Home

De funrunner rukt op, tot ergernis van de fanatieke hardloper: ‘De verzorgingspost lijkt steeds meer op een café’

Hardlopen is ongekend populair. Evenementen, zoals de Dam tot Damloop die dit weekend plaatsvindt, zijn in een mum van tijd uitverkocht. Het hoge aantal deelnemers, lang niet allemaal even prestatiegericht, zorgt voor frictie. ‘Ik kreeg bij de finish bijna een selfiestick tegen m’n hoofd.’

Aan de opstelling van de renners, die zich hebben verzameld voor het startpunt, valt iets opvallends te ontwaren. Hoe dichter je bij de achterhoede komt, hoe meer er wordt gekletst en gelachen. Vooraan, daarentegen, is het ijzig stil. ‘Dat zijn de prestatierenners’, duidt Daniël Peters, lid van Atos, de atletiekvereniging die de hardloopwedstrijd 30 van Noord organiseert.

Aan het hardloopevenement in Amsterdam-Noord doen in totaal 1.500 renners mee, op drie verschillende afstanden: 10, 21 en 30 kilometer. Voor het eerst in zijn 21-jarige bestaan is de race strak uitverkocht.

Over de auteur
Irene de Zwaan is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met als specialisme onderwijs.

Peters (45), die onlangs nog op het NK Atletiek goud won op de 800 meter, heeft zich voor vandaag aangemeld als vrijwilliger. Met een stopwatch in zijn hand – ‘voor het geval de officiële tijdregistratie uitvalt’ – kijkt hij toe hoe de meute na het startschot uiteenvalt. Het doffe geschuifel van passen wordt afgewisseld door scherpe piepjes van smartwatches, waarmee deelnemers hun loopsnelheid volgen.

Voor de gezellig kletsende achterhoede heeft Peters ook een benaming. ‘Dat zijn de funrunners’, zegt hij droogjes. De funrunner vindt, kort door de bocht, de beleving van een wedstrijd belangrijker dan het neerzetten van een snelle tijd. Hoewel Peters er het zijne van denkt, is het aan deze categorie renners te danken dat de populariteit van hardlopen de laatste jaren een duizelingwekkende opmars heeft gemaakt.

Uitverkocht
Hardloopevenementen – tot in het Friese Dokkum aan toe – zijn tegenwoordig in een mum van tijd uitverkocht. Neem de NN Marathon Rotterdam van volgend jaar: binnen 2,5 uur waren alle 17 duizend startbewijzen vergeven. Een record. Ook de TCS Amsterdam Marathon (45 duizend deelnemers) van 20 oktober aanstaande was een half jaar voor aanvang al uitverkocht. Via Ticketswap en Marktplaats vindt een levendige handel plaats in tickets, alsof het om een concert van Taylor Swift gaat.

Waarom is hardlopen plots zo populair? Vraag het aan organisatoren van hardloopevenementen en zij antwoorden steevast: de coronatijd. Bij gebrek aan een sportschool, schafte menig moedeloze thuiszitter een paar vlotte hardloopschoenen aan. Sommigen raakten zo begeesterd door het gemak waarmee ze op ieder moment van de dag, zolang ze maar wilden, de deur uit konden voor een loopje, dat ze ook na de crisis stug bleven doorrennen.

‘Na corona zagen we met name in de eerste jaren op de halve en de hele marathon een groei in het aantal deelnemers’, zegt René Wit, adjunct-directeur van Le Champion, de organisator van grote hardloopevenementen zoals de TCS Amsterdam Marathon en de NN Dam tot Damloop, die dit weekend in Amsterdam en Zaandam plaatsvindt. ‘In het tweede jaar na corona waren we nog nooit zo snel uitverkocht.’

Inmiddels ziet Wit een nieuwe verschuiving: deelnemers aan met name de kortere afstanden, zoals de 10 mijl (16,1 kilometer) van de Dam tot Damloop, zijn opvallend vaak tussen de 20 en 30 jaar. En vrouw. ‘We zijn niet anders gaan werven dan voorgaande jaren’, zegt Wit. ‘Dus het lijkt er sterk op dat dit komt door fitfluencers die actief zijn op sociale media.’ Hij noemt het een goede zaak dat de sport verjongt.

Volgens Alexander Vandevelde, directeur van de Stichting Zevenheuvelenloop, een bekend hardloopevenement dat in het weekend van 16 november in Nijmegen plaatsvindt, is de populariteit van hardlopen inherent aan de toegenomen individualisering van de maatschappij. ‘Mensen verlaten verenigingen, ook atletiekverenigingen, en organiseren zich op een lossere manier. Ze rennen alleen, of in loopgroepjes.’ Nu het leven op alle vlakken duurder is geworden, is hardlopen bovendien een aantrekkelijk alternatief voor de sportschool. ‘Een gratis trainingsschema is zo gedownload.’

Marathon op de bucketlist
Beide organisatoren merken op dat de marathon, en dan met name de hele afstand (42,2 kilometer), ‘een bucketlist-ding’ is geworden: iets wat je één keer in je leven meegemaakt moet hebben. Eenmaal gegrepen door het marathonvirus, volgen er vaak nog meer – al dan niet in het buitenland. De markt speelt hier handig op in: verschillende reisbureaus bieden ‘marathonpakketten’ aan, inclusief vlucht, overnachting en deskundige begeleiding.

Ook onder de deelnemers van de 30 van Noord zijn veel coronalopers. Gevraagd naar hun motivatie, is het meest gehoorde antwoord: ontspanning. ‘Om het hoofd leeg te maken’, ‘als meditatie’ of, ook veelgehoord, ‘om fitter te worden’. ‘Ik loop niet voor de prijzen’, zegt de 42-jarige Michael uit Utrecht, terwijl hij met zijn shirt wat zweetdruppels van zijn voorhoofd veegt. Hij moet nog beginnen aan zijn 10 kilometer-loop, maar heeft het nu al warm. ‘Uitlopen is mijn doel. Ik ben mijn enige tegenstander.’

Niet iedereen kan die ontspannen mentaliteit waarderen. De funrunner wekt wrevel bij de prestatierenner, die wél voor een snelle tijd gaat. ‘Gedragsregels, zoals links vrijhouden zodat snellere lopers kunnen inhalen, zijn tijdens dit soort evenementen ver te zoeken’, verzucht Daniël Peters, de vrijwilliger met de stopwatch. Aan massale evenementen zoals de Dam tot Damloop (met 46 duizend renners het grootste hardloopevenement van Nederland) doet hij niet meer mee. ‘Ik ben een keer zigzaggend gefinisht en kreeg toen bijna een selfiestick tegen m’n hoofd. ‘Hallo!’, denk ik dan. Ik ben hier een goede tijd aan het neerzetten en jij gedraagt je alsof je een toerist bent’.

Naast hem staat Bert Schalwijk, eveneens actief als vrijwilliger, driftig te knikken. Schalwijk is 76, maar nog altijd bloedfanatiek. Laatst sleepte hij op de 5.000 meter goud in de wacht tijdens het wereldkampioenschap master atletiek in het Zweedse Göteborg. ‘Voor iedere wedstrijd moet je jezelf oppeppen alsof je het toneel op gaat’, zegt hij plechtig.

Verzorgingspost of café?

Net als Peters gruwelt Schalwijk van ‘goededoelenlopen’, die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op groepjes collega’s die door middel van een ‘businessrun’ geld inzamelen voor liefdadigheid. ‘Daar doen mensen aan mee die bij een verzorgingspost staan alsof het een café is.’

