Als kersverse bestuursvoorzitter van Logitech is Hanneke Faber een van de weinige Nederlanders aan de top van een techgigant. Het groene pad dat zij voor ogen had bij Unilever werd voortijdig verlaten, dus verlegde ze haar koers naar het techoptimisme van Silicon Valley.
Eind vorig jaar vloog Hanneke Faber naar Detroit en sloot zich een weekend op bij haar zoon om zich voor te bereiden op haar nieuwe baan.
‘Ik heb 48 uur met hem zitten gamen. Om het gevoel te krijgen. Het jargon te leren. Je wilt wel mee kunnen praten. Het is nogal belangrijk dat je het verschil weet tussen League of Legends en Fortnite.’
Over de auteurs
Michael Persson is economieverslaggever en commentator van de Volkskrant. Wilco Dekker is economieredacteur. Hij schrijft over grote bedrijven, ongelijkheid en lobby.
Ze kwam van Unilever, waar ze met een scherp oog voor duurzaamheid de wereldwijde voedingsmiddelendivisie had geleid, en begon in december als bestuursvoorzitter bij het Zwitsers techbedrijf Logitech, maker van randapparatuur voor computers – van muizen tot gameconsoles. ‘Ik wist weinig van games. Maar ik leer snel. Alles is een kwestie van oefenen.’
Nu is ze een van de weinige Nederlanders aan de top van een techgigant. Ze verhuist binnenkort naar Silicon Valley, dat haar uitvalsbasis wordt, en staat zo in een soort trans-Atlantische spreidstand als brug tussen de oude en de nieuwe wereld, Europa en de Verenigde Staten. Die zich, zeker op economisch gebied, verder van elkaar lijken te verwijderen.
Deze week verscheen het rapport van Mario Draghi over het museum dat Europa dreigt te worden: een continent vol oude industrieën zonder veel vernieuwing. U werkt in Europa, u woont in Silicon Valley. Is zijn alarmerende toon terecht?
‘Het is niet nieuw, maar het is wel nieuw dat hij het zegt. Europa is een fantastische plek om te wonen en op vakantie te gaan. Maar het wordt ook wel een beetje een hele mooie ansichtkaart. Investeringen die op dit moment worden gedaan in Californië, vooral in AI, zijn al bijna niet meer in te halen. Of kijk naar de auto-industrie, vanouds een belangrijke Europese technologische sector.
‘Mijn zoon is 24, die heeft elektrotechniek gestudeerd en werkt nu bij General Motors in Michigan. Hij bouwt daar elektrische auto’s. De investeringen in de auto-industrie in Detroit zijn gigantisch. Zoals ook in China gebeurt. Dus ik denk wel dat Draghi gelijk heeft en ik zou ook een Europese miljardeninvestering en simpeler regelgeving zeer verwelkomen. Maar we zullen keuzes moeten maken waarin we willen investeren. En het wordt moeilijk om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.’
Ziet u nog hoop voor Europa?
‘Europa is goed in onderwijs. Ons Zwitserse kantoor bevindt zich op de campus van de Technische Universiteit van Lausanne (EPFL), een fantastische universiteit. Echt het MIT van Europa. Logitech krijgt altijd vijftig stagiaires van EPFL. En daar komen heel slimme mensen vandaan – we hebben in Europa net zulke slimme mensen, misschien nog wel slimmer. In Silicon Valley is het voor ons minder makkelijk om de beste mensen te krijgen, want zij hebben daar zo veel keus. Zolang we onze slimme mensen in techbedrijven kunnen krijgen is er hoop voor Europa.’
Waarom bent u zelf in Silicon Valley gaan wonen?
‘We werken nauw samen met de grote en ook kleine bedrijven daar. We hebben een grote business in videoconferencing. Die software moet allemaal worden geïntegreerd met Microsoft, met Zoom, met Google. Voor Apple maken we speciale toetsenborden en muizen. Voor Meta zijn we bezig met een soort pen voor hun Metaverse. Dat hele ecosysteem is ontzettend belangrijk voor Logitech. Dan moet je daar echt zitten.’
Is dat niet paradoxaal, voor een bedrijf dat zelf geld verdient met videoconferencing?
‘Je moet gewoon af en toe op die campus van Google of Apple of Meta zijn. Die pen die we maken met Meta is veel nauwkeuriger dan de gamecontrollers die ze nu gebruiken, dat is belangrijk voor artsen en ontwerpers. Je bent samen jaren bezig om te zorgen dat zo’n ding perfect werkt. Die fysieke nabijheid blijft belangrijk.’
Bij Unilever was u een belangrijke medewerker van bestuursvoorzitters Paul Polman en later Alan Jope, om de duurzaamheidsambities te realiseren. Het verhaal ging dat u in de running was om Jope op te volgen als ceo. Maar in plaats daarvan werd Paul Schumacher binnengehaald, die inmiddels de duurzaamheidsambities heeft afgezwakt. Was u teleurgesteld?
‘Ik werd het niet bij Unilever. Dat is oké. Je weet hoe het werkt: de raad van commissarissen kiest. Dus ja, hartstikke leuk voor hem. Maar toen was het voor mij duidelijk dat het beter was om ergens anders iets te gaan doen.’
Schumacher kiest een minder groene koers. Bent u teleurgesteld dat uw werk in feite is afgekapt?
‘Nee helemaal niet. De verduurzaming was een van de mooiste dingen bij Unilever om te doen. En dat zit nog steeds wel diep in het bedrijf denk ik hoor. Er is een verwachting dat je het goed doet en winst maakt, maar dat je ook de juiste dingen doet voor de planeet. Doing well by doing good. Zeker in de voedselsector, die zoveel invloed heeft op het klimaat. Of het nou regeneratieve landbouw is of het tegengaan van voedselverspilling, daar kun je als grote speler echt een verschil maken.’
Dat kunt u nu niet meer.
‘Juist wel! Het is een van de redenen waarom ik Logitech heel aantrekkelijk vond. Het is leuk om als relatief klein techbedrijf een pionier te zijn. Ik ben verbaasd hoe ver Logitech met gerecycled plastic is. Drie van de vier producten van ons zijn ervan gemaakt. Unilever zit op 20 procent of zo.’
Uiteindelijk is de impact daarvan natuurlijk wel kleiner dan bij Unilever.
‘We gaan gewoon lekker hard groeien en dan wordt die impact steeds groter. Kijk, ik vind het leuk dingen te verkopen aan mensen die ze dagelijks gebruiken. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit of dat een muis is of een ijsje.’
Faber – de dochter van Mient-Jan Faber, die in de jaren tachtig fel ageerde tegen de stationering van Amerikaanse kernwapens in Europa – heeft altijd haar eigen pad gekozen. Ze was in de jaren tachtig en negentig zeven keer Nederlands kampioen schoonspringen, wat haar een beurs opleverde om te gaan studeren in Houston, Texas. Ze begon in de journalistiek, liep stages bij Radio West en de Delftsche Courant, maar stapte over op bedrijfskunde. Haar eerste baan was assistent-brandmanager Vicks Vaporub. ‘Zo’n product waarvoor je hoopt dat iedereen in de winter een kuchje krijgt.’
Was u altijd ambitieus?
‘Dat heb ik van huis uit meegekregen. Calvinistische ouders. No pain, no gain. En zeker van mijn vader heb ik geleerd de lat hoog te leggen. Grote ideeën. Dingen doen die misschien eigenlijk niet kunnen. En daar dan toch mensen voor enthousiasmeren. Ja, dat heeft mijn vader echt knap gedaan. Op een heel ander vlak. Diezelfde drive zit ook in mij.’
Hoe stressvol is het als ceo?
‘The buck stops here. Ofwel: ik ben de eindverantwoordelijke. Ik heb een raad van commissarissen en aandeelhouders aan wie ik verantwoording moet afleggen. En het is hard werken, het is een internationaal bedrijf, als je wilt kun je 24 uur per dag werken. Natuurlijk maak je weleens een fout en gaat er weleens wat mis. Ik blijf daar redelijk ontspannen onder. Wij verkopen muizen. Dit gaat niet om world peace.’
