Ik had gewerkt in het café en stond op het punt om naar de wc te gaan – voor de even welbekende als onvolprezen afsluitende plas – toen ik een collega tegenkwam. Zij had net ook gewerkt, alleen dan in de aanpalende bibliotheek. We spraken even, over wat voor fijne plek dit is om werk gedaan te krijgen, terwijl er nog steeds voldoende om je heen gebeurt.
‘Ik kan me voorstellen’, zei ze, ‘dat je hier ook genoeg inspiratie opdoet voor je columns, met al die… [puntjepuntjepuntje] bijzondere mensen.’ Nu bevindt zich onder de clientèle van deze plek inderdaad een select, bont gezelschap dat zich – nou ja – zich soms wat anders gedraagt dan de doorsnee caféganger met laptop en gemberthee. Maar tot een column heeft het nooit geleid.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
We namen afscheid en daarna deed ik een enorme, klaterende afsluitende plas. Bij het verlaten van het toilet liet ik de deur open staan. Daar zat een idee achter: zo hoefde de volgende gebruiker niet te turen of het blokje op rood of groen stond en voorkwam ik ook de eventuele ongemakkelijke situatie waarbij iemand gebruikmaakt van het toilet, maar dat niet op slot doet en dat iemand dan de deur open trekt en dan sorry moet zeggen tegen diegene die staat/zit te plassen/poepen, maar het eigenlijk de schuld is van de poeper/plasser omdat die niet de deur op slot heeft gedaan. Dat ik de deur open liet staan was dus een stukje service naar de mensen toe.
Terwijl ik mijn handen waste, hoorde ik wat gegrom vanuit de deuropening. Er stond een gedrongen, oudere meneer. ‘Havhjezswetzwsjwgrrr deurg mopen staa’, leek hij te zeggen. ‘Sorry?’, zei ik. ‘Je laat de deur openstaan’, gromde hij. ‘Inderdaad!’, zei ik, trots dat iemand het had opgemerkt. ‘Je laat de deur openstaan’, zei hij weer, ‘doe je dat thuis ook?’ Ik probeerde hem uit te leggen dat het goedbedoeld was, dat ik hem een dienst verleende. ‘Doe je dat thuis ook?’, vroeg hij weer.
Nou, eigenlijk wel. En trouwens, of mensen iets thuis ook doen is helemaal geen goede standaard voor fatsoen. Neusharen uittrekken tijdens het televisie kijken, harde scheten laten, hardop liedjes zingen over Marcel’s Green Soap die het daglicht niet kunnen verdragen, naakt ontbijt maken en voetbal kijken met mijn hand in mijn broek; het zijn allemaal dingen waar ik in het openbaar terughoudend mee zou zijn.
Een betere vraag zou zijn: ‘Zou je dit ook doen als je bij de koning op bezoek bent?’, maar dan zit je natuurlijk weer met antimonarchisten die hun poep op de toiletmuur zouden smeren en de wc-pot zouden laten overstromen.
‘Sorry’, zei ik tegen de man, ‘het zal niet meer gebeuren.’ Dat was – zeer waarschijnlijk – gelogen. En ja, dat doe ik thuis ook.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant