Home

‘Ik ben deze versie van mezelf omdát ik dit allemaal heb meegemaakt. En ik moet het maar met deze versie doen’

Jaren nadat haar vader uit het leven was gestapt, maakte ook Estelles broer een einde aan zijn leven. Zij ging maar door, door, door en kwam aan haar verdriet helemaal niet toe. Tot er nóg iemand wegviel.

Estelle van der Schoot (23, student psychologie): ‘Toen mijn vader mijn leeftijd had, begin 20, bleek hij bipolair te zijn. Hij kreeg lithium om stabiel te worden, trouwde met mijn moeder, die oorspronkelijk uit Finland komt, ze kregen drie kinderen – mijn twee oudere broers Tom en Nick en mij – en jarenlang ging alles goed. Van zijn bipolariteit heb ik als kind niets meegekregen: hij was een zachte, warme man en een superleuke vader, ik was een vaderskindje. In de vakanties gingen we naar ons zomerhuis in Finland, ik heb echt gewoon een fijne jeugd gehad.

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl

‘Dingen veranderden toen hij met de medicijnen stopte, omdat die slecht waren voor zijn nieren. Toen kreeg hij een depressie. Hij moest stoppen met werken en daarna is het snel bergafwaarts gegaan. Ik was 13 toen hij zelfmoord pleegde. Mijn broer Nick, die toen 18 was, heeft hem gevonden – dat heeft hem jaren achtervolgd.

Als een stomp in je maag

‘Ik weet nog precies dat gevoel van die eerste tijd, dat je ’s ochtends wakker wordt en er twee seconden nog niets aan de hand is. Tot het binnenkomt, als een stomp in je maag: papa is dood. Later, na Nicks dood, was dat ook weer zo: heel even, twee seconden, lijkt alles nog gewoon. Totdat je verder wakker wordt, de nachtmerrie echt waar blijkt en je meteen de paniek weer voelt.

‘Nick dealde met verslaving; hij blowde veel, worstelde met het trauma, maar kon er niet over praten, en hij werd psychotisch. En mijn oudste broer, Tom, die toen 20 was, bleek net als onze vader bipolair. Ondertussen probeerde mijn moeder haar hoofd boven water te houden, met twee zoons met wie het niet goed ging, het hele ggz-circus en een overleden man.

‘Ik hield me groot. Ik wilde mijn moeder niet nog zwaarder belasten. ’s Avonds in bed huilde ik wel, maar overdag was het klaar: ik haalde goede cijfers, ik had leuke vriendinnen, ik heb lang de ideale dochter uitgehangen. Niet dat het moest van mijn moeder, ik heb een supergoede band met haar, maar ik wilde vooral mezelf ervan overtuigen dat met mij in elk geval alles goed ging. Ik heb ook oprecht een leuke middelbareschooltijd gehad met veel vrienden en feestjes – hoewel ik nooit heel wild ben geweest, want dat kon niet, er was thuis al genoeg aan de hand.

Herhaling van het trauma

‘Ik ging psychologie studeren in Utrecht, en daar ook op kamers. Nick woonde antikraak in Gouda, waar hij in bandjes speelde; hij kon hele dagen pielen op zijn gitaar. Toen hij 26 was heeft hij een einde aan zijn leven gemaakt. Thuis, bij mijn moeder, in ons ouderlijk huis. In oktober 2021 was dat, ik was 20, hij heeft het op dezelfde manier als onze vader gedaan. Het was bizar, de herhaling van het trauma: wéér moesten we binnen een week een begrafenis regelen, foto’s uitzoeken, muziek verzorgen. Je wilt iets moois neerzetten en dat lukt ook, maar ondertussen ben je in shock.

‘Wat ook weer hetzelfde was: die eerste week komt iedereen nog met pannetjes soep langs, maar daarna wordt het stil. Ook van mij uit: ik kon er helemaal niet met vrienden over praten. En omdat ik er niets over zei, begonnen zij er ook niet over, bang om mij aan het huilen te maken. Het heeft me heel eenzaam gemaakt, het gevoel dat het anderen helemaal niet raakte. Vorige winter hebben ze daar heel lief sorry voor gezegd, terwijl: zij waren er wel degelijk ook mee bezig, ze durfden alleen niet.

‘De eerste zomer na Nicks dood heb ik me gek genoeg heel goed gevoeld. Eindelijk was er rust na alle problemen die we met hem hadden gehad, en Tom was inmiddels ook al een half jaar stabiel. Ik dacht: fuck it, nu ga ik het leuk hebben. Ik ben naar allerlei festivals gegaan, en met een tentje naar Finland met mijn beste vriend, daar heb ik erg goede herinneringen aan. Ik was boos op Nick, dat hielp ook, denk ik: hij had zo veel ruimte ingenomen, nu kon ik doen wat ik wilde. En ik miste hem nog niet echt, niet zoals nu, nu ik hem al zoveel langer niet meer heb gezien.

Paniekaanvallen

‘De zomer erna ben ik ingestort. Of ingestort: ik kreeg paniekaanvallen, durfde opeens niet meer naar de supermarkt of met de trein. Zo kende ik mezelf niet, maar achteraf denk ik: het is niet heel gek na alles wat er was gebeurd, het moest er een keer uit komen. Want ook na Nicks dood was ik maar door- en doorgegaan: studie, zeilvereniging, commissies, een bijbaan in een restaurant, heel leuk allemaal, maar het waren wel veel ballen om in de lucht te houden, en aan mijn verdriet kwam ik helemaal niet toe. Tot de zus van mijn moeder overleed in de zomer van 2023. Toen kwam al het andere verdriet ook naar boven. Ik kwam bij een psycholoog terecht en ben in therapie voor het eerst alles gaan bespreken.

‘Dat is zo goed geweest, mijn leven ziet er nu anders uit. Ik ben veel meer rust gaan nemen voor mezelf, omdat ik weet dat ik het nodig heb om af en toe een dag te wandelen of op de bank te chillen met een film. Maar ik ben ook eindelijk echt gaan rouwen om mijn vader en mijn broer. Ik geef voor het eerst toe aan het verdriet in plaats van altijd maar zo druk te zijn dat ik überhaupt geen tijd heb om iets te voelen. Nu ga ik soms een middag oude foto’s zitten kijken, of ik zet muziek op die me aan Nick doet denken. En dan durf ik het echt te voelen: het is helemaal niet alleen maar ‘goed dat je nu rust hebt’, ik mis je en ik wou dat je hier was.

Vrijwilligerswerk

‘Het klinkt paradoxaal, maar dat heeft alles lichter gemaakt. Ik heb mijn studie even on hold gezet en de afgelopen maanden in Zweden vrijwilligerswerk gedaan op een ecoboerderij. Onkruid wieden, aardbeien plukken, taarten bakken voor het bijbehorende café en ’s avonds met andere vrijwilligers rond het kampvuur, ik werd er heel gelukkig van. Zo gelukkig, dat ik mijn master heb uitgesteld en de komende maanden weer vrijwilligerswerk ga doen, deze keer in een dierenopvang in Portugal. Voor Zweden was ik nog nerveus waar ik terecht zou komen, ik was tot in de puntjes voorbereid. Nu ga ik gewoon en weet ik: het komt hoe dan ook goed.

‘Er is een tijd geweest dat ik bang was dat ik ook bipolair of depressief zou worden, maar dat ben ik niet meer. Ik weet nu dat ik eigenlijk wel weerbaar ben. Als alles volgens plan verloopt – maar plannen kunnen veranderen, daar ben ik inmiddels wel achter – ga ik volgend jaar september aan mijn master klinische psychologie beginnen. Natuurlijk heb ik me afgevraagd of die studiekeus met mijn vader en mijn broer te maken heeft, en of ik anders niet bijvoorbeeld iets creatiefs was gaan doen. Maar ik ben deze versie van mezelf omdát ik dat allemaal heb meegemaakt. En ik moet het maar met deze versie doen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next