Dit weekend beleefde het Downtown Festival Rotterdam zijn tiende editie. De ambitie: grootstedelijk zijn, maar toch ook lekker toegankelijk, precies wat het Rotterdamse nachtleven nodig heeft. ‘De gemeente Rotterdam heeft nooit echt een nachtbeleid gehad, of een visie op clubcultuur’
Je hoort het vaak zeggen, en het is een beetje een cliché, maar Rotterdam is echt anders dan alle andere Nederlandse steden. Die skyline, de culturele mix in het straatbeeld; de stad heeft metropool-allure. En een randje Amerika.
Dat zie je ook direct als je het tweedaagse Festival Downtown binnenloopt. Want dat festival, voor elektronische muziek in alle soorten en maten, begint vrijdagavond met een blockparty, van het soort waar ze in The Bronx trots op zouden zijn. De smalle – en dus zeer geschikte – Boomgaardsstraat is gevuld met links een podium en rechts een bar. Daartussenin staat zo’n beetje iedere bewoner van de straat, plus wat er zoal nog voorbij komt schuiven. Tickets of festivalbandjes zijn hier niet nodig. En dj Lolo draait platen die het decor compleet maken, van afrobeats tot r&b. Grootstedelijk, maar ook lekker toegankelijk.
Over de auteur
Robert van Gijssel is muziekredacteur van de Volkskrant en schrijft over pop en de muziekindustrie. Hij schrijft ook over gamecultuur.
En die sfeer heerst gedurende het hele festival, dat dit weekend zijn tiende editie beleeft. Festival Downtown wil laagdrempelig zijn en talent uit de eigen stad een podium bieden, maar doet intussen toch ook een mooie greep uit het internationale aanbod, met grote namen van nu, en vooral in de nachtelijke line-up vrij vooruitstrevende dance. Met dat concept, en een aantal buitenpodia en aangesloten clubs, probeert Festival Downtown iets te maken van de Rotterdamse nachtcultuur. Want die kan wel wat ondersteuning gebruiken.
Dat zegt ook de muziekondernemer en festivalorganisator Immanuel Spoor, al jaren actief als een van de aanjagers van het Rotterdamse nacht- en muziekleven. De clubscene in zijn stad is niet bepaald werelds, en op zijn minst onstuimig te noemen. Clubs komen en gaan. ‘De gemeente Rotterdam heeft nooit echt een nachtbeleid gehad, of een visie op clubcultuur. Terwijl iedereen wel begrijpt dat een stad als deze die hoort te hebben.’ Ontstaat er ineens een mooi rafelrandgebied rond bijvoorbeeld het Schiekadeblok, naast het Centraal Station, dan steken daar kleine clubs de kop op als Time Is The New Space, Bar of Poing: ook laagdrempelig, maar ook zeer avontuurlijk.
Maar na een paar jaar gaan ze steevast weer dicht. Wordt de nachtvergunning ingetrokken of is er weer geen geld voor de vrij noodzakelijke financiële support. ‘Rotterdam is ook een vrij arme gemeente’, zegt Spoor. Het geld voor mooie initiatieven is snel op: Festival Downtown wordt ook overeind gehouden door liefdewerk, mede van hemzelf. ‘Ik heb hier gisteren zelf die enorme spiegelbol nog opgehangen. Ziet er goed uit nu, toch?’
Mag je in Rotterdam iets nieuws beginnen, zegt Spoor, dan voel je constant de druk. ‘Staat het even niet vol in de beginfase, dan voel je al dat het kan misgaan, dat er kritisch wordt meegekeken. Dat zou bij een nieuw museum niet snel gebeuren, denk ik. Je hebt soms gewoon tijd nodig om iets moois op te bouwen. Het is bij nachtcultuur echt niet zo dat je er een kwartje ingooit, en er dan vanzelf een bloeiende scene ontstaat.’
Dat merkte Rotterdam de afgelopen decennia: podia en clubs als Now&Wow, Off Corso en Nighttown moesten allemaal sluiten, wegens wanbeleid of financiële misère. Waardoor de clubganger dus weer op zoek moest naar andere plekken waar nog enigszins vooruitstrevend werd gedraaid.
Die plekken zijn er nu wel weer, en dit weekend staan ze in de schijnwerpers. In de club Worm wordt gedraaid in twee zalen, hard en duister. De Nederlands-Koerdische dj Shahmaran, een nieuwe grootheid in de Rotterdamse queergemeenschap, mixt meedogenloze beats en bassen, van oude rave tot hoekige breakbeats. En de Noord-Ierse producer en dj Iglooghost klimt mét microfoon op zijn eigen draaitafels, om spookachtige teksten over zijn gekmakende en haperende beats te leggen: hallucinant en zeer tegendraads.
En toch staat ook hier een publiek dat je in een hippe Amsterdamse club niet snel zou zien: jong en oud, vriendenclubs uit alle sociale lagen en natuurlijk weer veel kleur. Spoor: ‘Ik kwam vaak op het Amsterdamse dancefestival Pitch, en ik vond het inhoudelijk geweldig. Maar het publiek was toch wat eenvormig. Jongens met spijkerbloesjes, meiden met een knotje. En wit. Zoiets wilde ik hier niet, en dat kan hier ook helemaal niet.’
Op Festival Downtown horen we dus hiphop, afrobeats en zelfs wat straffe bubbling, van de Belgische dj Blck Mamba. Zij staat in weer zo’n leuke nieuwe club genaamd Club Centraal, een omgebouwde shotjesbar. Die gekke nieuwe plekken geven het Rotterdamse nachtleven ook zijn charme. En een fijn undergroundsfeertje, dat alleen hier kan hangen.
Want de nachtcultuur mag soms wat moeizaam tot stand komen, er gebeuren wel grootse dingen. Spoor: ‘Vergeet niet dat in Rotterdam twee heel grote dancegenres zijn ontstaan: gabber en bubbling.’ De stad kan wel wat.
En de couleur locale maakt hier het feestje, kun je zaterdag ook zien bij een show van de Syrische bruiloftszanger Omar Souleyman. Hij staat op een haastig in elkaar getimmerd buitenpodium, pal naast het toch wel legendarische standbeeld van Kabouter Buttplug. Rotterdamser kan het niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant