Het lijkt in Den Haag maar over één ding te kunnen gaan (het woord begint met een a en eindigt op crisis). Staat er dan helemaal niets anders interessants in al die documenten die de afgelopen week door het kabinet zijn gepubliceerd? Toch wel. Het kabinet-Schoof is dan misschien ‘merkwaardig’, schreef chef politiek Raoul du Pré deze week al in het commentaar van deze krant. Maar ‘voor een groot deel zetten de nieuwe ministers het beleid van hun voorgangers gewoon door’.
Rond ‘bestaanszekerheid en koopkracht’, het eerste hoofdstuk van het Regeerprogramma, lijkt het kabinet-Schoof inderdaad wel een gewoon kabinet. Het formuleert doelen die bijdragen aan het vergroten van de bestaanszekerheid, namelijk: werkzekerheid; inkomenszekerheid; betaalbaar wonen en toegankelijke publieke voorzieningen; en integratie en maatschappelijke samenhang. En het somt vervolgens plannen op die moeten helpen om die doelen dichterbij te brengen.
Over elk van die afzonderlijke plannen kun je een boom opzetten, maar het gaat ‘gewoon’ over het maken van overheidsbeleid. Het kabinet neemt onder meer adviezen over van commissies die zich verdiepten in de arbeidsmarkt, in de arbeidsongeschiktheidsregelingen, in het beleid rond problematische schulden. Ook wil het de kinderopvang voortaan subsidiëren via de opvangorganisaties (en niet meer via de ouders).
Het heeft ook grotere plannen. ‘Het kabinet heeft de ambitie om deze kabinetsperiode wetgeving voor te bereiden voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel en op diverse onderdelen van de sociale zekerheid. Er is brede parlementaire consensus over de noodzaak van een hervorming. De komende jaren zijn er veel keuzen te maken over de invulling. Het kabinet neemt hierbij een leidende en faciliterende rol.’
Voor dit grote project benoemt het kabinet vast een paar kernpunten, waaronder dat Nederland in dat nieuwe stelsel ‘terugvorderingen en voorschotten zoveel mogelijk (moet) beperken’. Ik bleef hieraan hangen omdat terugvorderingen van toeslagen inderdaad een groot probleem zijn. En omdat er (denk ik) een manier is om veel van de problemen te ondervangen, zonder dat we hoeven wachten op die grootse en meeslepende hervorming van het hele stelsel.
Die oplossing is: het inbouwen van een veiligheidsklep in de toeslagen. In een notendop werkt het zo. Mensen vragen voor dit jaar op basis van hun verwachte inkomen en kosten toeslagen aan van 100 euro. De overheid keert direct uit: 95 euro. De rest, 5 euro, is de veiligheidsklep. Na afloop van het jaar, als het inkomen en de kosten definitief bekend zijn, kan de rekening worden opgemaakt. Liep het jaar zoals verwacht: dan wordt de 5 euro alsnog overgemaakt. Waren de inkomsten van het huishouden hoger (of de kosten lager)? Dan is er die veiligheidsbuffer van 5 euro die in veel gevallen helpt voorkomen dat huishoudens geld moeten terugbetalen.
Hoe verder de veiligheidsklep wordt opengezet (5 euro, 10 euro, 25 euro?), des te kleiner de kans dat een huishouden geld moeten terugbetalen.
Maar huishoudens dan die elke euro nodig hebben? En wel nu? De overheid kan de veiligheidsklep als standaard gebruiken, en huishoudens de gelegenheid geven hiervan af te wijken (‘veiligheidsklep uit’). Over de uitwerking hiervan kan je óók een boom opzetten.
Maar die grote discussie over het belasting- en toeslagenstelsel gaat langer duren dan de zittingstermijn van dit kabinet. Deze veiligheidsklep tegen terugvorderingen is gewoon zo’n dingetje dat je binnen één periode kan regelen. Wel zo praktisch.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns