De foto’s, door de fotograaf verzameld in Je moest eens weten, vertonen werkende, lachende, zelfverzekerde vrouwen. ‘De eerste generatie heeft vaak heel hard gewerkt, meegebouwd aan Nederland, maar daar zien we weinig van terug in onze archieven.’
Iclal Sürmeli stond bekend als de leeuwendochter van Ali. Wie de 22-jarige op de foto uit 1977 ziet – gezeten op een motor – snapt direct waarom. Een hoofd omlijst door een dikke bos krulhaar, rode blouse, bruine pantalon. Een blik die zegt: had je wat?
‘Ik reed in grote auto’s, droeg leren jacks en ik vocht’, vertelde een inmiddels bejaarde Sürmeli aan fotograaf Çiğdem Yüksel (35), die haar thuis opzocht in Schiedam. Zoals de keer in de bioscoop in Schiedam, toen een jongen iets onbeschofts zei over de vrouwen in de zaal. ‘Ik pakte hem vast, duwde hem tegen de deur en gaf hem een vuistslag op zijn mond – bam!’
Over de auteur
Ianthe Sahadat is journalist van de Volkskrant met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en de Surinaamse en Caribische koloniale geschiedenis.
Yüksel houdt zich in haar werk bezig met de vraag wat fotografie doet met hoe we naar de wereld kijken. Met de invloed van beelden op beeldvorming. Welke beelden zien we wel, en welke niet? De verbleekte vakantiefoto van Sürmeli siert de omslag van haar eerste fotoboek, Je moest eens weten. De eerste generatie vrouwen uit Turkije in Nederland, dat deze week verschijnt, in het Nederlands, Turks en Engels. Parallel aan de boekpresentatie opent de gelijknamige tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, te zien tot en met 25 mei.
De stoere foto van Sürmeli is gemaakt tijdens een vakantie in haar geboorteregio Urfa, in het zuidoosten van Turkije, nabij de Syrische grens. Ze woonde indertijd al zeven jaar in Nederland en werkte fulltime in een pindakaasfabriek. Na het overlijden van haar vader hielp ze haar moeder het gezin te onderhouden.
Sürmeli is een van de 22 vrouwen die Yüksel de afgelopen jaren portretteerde. Zowel in het boek als in haar expositie staat de eerste generatie vrouwen uit Turkije in Nederland centraal. Yüksel is zelf kleindochter van een vrouw uit die generatie: haar oma Zeynep belandde in 1971 in IJmuiden. Ze werkte, zoals veel (Turkse) vrouwen, in de visfabriek.
Yüksel bouwt al jaren aan een oeuvre waarin ze onzichtbare mensen belicht. ‘Haar camera is microscoop en megafoon tegelijkertijd’, schrijft journalist Merel Bem in het boek. In 2017 won Yüksel de Zilveren Camera, voor de beste Nederlandse persfoto, met haar voor de Volkskrant gemaakte serie over gevluchte Syrische kinderen die werken in de Turkse textielindustrie. Ze maakte portretten van Palestijnse jongeren die systematisch worden opgepakt door Israëlische militairen, van alzheimerpatiënten en hun mantelzorgers, van jongeren die als minderjarige alleen naar Nederland zijn gevlucht.
Haar oma overleed toen ze 14 was, vertelt Yüksel in haar atelier in Amsterdam-Oost, terwijl ze thee inschenkt. Haar kon de fotograaf, zoveel jaar later, niets meer vragen over het leven in Turkije dat ze achterliet, met welke dromen ze naar Nederland kwam, hoe ze hier haar weg vond. En met de paar foto’s die Yüksel van haar vond, was de ‘visuele opbrengst’ ook schamel.
Ze hoopte haar oma’s levensverhaal te kunnen reconstrueren aan de hand van dat van andere vrouwen uit Turkije van haar generatie, maar kwam zulke verhalen nauwelijks tegen. Niet in woord, én niet in beeld.
De enige foto’s van Turkse vrouwen die ze wel veelvuldig zag (en ziet), zijn die van vaak gesluierde vrouwen op straat, sjouwend met tassen of een boodschappenkarretje, van een afstandje en anoniem (op de rug) gefotografeerd. ‘Safaribeelden’ noemt Yüksel het genre, sinds ze, in 2020, bijna 4.500 foto’s analyseerde uit de ANP-beeldbank, waarvan vrijwel alle Nederlandse media gebruikmaken. De beelden die de zoekterm ‘moslima’ opleverde, tonen en herbevestigen een eenzijdig en daarmee schadelijk beeld van een groep vrouwen die divers en gelaagd is, concludeerde ze.
Je herkende je oma niet in die beelden.
‘Mijn oma zag er precies zo uit, ze zou op dezelfde manier gefotografeerd kunnen zijn. Dat maakt het zo pijnlijk. Want dat beeld doet totaal geen recht aan vrouwen als mijn oma. Het vertelt niets over hoe hard ze hebben gewerkt, hoe heerlijk ze kunnen koken, hoe ze lachen, wat ze hebben doorstaan. Het is een eendimensionaal beeld, dat voortdurend wordt herhaald. Niet alleen herkende ik mijn oma er niet in, ik realiseerde me ook dat dit dus de foto’s zijn waar we over honderd jaar op terugkijken, als ik niets zou doen.’
Wie ben ik als mijn oma onzichtbaar blijft, schrijf je.
‘Je ontleent een deel van wie je bent aan de verhalen die we vertellen, aan dat wat er bewaard blijft in de archieven. Mensen met wortels elders zijn constant hun bestaansrecht aan het bevechten in dit land, ook in onze archieven en onze beeldcultuur. Dat raakt mij ook. Ik ben inmiddels de derde generatie. Ik ben hier geboren en opgegroeid. Maar Turkije is ook een deel van mij. Het is deze groep vrouwen met wie mijn verhaal, en dat van honderdduizenden andere Nederlanders, begint.
‘Over Nederlanderschap wordt gesproken op een manier die mensen uitsluit. Problemen die niets met migratie te maken hebben worden afgeschoven op migranten en afkomst. Ik vind het belangrijk een verhaal te tonen dat recht doet aan de menselijke ervaring van migratie en aan de levens van deze vrouwen. Ik voel namelijk een volledige disconnectie met de politieke retoriek. Omdat ik juist denk: kijk nou hoe knap deze mensen zich hebben gered, hoe ze keihard hebben gewerkt. Hun kinderen leven hier, hun kleinkinderen. Wij zijn Nederlanders en we zijn overal in de maatschappij, we zijn journalisten, artsen, vuilnismannen, advocaten, kunstenaars.’
Yüksel zocht in landelijke, gemeentelijke en stadsarchieven naar de vrouwen, die – meestal – na jaren van wachten in thuisland Turkije, hun (tussen 1964 en 1975) voor arbeid naar Nederland geworven mannen achterna reisden. Een fenomeen dat op enig moment ‘gezinshereniging’ is gaan heten. Nergens vond ze iets. Tot ze in het archief van Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, op een zwart-witfoto stuitte van stakende Turkse vrouwen bij een Almelose kippenfabriek in 1978. Ze viel bijna om van verbazing.
Het blijkt een foto van documentairefotograaf Bertien van Manen, uit haar fotoboek Vrouwen te gast uit 1979. Meteen koopt Yüksel een exemplaar op Marktplaats. Het boek staat vol vrouwelijke migranten uit Turkije, maar ook uit Marokko, Tunesië, Griekenland, Spanje, Italië, Joegoslavië. De vrouwen lachen, kijken zelfverzekerd in de camera, ze lopen een modeshow, laten zich dicht op de huid door de Limburgse Van Manen fotograferen.
Waarom maakten de foto’s van Bertien van Manen zo’n indruk op je?
‘Het beeld dat we van deze vrouwen hebben is: ze reisden hun man achterna, zorgden voor de kinderen, spraken slecht Nederlands, leidden een geïsoleerd leven. Dat klopt gedeeltelijk, maar voor heel veel vrouwen is dit niet het volledige verhaal. En hoewel mijn oma dat beeld in mijn hoofd volledig weerlegt, heb ik dat beeld toch geïnternaliseerd. Ook ik ben een leven lang geconfronteerd met het eenzijdige beeld.
‘Hoe vaak ik niet mensen over mijn moeder en zelfs over mijzelf heb horen zeggen: wat spreken jullie goed Nederlands. Mijn moeder woont hier al vijftig jaar! Ik ben hier geboren. Onderschatting verpakt als compliment noemde een journaliste het, dat is het precies. Het zijn associaties waar je de hele tijd iets tegenover moet stellen, die je moet pareren. Door de herhaling van politieke retoriek en van dezelfde fotografie nestelen beelden en aannamen zich in ons collectieve geheugen.’
En toen zag je de foto in de kippenfabriek.
Stralend: ‘Ik dacht: wauw, bestaat dit? De vrouwen in de fabriek maakten lange dagen, hun handen zaten vol brandblaren, omdat ze kokend heet kippenvlees van het bot moesten plukken. Het boek staat vol met beelden van vakbonden, demonstraties, naaicursussen, een modeshow. En heel veel beelden van vrouwen aan het werk, in fabrieken. Het was echt een wereld die voor me openging.’
Achter in het boek van Van Manen trof Yüksel een vlammend statement aan, gericht aan de politiek, de FNV en de vrouwenbeweging. ‘Ze wilde aandacht voor deze vrouwen. Voor hun slechte leef- en werkomstandigheden.’ Van Manen, zo vertelde ze Yüksel later, toen de jongere fotograaf de oudere thuis opzocht, zag het als een missie: deze vrouwen met haar camera te behoeden voor vergetelheid.
Yüksel wist wat haar te doen staat. Ze moet het werk van Van Manen, die in mei is overleden, voortzetten. Met dezelfde urgentie en strijdlust als haar voorganger vier decennia eerder.
Ze plaatst een oproep op Instagram: ‘Ik ben op zoek naar foto’s van de eerste generatie Turkse vrouwen uit jullie familiealbums. Waar zijn bijvoorbeeld de foto’s van onze oma’s die werkten in de visfabrieken, in de textielindustrie of bij bedrijven als Philips en Verkade? De eerste generatie heeft vaak heel hard gewerkt, meegebouwd aan Nederland, maar daar zien we weinig van terug in onze archieven. Dat gat in ons visuele geheugen moet worden gevuld.’
Haar inbox stroomt vol met berichten van kinderen en kleinkinderen. Kom langs, mijn oma is een heldin, een feminist, een powervrouw, je móét haar verhaal horen. Kriskras reist Yüksel het land door: Apeldoorn, Zwolle, Tilburg, Delfzijl. ‘Bir bilsen... (‘Je moest eens weten...’)’, zeggen de vrouwen, zodra de fotograaf tegenover ze plaatsneemt en naar hun leven vraagt. Vandaar de boektitel.
Hoe gingen die bezoeken?
‘Ik belde aan met mijn rolkoffertje met spullen. Een dochter of kleindochter deed open en moeder of oma zat al klaar op de bank, helemaal klaar om te vertellen en op de foto te gaan. De thee was al gezet, de albums lagen opgestapeld klaar. Ik hoefde amper iets uit te leggen, ze wisten waarvoor ik kwam.
‘De vrouwen waren zo openhartig. Ik kon alles vragen, ze vertelden over hun pijn, woede, dromen, heimwee, over de liefde, er is gelachen en gehuild. Na het gesprek zei ik: nu mag u even bijkomen, drink een theetje. Het is natuurlijk intensief, zo’n gesprek vol herinneringen en emoties. Ondertussen zette ik mijn studiootje klaar: achtergronddoek, een krukje of stoel, lampen, camera. Het was mooi om het gesprek af te sluiten met een foto waarbij je elkaar in de ogen kijkt, om dat moment vast te leggen.’
De vrouwen hebben ‘fenomenale’ geheugens, ontdekte Yüksel. Moeiteloos regen ze anekdoten aaneen, van soms wel vijftig jaar terug, vol details. Journalist Hizir Cengiz tekende de verhalen van de vrouwen op, met de informatie die Yüksel had verzameld. Waar zijn toegewijde pen vandaan komt, ontdekt de lezer bij het lezen van de brief In andere grond was je opgebloeid, aan zijn moeder, een Koerdische vrouw die in de Schilderswijk in haar eentje vijf kinderen grootbracht.
Necla Özsoy vertelt over hoe ze een week in Rotterdam woont en de weg naar huis kwijtraakt. Op straat klampt ze mensen aan, ze maakt zelfs een tekening van haar man: hém zoek ik. Schrijven kan ze niet, ze kent de taal niet, de stad niet. Mensen brengen haar naar het politiebureau, waar ze (‘ik had honger’) ‘een patatje’ krijgt van de lieve agent.
Weer tekent ze haar man en nu ook een zak meel. Logisch, haar man werkt in een meelfabriek. Uiteindelijk biedt een telefoontje naar het Turkse consulaat uitkomst. Özsoy, vrolijk: ‘Het consulaat heeft alle meelfabrieken gebeld, een voor een, en mijn adres achterhaald. De politie bracht me naar huis. Ik was binnen vijf minuten thuis, want ons huis was vlakbij.’
Selvet Șükür had drie banen, haar kinderen zag ze alleen in het weekend. Als oma kan ze haar kleinkinderen eindelijk de zorg en liefde geven die ze haar eigen kinderen niet kon geven. Yüksel: ‘Ze had tranen in haar ogen toen ze het vertelde. Jezus, denk ik dan, deze vrouwen worden gezien als geïsoleerd en slecht geïntegreerd. Dat doet zó geen recht aan wie ze zijn.’
Birgül Gültekin-Özşahin verhuisde als kind naar Schiedam. In Nederland was haar vader geen dierenarts maar lasser voor de Rotterdamse Droogdok Maatschappij. Zelf werd ze een zakenvrouw. Ze runt inmiddels een imperium: een betonbedrijf, een uitzendbureau, een makelaarsbedrijf en een meubelbedrijf.
Hatun Kaş zou nog geen jaar bij haar man zijn gebleven als ze Nederlands had gesproken zoals haar kinderen. Ze liet haar dochters het huishouden niet doen. ‘Ga werken en red jezelf’, zei ze hen. Allemaal hebben ze gestudeerd.
Aan de lopende band bij Golden Wonder maakte Fatime Kahvecioğlu-Balkan mayonaise en ketchup. Ze stapelde dozen op pallets en kocht met haar eigen salaris een tv en een wasmachine.
Een van de vrouwen die je hebt geprotretteerd is Maviye Karaman, een vooraanstaande Turkse feminist uit de vrouwenbeweging van de jaren zeventig. Kende je haar?
‘Nee, ik kende Anja Meulenbelt, Hedy d’Ancona, de namen uit onze reguliere feministische canon. Maviye Karaman stond naast deze vrouwen te demonstreren voor het recht op abortus, voor gelijkheidwaardigheid en emancipatie. Ze richtte een belangenvereniging op voor vrouwen uit Turkije, lobbyde bij politici, ging langs de deuren om vrouwen uit te nodigen voor taallessen en hun voorlichting te geven over arbeids- en vrouwenrechten.’
In de tentoonstelling en in het fotoboek zijn behalve de portretten van Yüksel ook foto’s uit de privéalbums van de vrouwen te zien, zoals de vakantiefoto van Sürmeli. In zwart-wit, of in het palet van bruin- en oranjetinten uit de jaren zeventig en tachtig. Het is een gouden greep. Al bladerend ontvouwen zich levens.
De vrouwen als kind, en later met hun eigen kinderen. Met hun man. Verliefd in het park, verlegen, lachend, op het strand, in de sneeuw of de Keukenhof. Thuis, met buren, familie. Een slagroomtaart met kaarsjes, een saz, tafels vol eten, een nieuwe jurk, dansend op een bruiloft. Met collega’s, vriendinnen, zussen. En vaak op het werk. In de koekjesfabriek, de wasserette of het ziekenhuis.
Zelf fotografeerde Yüksel de vrouwen zoals ze haar oma had willen vastleggen. Mooi en monumentaal. Met een sterke lens en aandacht voor hun ogen, rimpels, grijzende haren en handen. Details die roepen: wij hebben geleefd.
Çiğdem Yüksel: Je moest eens weten. De eerste generatie vrouwen uit Turkije in Nederland. Nai010/Prospektor; 232 pagina’s; € 39,95. Verschijnt op 28/9 (ook in het Turks en Engels).
De gelijknamige tentoonstelling is van 28/9 t/m 25/5 te zien in het Nederlands Fotomuseum, Rotterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant