voldoende consumptie van biologische producten zal het immers altijd een ‘nichemarkt’ blijven.

Nederlands areaal biologisch groeit met bijna 10 procent

Het areaal voor biologische landbouw in Nederland is vorig jaar met 9,5 procent toegenomen. Eind 2023 was 4,8 procent van alle landbouwgrond biologisch. Dat meldt brancheorganisatie Bionext maandag op basis van de jaarcijfers van toezichthouder Skal Biocontrole.

In totaal bedraagt het biologische landbouwareaal in Nederland ruim 87 duizend hectare. Nog eens 5.800 hectare is in omschakeling naar biologisch.

Veruit de grootste relatieve toename van het areaal vond plaats in Gelderland, met een groei van ruim 30 procent. Die provincie steunt melkveehouders actief bij de omschakeling naar biologisch. Ook in Noord-Brabant (toename van 16,9 procent) en Drenthe (11,4 procent) groeit het biologisch areaal snel.

Flevoland blijft de kampioen biologische landbouw in Nederland, met 15,5 procent van het totale areaal in gecertificeerd biologisch.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next