Alexander Vandevelde van de Stichting Zevenheuvelenloop vindt dit juist wél een goede ontwikkeling. Want, zo zegt hij: deze mentaliteit zorgt voor een stuk minder uitval. ‘De wedstrijdgerichte atleet gaat trainen en valt geregeld uit met een blessure. De funrunner doet het voor de lol, dus die blijft lekker hobbelen.’ Hij merkt op dat vrouwen doorgaans ‘een stuk verstandiger’ zijn dan mannen. ‘Bij warm weer gaan vrouwen rustiger lopen, terwijl mannen er alsnog volle bak tegenaan gaan.’

Toch gaat het soms mis. Dit jaar raakten op een warme lentedag bij de marathon van Leiden zeker 25 deelnemers onwel, waarop de organisatie besloot de 10 kilometer af te blazen. Heeft de opmars van de funrunner hier iets mee te maken? ‘Nee’, zegt René Wit van Le Champion. Hij ziet juist een tegenovergestelde trend: deelnemers zijn verantwoordelijker gaan rennen. ‘Ze stellen minder hoge doelen en nemen de tijd om tussendoor een fotootje te maken’, zegt hij. Ook hij ziet minder uitval.

Dat er tijdens hardloopevenementen geregeld ambulances uitrukken, heeft volgens hem eerder te maken met onvoorziene weersomstandigheden: oververhitting tijdens de zomer, gladheid tijdens de winter. Organisatoren hebben hier in beperkte mate invloed op, zegt hij. ‘We kunnen meer waterposten neerzetten, de tijdregistratie schrappen of renners aanmoedigen rustig te rennen, maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor deelname bij de renner zelf.’

Voor de Dam tot Damloop van aankomende zondag heeft Le Champion de deelnemers deze week ‘dringend opgeroepen’ om hun looptempo te verlagen, vanwege de verwachte warmte (23 graden). ‘Het risico blijft te allen tijde, als het evenement niet beheersbaar is gelet op de medische zorgcapaciteit, dat het evenement ter plekke wordt stilgelegd’, aldus de organisatie.

Wijntjes en pannenkoekjes
Niet alleen de hardlooppopulatie verandert, ook het karakter van de evenementen maakt een transformatie door. Vonden veel marathons zo’n tien jaar geleden nog in relatieve stilte plaats, inmiddels staan er standaard dj’s en bandjes langs de weg. ‘Er is steeds meer een festivalsaus overheen gegooid’, zegt Wit. ‘De funfactor is echt iets van de laatste jaren.’

Hij doelt op de vele hardloopevenementen die naast een standaardparcours iets ‘extra’s’ bieden. In Limburg, bijvoorbeeld, vindt volgende maand de vierde editie van de wijnmarathon plaats. Deelnemers krijgen bij elke verzorgingspost een bodempje lokale wijn geserveerd. In diezelfde maand wordt in Twente de Landgoed Marathon georganiseerd. ‘Onderweg zijn diverse stops ingericht waar typisch Twentse streekproducten worden aangeboden’, staat op de website van het evenement. ‘Zo nip je aan een glaasje wijn, proef je een stukje ambachtelijke kaas en geniet je van een versgebakken pannenkoekje.’

Organisator van de jaarlijkse Midzomermarathon in Apeldoorn, Theo van Maanen (65), vindt het maar niets, al die poespas. Een hardloopevenement moet volgens hem draaien waar het in de kern om gaat: goed hardlopen. Iemand die zes uur doet over een marathon kan zich in zijn optiek beter eerst inschrijven voor een halve marathon. ‘Of voor de Vierdaagse.’

Van Maanen liep meer dan dertig jaar geleden zijn eerste marathon, in 2 uur en 32 minuten. ‘Ik rende op hardloopschoenen die nu door zouden gaan voor sneakers’, zegt hij, ‘want in die tijd had je nog geen geavanceerd schoeisel. En ook geen gelletjes of repen. Ik had gewoon een banaan mee, en ‘s ochtends at ik een bord Brinta.’ Vroeger was hardlopen nog ‘serieuze kost’, vervolgt hij. ‘Je trainde drie à vier keer per week. Tegenwoordig doen mensen het er een beetje bij, naast bootcamps en wielrennen.’

Volgepropt vestje
Op de atletiekbaan in Amsterdam-Noord geeft de officiële tijdregistratie 1 uur en 15 minuten aan. Zo lang is het evenement al bezig. De renners van de 21 en 30 kilometer zijn nog wel even onderweg, maar de 10 kilometer-deelnemers – die later zijn vertrokken – kunnen elk moment binnenkomen.

Daar is de eerste man al. Startnummer 971. ‘Martijn Bakker uit Schellingwoude’, kondigt een dolenthousiaste vrijwilliger aan via de haperende microfoon. Uit de boxen schalt opzwepende muziek: ‘Dance with me baby, let’s move!’

Bakker, finishtijd 36:24, vertoont geen sporen van euforie. Nonchalant neemt hij zijn medaille in ontvangst, spuugt een keer op de grond en loopt kalmpjes richting de waterpost. Op zijn 30ste begon hij met hardlopen, vertelt hij even later, uitpuffend op een bankje. Zijn broer had zich ingeschreven voor de Dam tot Damloop en Bakker blufte dat hij dat beter kon. Het werd een les in nederigheid: hij finishte twee minuten ná zijn broer.

Inmiddels is hij veel sneller, al is het hem niet zozeer om de tijd te doen. ‘Ik vind het vooral lekker om na een drukke werkdag door de polder te rennen’, zegt hij. Ook Bakker heeft de sport zien veranderen. Op zijn vaste hardlooproute, langs het kanaal, wordt het elk jaar drukker. En waar hij vroeger tijdens hardloopevenementen tussen de ‘graatmagere types’ stond, duidelijk ultrasportief, ziet hij nu een gemêleerder gezelschap aan de startlijn.

Bakker vindt het alleen maar mooi, die toegenomen variëteit. Al slaat het soms wat door, grinnikt hij. ‘Dan zie ik hardlopers met zo’n vestje, helemaal volgepropt met eten, alsof ze een week moeten overleven.’ Nog zoiets: ‘Toen ik vanmorgen mijn startbewijs ophaalde, zag ik om de hoek een meisje helemaal strak gekleed een filmpje maken voor Instagram. Ze had zelfs een statief opgesteld!’

Even verderop drukt vrijwilliger Daniël Peters bij elke gefinishte loper op zijn stopwatch, terwijl een andere vrijwilliger de bijbehorende startnummers noteert. Over de tijden is hij niet te spreken: de meerderheid van de 10 kilometer-deelnemers doet er langer dan een uur over. ‘Duidelijk veel recreanten’, luidt zijn eindoordeel.

Het is dat hij niet meedoet, anders had hij zich het vuur uit de sloffen gelopen. ‘Ik kan er niets aan doen’, zegt hij. ‘Ik wil winnen. Dat is een jongetjesding dat er nooit meer uitgaat.’

Topatleten tussen de deelnemers aan de Dam tot Damloop

Aan de start van de NN Dam tot Damloop staan zondag een aantal topatleten. De favoriet is de Oegandese hardloper Joshua Cheptegei (27), drievoudig wereldkampioen op de 10 duizend meter. Tijdens de Spelen in Parijs verbrak hij op deze afstand een olympisch record, met een tijd van 26.43,14. De Oegandees liet eerder dit jaar weten zijn focus te willen verleggen van de baan naar wegwedstrijden. In 2018 won Cheptegei de Dam tot Damloop met een eindtijd van 45.10 minuten. Tijdens deze editie neemt de Oegandees het onder anderen op tegen Mathew Kimeli, de Keniaanse winnaar van vorig jaar (45.18). Bij de vrouwen zal de strijd om de eerste plek gaan tussen de Keniaanse Cintia Chepngeno en de Ethiopiërs Dibabe Beyene, Biri Abera en Mebrat Gidey.

DEELNEMERS 30 VAN NOORD

Voor Wilmar van Otigem (47) uit IJmuiden geldt het adagium ‘ontspanning door inspanning’. ‘Als ik op zondag niet heb gelopen, ben ik de rest van de week chagrijnig.’ Van Otigem begon vijftien jaar geleden met hardlopen, aangespoord door zijn toenmalige schoonfamilie, die zich had ingeschreven voor de Dam tot Damloop. Inmiddels heeft hij drie marathons gerend. Berlijn was zijn snelste: hij finishte na 3,5 uur. Van Otigem mag dan een prestatierenner zijn, hij deelt het parcours graag met de funrunner. ‘Het mooie aan hardlopen vind ik juist dat iedereen op zijn eigen niveau rent’, zegt hij. ‘Of je nou 5 of 30 kilometer rent; alles is beter dan stilzitten.’

Ines Lucieer (28) uit Amsterdam begon vier jaar geleden met hardlopen, tijdens de coronatijd. ‘Sindsdien probeer ik drie à vier keer per week te rennen’, zegt ze. Haar vriend Koert Pluym (26) is dit jaar begonnen. Hij wijst naar zijn strakke buik. ‘Daar zaten wat kilootjes aan.’ Hoewel het stel tijdens hardloopevenementen samen optrekt – ze lopen op ongeveer hetzelfde tempo – liggen hun prioriteiten anders. Lucieer is meer gefocust op de afstand, Pluym meer op de tijd. Volgend jaar doen ze mee aan de marathon in Rotterdam. Lucieer: ‘Die staat al een tijdje op onze bucketlist, want we hebben alle twee in Rotterdam gestudeerd.’

5.20 staat er op de roze ballon die Linda Voets (43) uit Sint Maarten in haar hand houdt: dat is de loopsnelheid (5.20 min/km) die ze wil afleggen. Voets heeft zich aangemeld als pacer. Deelnemers die hetzelfde tempo willen aanhouden, kunnen achter haar aan rennen. ‘Onderweg roep ik oppeppende teksten, zoals: geniet van het landschap! Denk aan die medaille!’ Voets loopt een marathon onder de 3,5 uur. Als pacer zorgt ze dat ze een snelheid aanhoudt die ze makkelijk aankan, zodat het leuk en ontspannen blijft. ‘Ik vind het fijn om mensen naar hun streeftijd te brengen’, zegt ze. ‘Voor mij is hardlopen een vorm van meditatie.’

Geen pr (personal record, red.), stelt Samuel Hayden (30) uit Amsterdam na afloop van de 21 kilometer vast. Wel een tweede plek, met een tijd van 1:24. Hij is er blij mee. ‘Ik ben een paar weken geleden geschampt door een auto op het fietspad, daar moest ik van herstellen.’ Hayden is een prestatierenner. ‘De avond voor een wedstrijd ben ik altijd nerveus’, zegt hij. ‘Dan slaap ik slecht. Gisteren wilde ik eigenlijk niet mee naar het strand met m’n vrienden, want dan denk ik: is zwemmen nu niet te veel inspanning? Had ik die bitterballen wel moeten eten?’ Nu zijn prestatie achter de rug is, kan hij wél onbezonnen naar de dag kijken. ‘Ik ga heel hard zuipen!’

Margriet van Amersfoort (49) haalt tijdens een hardloopevenement de meeste voldoening uit het groepsgevoel. ‘Samen naar een doel toewerken, moe worden en dan met z’n allen de finish over.’ Nu ze wat ‘ouder’ is, heeft ze het snelle lopen opgegeven. Ze richt zich meer op trailrunnen: rennen in de natuur, op onverharde paden. Tijdens trailrunevenementen vindt meestal geen tijdregistratie plaats. ‘Volgend jaar word ik 50 en dan hoop ik 50 kilometer te kunnen trailen.’ Ze schrikt van haar woorden. Lachend: ‘Zet dat maar niet in de krant, dan moet ik het nog echt doen ook!’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next