In een van uw eerste interviews opperde u de ‘forever mouse’: om de levensduur van muizen te verlengen, zou een abonnementsvorm een idee zijn. Dat kwam u op veel kritiek te staan. Is de tech- en gamewereld wel klaar voor duurzame ideeën?
‘Je moet een beetje vooruitdenken. Het abonnement was geen concreet plan, maar meer een manier van denken. Waarom worden zo veel muizen weggegooid? De aankoop van een nieuw product is een groot deel van de carbon footprint. Kijk, een horloge en een muis zijn van binnen niet zo heel verschillend. En je neemt toch ook niet elke vier jaar een nieuwe Rolex? Een muis moet net zo lang mee kunnen. Dat was het concept erachter. Maar goed, abonnementen zijn, zo heb ik geleerd, niet erg populair.’
Een Rolex-muis?
‘We kunnen meer doen met het merk ja. We zijn niet zo’n groot bedrijf, maar het merk Logitech is groot, ook de taxichauffeur in Shanghai kent het. Maar het is nog geen Chanel of Nike waarvan je denkt: I love it. Dus daar zie ik potentie.’
Het zijn computermuizen toch?
‘Vergeet de game-apparatuur niet. Gaming, daar zit natuurlijk al veel meer liefde en passie in, en ook een esthetische component. Toen ik een paar weken geleden in China huisbezoeken deed – dan zoek ik mensen thuis op om te zien hoe ze onze spullen gebruiken – zag ik dat ze daar onze producten al veel meer als een soort home decor beschouwen, of beauty zelfs.
‘Een mevrouw in China had vier keyboards op haar bureau en drie daarvan waren roze en één had Hello Kitty-toetsen. Het is echt een expressie van haarzelf. Als je de hele dag daarachter zit mag het er best een beetje mooi uitzien. Het wordt een onderdeel van je, of een extensie zoals wij zeggen. Dat geldt ook voor gamers. Ik was laatst in Italië en daar laten we door een fabrikant een stuur maken voor Formule 1-coureurs, super ergonomisch, glanzend afgewerkt. Veel mooier.’
Is het moeilijk om geaccepteerd te worden door de tech- en gamegemeenschap?
‘Die gemeenschap is heel erg uitgesproken. Dat is oké. We moeten luisteren naar onze gebruikers en die community is veel online, en laat van zich horen. Daar leer je ook weer van.’
Het is een tamelijk masculiene wereld.
‘De helft van alle gamers in de Verenigde Staten zijn vrouwen. Maar inderdaad, soms is het discours op Twitch of op andere gamingkanalen niet heel vriendelijk tegen vrouwen. Dus bij Logitech proberen we dat te veranderen. De helft van de gamingteams die we sponsoren bestaan uit vrouwen. We hebben een soort gamingtrainingscentrum in ons Amerikaanse kantoor waar teams komen oefenen met de goede uitrusting. Heel leuk om die meiden te zien gamen.’
Bent u zelf inmiddels een gamer?
‘Ik ben blij dat ik schoonspringen heb gedaan. Er zijn nogal wat parallellen. Dat is die thrill van het spel van winnen, ik houd van winnen, maar het kan ook enorm fout gaan. Wat in het schoonspringen plat vallen of een bommetje is, kan ook in het spel gebeuren. Gaming en sport liggen dicht bij elkaar. Het IOC heeft deze zomer besloten ook Spelen voor e-sports te gaan organiseren.’
Is het niet beter als kinderen gaan sporten in plaats van gamen?
‘In Shanghai kan je niet tegen kinderen zeggen: ga even buiten spelen. Dus ja, dan ben ik eigenlijk blij dat ze via gaming wel met hun vriendjes iets sociaals kunnen doen.’
Maar gezond is het niet toch?
‘Fysiek gezond is het niet nee, maar sociaal wel, omdat je het met elkaar doet en tegen elkaar speelt. Er zijn een stuk slechtere dingen te bedenken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant