Home

Op jonge Bengalen drukt het succes van hun opstand: welke kant gaat Bangladesh op?

Na wekenlange straatprotesten, die keihard werden neergeslagen, hebben de studenten in Bangladesh hun land een nieuwe toekomst gegeven. De autoritaire leider sjeika Hasina is het land ontvlucht, een interim-regering is aan de macht. Wat voor toekomst heeft Bangladesh?

Zinya Sharmin Riya’s stem dreunt over het plein in Cox’s Bazar, een kuststad in het zuidelijkste puntje van Bangladesh. Dat ze in de megafoon schreeuwt, lijkt haar toehoorders niet te deren. De 17-jarige student verwoordt het gevoel dat hier al een maand in ieders hoofd gist: ‘Het bloed van onze broeders mag niet tevergeefs gevloeid zijn.’

Achter Riya staat een replica van het Shaheed Minar-monument, een herinnering aan de grote studentenopstand van 1952. Voor haar zwelt het gejuich uit de massa aan. Foto’s van overledenen gaan de lucht in, net als het groen-rood van de Bengaalse vlag. Iedereen weet om welk antwoord de student vraagt. ‘Gerechtigheid, gerechtigheid, gerechtigheid’, klinkt het.

Over de auteur
Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.

Riya en haar medestudenten staan hier, op het plein naast hun universiteit, omdat het precies een maand geleden is dat premier sjeika Hasina (76) het land ontvluchtte. Dat gebeurde na wekenlange, door studenten gecoördineerde protesten. Zo’n eerste jubileum zonder autoritair leider zou reden voor feest moeten zijn, maar nee. Daarvoor zijn de herinneringen aan het meedogenloze politiegeweld nog te vers – in het hele land kwamen ten minste 650 demonstranten bij de protestacties om het leven, het werkelijke dodental ligt waarschijnlijk hoger.

Wraak

Als het aan de studenten ligt, gaat het echte werk nu beginnen. ‘We zijn hier omdat moordenaar Hasina moet krijgen wat ze verdient’, zegt Sohel Imran, een 26- jarige economiestudent. ‘Ze moeten haar ophangen’, vindt zijn vriend Twohidul Islam (18).

Over de politieke toekomst van Bangladesh hebben de jongens een duidelijk idee. Awami League, Hasina’s partij, moet worden uitgesloten van de volgende verkiezingen. ‘Precies zoals Hasina jarenlang met Jamaat-e-Islami (de fundamentalistische islamistische partij, red.) deed’, zegt Islam.

Of ze dan niet exact hetzelfde doen als dat waartegen ze de afgelopen maanden streden? ‘Nee’, zegt Islam. ‘Het is aan de mensen van Bangladesh om te beslissen wie er aan de verkiezingen meedoen.’ Welke ‘mensen’ dat zijn, zegt hij er niet bij.

Zie hier de ingewikkelde opdracht waar Bangladesh voor staat. De autoritaire leider mag dan weg zijn, haar erfenis is dat niet. Vijftien jaar lang kneep de ooit democratisch verkozen Hasina de lucht uit de vrije pers, de onafhankelijke rechtspraak en de oppositie in het Zuid-Aziatische land. Het heeft de Bengaalse democratie verwond. De vraag is hoe het land verder moet. Hoe de belofte van een vrij en corruptieloos land kan worden waargemaakt.

Half gevuld machtsvacuüm

De onlangs aangestelde interim-regering buigt zich over deze vragen. De nieuwe regering staat los van de partijpolitiek – onder meer een advocaat, een mensenrechtenactivist, een legerofficier en twee studenten hebben er zitting in. Mohammad Yunus (84), Nobelprijswinnaar voor de Vrede in 2006 en microkredietpionier, staat aan het hoofd ervan. Hij wil eerst het hele politie- en overheidsapparaat hervormen voordat hij nieuwe verkiezingen uitschrijft.

Of het Yunus lukt om die monsteropdracht uit te voeren, hangt af van de tijd die hij van de politieke partijen en de bevolking krijgt. 171 miljoen Bengalen leven nu in een land zonder gekozen regering, met een politiekorps dat sinds de machtswisseling het werk nog niet volledig heeft hervat. En hoe blij iedereen ook met de machtswisseling is, overal in het land blijkt dat het half gevulde machtsvacuüm ruimte laat voor opstootjes en bezorgdheid.

De tijd tikt

In Chittagong, de een-na-grootste stad in het zuidoosten van het land waar regeringsleider Yunus vandaan komt, telt Ashim Karungo (56) de horloges in zijn glazen toonbank. Met een potlood krabbelt hij zijn inventaris op een blocnote. Achter hem hangen klokken aan de wand die geluidloos tikken.

Karungo’s klokkenzaak ligt in het centrum van Chittagong. Het was hier onrustig na de val van de regering, zegt hij. Hier om de hoek ging het partijkantoor van de Awami League in vlammen op. ‘Het kantoor stond op grond van de BNP (de grootste oppositiepartij van Bangladesh, die net als de islamitische partij door Hasina buitenspel was gezet, red.). Misschien wilden ze die terug.’

Dit soort verhalen hoor je in Bangladesh overal. Kantoren van Hasina’s partij zouden zijn geplunderd. Winkels en kledingfabrieken die lucratieve deals met de vorige regering hadden, zouden zijn aangevallen. In Chittagong willen de meeste mensen er niet over praten. Maar wat iedereen wel zegt, is dat de politie sinds de machtswisseling schittert door afwezigheid, en dat helpt niet.

Anti-hindoegeweld

Dat de geruchtenmachine verhalen verspreidt die aantoonbaar onjuist zijn, blijkt even verderop in Chittagong. Toen het partijkantoor in brand stond, zou ook de nabijgelegen hindoetempel zijn aangevallen. Helemaal onlogisch was die veronderstelling, die ook online de rondte deed, niet. Bangladesh, een seculier land met een moslimmeerderheid, heeft een geschiedenis van geweld tegen minderheden, zeker bij machtswisselingen. En ook na de vlucht van Hasina waren er meldingen van anti-hindoegeweld.

Vandaag staat een aardappelkar voor de ongeschonden tempel geparkeerd. Bina Rani Chodi (54) slaat nog snel een kruisje voordat ze haar kilo piepers afrekent. ‘Het was nepnieuws’, zegt ze. Een man achter haar in de rij mengt zich in het gesprek. ‘Er zijn wel onbekende jongens gezien die nacht’, zegt Arun Kanti Os (57). Nepnieuws of niet, de tempel wordt sindsdien bewaakt.

In zijn klokkenzaak hoort Korongo het verhaal aan en haalt zijn schouders erover op. ‘Er is daar niets gebeurd’, durft hij als hindoe wel te zeggen. ‘Maar de regering moet ieders veiligheid kunnen garanderen en dat kan ze nog niet.’ Of Yunus de rust in het land op termijn kan herstellen, durft de verkoper niet te zeggen. ‘Het klinkt natuurlijk mooi: een Nobelprijswinnaar die orde op zaken gaat stellen. Maar ik moet het nog zien.’

Ontslagen

250 kilometer noordelijker lijkt de hoofdstad Dhaka zich zo op het eerste gezicht maar weinig aan te trekken van de historische gebeurtenissen die nog niet zo lang geleden in haar straten plaatsvonden. Zeven weken geleden rolden de tanks hier nog door de straten. Nu persen de CNJ’s (beter bekend als tuktuks) zich onder luid getoeter tussen de andere voertuigen. Verkopers op de stoep serveren hun thee weer uit dampende tinnen kannen. Riksjabestuurders sjorren hun regenkappen naar beneden als de moesson stopt. Het normale ritme lijkt hervat.

Maar wie zijn blik naar boven verlegt, ziet wel degelijk de verandering. De gepleisterde muren van de stad vertellen een verhaal van trots: kleurrijke schilderingen van gebalde vuisten en jonge gezichten met teksten als: ‘You can kill a revolutionary, but never a revolution’ of ‘The first Gen-Z revolution in the world’.

Bij een rotonde vlak voor het universiteitsgebouw van Dhaka hangt een metershoog portret van sjeika Hasina. Haar beeltenis is besmeurd met rode verf. Tientallen schoenen, in Bangladesh een symbool voor onreinheid, bungelen voor haar gezicht.

Ook buiten het zicht is de omwenteling wel degelijk gaande, zoals bij scholen. Schoolhoofden en docenten die samenwerkten met de vorige regering zijn de afgelopen week vervangen. Zo staat er bijvoorbeeld sinds kort iemand anders aan het hoofd van de Viqarunnisa Noon School, een van de meest prestigieuze meisjesscholen in de hoofdstad.

Mohammad Rofiun (42) kijkt zijn dochter Ishrat (16) na die hij zojuist bij de school heeft afgezet. Met haar roze rugzak snelt ze richting de poort. Het was duidelijk dat de directrice moest worden ontslagen, zegt Rofiun. ‘Iedere ouder wist dat ze gelieerd was aan de Awami League, want ze bevooroordeelde sommige kinderen. Maar we konden niets doen.’ Hij begrijpt dat het voor een buitenstaander rigoureus klinkt dat een schoolhoofd zomaar, zonder ontslagprocedure, moest vertrekken. ‘Maar een school zou geen plek voor politiek moeten zijn.’

Oude regels

Ook op andere plekken wisselen de rollen, maar niet zoals je zou verwachten. Neem de busterminals in de stad. Sinds sjeika Hasina’s vertrek waren de buschauffeurs verlost van de informele belasting die haar partij inde. Maar niet voor lang. De Bengaalse krant The Financial Express meldde onlangs dat de BNP, de grootste oppositiepartij, de rol van belastinginner heeft overgenomen. Toen chauffeurs weigerden te betalen, braken er vechtpartijen uit waarbij dertien gewonden vielen.

Het incident is exemplarisch voor Bangladesh, zegt theoloog Shafi Mostofa. Hij is deskundige op het gebied van veiligheidsstudies en doceert aan de Dhaka Universiteit over autoritaire regimes. ‘Als de overheid verandert, dan verandert alles hier’, zegt Mostofa, die zich aansloot bij de studentenprotesten. ‘Je ziet het in de stad bij de busterminals, je ziet het in dorpen aan wie de markt runt.’

De opdracht van de interim-regering stopt daarom niet bij het uitroeien van cliëntelisme binnen de overheid, zegt Mostofa. Hoewel hij graag ziet dat het team van Yunus daarin slaagt, vraagt hij zich af of de Ben­galen er wel klaar voor zijn. ‘De intenties van de interim-regering zijn goed, maar de mentaliteit van de mensen moet mee veranderen. Dat kost tijd. We zijn geprogrammeerd om te leven in een autocratie. De bevolking moet eerst weer leren hoe het in een democratie werkt.’

De protestbeweging kan daarin een belangrijke rol vervullen, denkt hij. Niet eerder zag Mostofa zoveel optimisme en goede wil bij de Bengalen. En, zegt hij, vergeet niet dat de interim-regering er pas kort zit. ‘Over een half jaar kunnen we oordelen over hoe ze het doet.’

In de aula

Even verderop in het Teacher-Student-Center van de Dhaka Universiteit, het epicentrum van de protestbeweging, is de hoop nog altijd sterker dan de scepsis. Zeker bij Nusrat Tabassum (23), een studente met rood gestifte lippen en een krachtige blik. Ze was een van de leiders tijdens de studentenprotesten en adviseert nu de twee studenten die in de interim-regering zitten.

Tabussum staat op de plek in de universiteitsaula waar ze een aantal weken geleden huilend naartoe liep toen ze hoorde dat sjeika Hasina het land was ontvlucht. Ze is nog even positief over de toekomst van haar land als toen. ‘De interim-regering heeft een heel moeilijke opdracht’, zegt ze. ‘Het kan zijn dat het uiteindelijk niet lukt. Maar wat er ook gebeurt, erger dan de vorige regering kan het niet worden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next