Iedereen kon het de afgelopen weken zien – is het niet in eigen tuin of balkon, dan wel op sociale media: moeder Natuur trakteerde op een vlinderfeestje. Na een schrikbarend leeg voorjaar en zomer wemelde het ineens van vlinders op vlinderstruiken en overige laatbloeiers in tuinen en parken.
Het gaat onder meer om bontgekleurde dagpauwogen en atalanta’s. Maar is daarmee bij het begin van de herfst het dramatische vlinderjaar alsnog goedgemaakt?
De piek in dagpauwogen – roodbruin met vier paarsblauwe ‘ogen’ op de vleugels – is het gevolg van het opmerkelijke natte en warme weer dit jaar. Normaal gesproken gaan dagpauwogen in de zomer al op zoek naar overwinteringsplekken.
Over de auteur
Jean-Pierre Geelen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
In sommige jaren planten ze zich in juli en augustus voort, om daarna te sterven. Ook dit jaar was dat het geval, constateerde de Vlinderstichting: ‘Doordat het een vochtige zomer was, stonden de brandnetels, waar de rupsen van afhankelijk zijn, er uitstekend bij, zodat erg veel dagpauwogen uiteindelijk vlinder zijn geworden.’
Ook andere soorten hadden daardoor een prima nazomer: het groot koolwitje, bont zandoogje en de atalanta doken deze weken veel op. Onder de atalanta’s zitten overigens ook vlinders die vanuit Noord-Europa via Nederland naar zuidelijker streken trekken.
Het is verleidelijk om in die opleving een lichtpuntje te zien in de ‘insectencrisis’ die biologen al jaren zien. Daar is helaas geen reden voor, meldt de Vlinderstichting. ‘Als we de voorlopige resultaten van het Meetnet Vlinders bekijken zien we dat, ondanks het kleine piekje in september, er toch heel veel minder vlinders hebben gevlogen dan het gemiddelde over de afgelopen dertig jaar.’
De vlinderstand gaat, net als de rest van de insectenstand, al jaren sterk achteruit. Uit de dertigjarige gegevens van het Meetnet Vlinders bleek 2023 het slechtste jaar sinds het begin van de gestructureerde tellingen. De aantallen dagvlinders zijn sinds 1992 gemiddeld per soort met 53 procent afgenomen. Negen van de 53 soorten bereikten vorig jaar de laagste aantallen sinds 1992.
De vlindertrend daalde in 2023 voor het negende jaar op rij. Zelfs een opleving van de zeldzame grote vuurvlinder vorig jaar bleek geen goed nieuws: hij komt maar in twee gebieden voor, en in één daarvan (Rottige Meente in Friesland) ging het juist erg slecht met de vuurvlinder. ‘Gevreesd moet worden dat de soort binnen een tot drie jaar uit Friesland verdwijnt’, stelt het Meetnet.
De reden: klimaatverandering, in combinatie met te weinig beheer. ‘De watertoevoer is hier tijdens droge perioden onvoldoende, waardoor het gebied verdroogt. Verdroging van veengebieden leidt tot afbraak van veen en het vrijkomen van nutriënten waardoor de bijzondere natuurwaarden verdwijnen.’ Alleen door tijdens droogte snel te reageren met het inlaten van extra water, kan dit schadelijke proces volgens de stichting stopgezet worden.
Over de grote linie weinig reden tot vreugde dus, maar voor liefhebbers van vlinders is het feestje van deze weken nog niet over: de Vlinderstichting voorspelt dat de bonte zandoogjes (bruine vlinders met lichte vlekken op de vleugels) komende weken nog volop aanwezig zullen blijven: mogelijk tot in november, zolang zware nachtvorst uitblijft.
Het gaat om de derde generatie binnen een jaar: de eerste golf ontstond in april, de tweede vloog midden in de zomer. De zandoogjes die nu te zien zijn, zijn nakomelingen van de twee eerdere generaties. ‘Dankzij de warmte en dankzij het feit dat de bodem nog lekker vochtig is hebben de rupsen zich erg goed kunnen ontwikkelen en de vlinders zijn nu veel aanwezig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant